Loading
Loading
Dit onderwerp behandelt twee grote reactietypen. Zuren en basen draaien om de overdracht van -ionen: je leert de pH berekenen, sterke en zwakke zuren en basen onderscheiden, neutralisatie- en titratieberekeningen maken. Redoxreacties draaien om de overdracht van elektronen: je leert oxidatie en reductie, oxidatoren en reductoren en het opstellen van halfreacties. Dit is verplichte centraal-examenstof scheikunde HAVO.
5Onderdelenca. 25min leestijd4VaardighedenNiveauVerdieping 5
basisniveau
Bereken de pH van een sterk zuur, stel kloppende neutralisatievergelijkingen op en benoem oxidator en reductor in eenvoudige redoxreacties.
verhoogd niveau
Reken titraties door via mol, stel volledige redoxvergelijkingen op uit halfreacties met kloppende lading en gebruik de elektrochemische reeks om te voorspellen of een redoxreactie verloopt.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De pH-schaal van 0 tot 14
definitie van de pH
De pH is de negatieve logaritme van de -concentratie (in ); een pH-punt lager betekent tien keer zoveel .
concentratie uit pH
Uit de pH bereken je de -concentratie terug door tien tot de macht min de pH te nemen.
ionisatie van een sterk zuur
Een sterk zuur ioniseert volledig; de enkele pijl geeft aan dat er vrijwel geen ongesplitste moleculen overblijven.
Bereken de pH van zoutzuur met een concentratie van .
Zoutzuur is een sterk zuur en ioniseert volledig, dus [H+] is gelijk aan de zuurconcentratie.
Gebruik pH = −log[H+].
De logaritme van tien-tot-de-macht-min-twee is min twee; het minteken maakt dat plus twee.
Resultaat: Resultaat: de pH is . Omdat zoutzuur een sterk zuur is dat volledig ioniseert, is precies gelijk aan de zuurconcentratie van .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bereken de pH van een oplossing van zoutzuur met een concentratie van . Leg uit waarom je hierbij mag stellen dat gelijk is aan de zuurconcentratie.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Enkele basen: formule en sterkte
kern van de neutralisatie
Bij elke neutralisatie gaan een -ion en een -ion samen tot water; ze heffen elkaars werking op.
zuur + base \rightarrow zout + water
De volledige neutralisatievergelijking van zoutzuur met natronloog; het zout is natriumchloride.
Neutraliseer zoutzuur van met natronloog van . Geef de vergelijking en bereken het benodigde volume natronloog.
Zoutzuur en natronloog reageren in de verhouding 1 op 1 tot keukenzout en water.
Gebruik n = c · V met V in liter: 50 mL = 0,050 L.
Door de 1-op-1-verhouding is n(NaOH) = n(HCl); deel door de concentratie voor het volume.
Resultaat: Resultaat: er is natronloog nodig. Omdat zuur en base dezelfde concentratie hebben en in de verhouding 1 op 1 reageren, zijn de volumes gelijk.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Geef de kloppende reactievergelijking voor de neutralisatie van zoutzuur met natronloog. Bereken daarna welk volume natronloog van nodig is om zoutzuur van precies te neutraliseren.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Titratiecurve van een sterk zuur met een sterke base
titratie (1-op-1)
Op het equivalentiepunt van een 1-op-1-reactie is het aantal mol zuur gelijk aan het aantal mol base; hieruit los je de onbekende concentratie op.
aantal mol uit concentratie en volume
Het aantal mol opgeloste stof is de concentratie maal het volume (in liter).
Voor zoutzuur is natronloog van nodig tot het equivalentiepunt. Bereken de concentratie van het zoutzuur.
Gebruik n = c · V met V in liter: 20,0 mL = 0,0200 L.
De reactie HCl + NaOH is 1 op 1, dus n(HCl) = n(NaOH).
Deel het aantal mol door het volume zoutzuur (25,0 mL = 0,0250 L).
Resultaat: Resultaat: de concentratie van het zoutzuur is . Ter controle: .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bij de titratie van zoutzuur met natronloog van ligt het equivalentiepunt bij toegevoegde natronloog. Bereken de concentratie van het zoutzuur.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Elektronenoverdracht van reductor naar oxidator
halfreactie oxidatie (reductor)
Zink staat twee elektronen af en wordt een -ion; de lading klopt: links , rechts .
halfreactie reductie (oxidator)
Het koper(II)ion neemt twee elektronen op en wordt een koperatoom; de lading klopt: links , rechts .
totale redoxvergelijking
De som van beide halfreacties; de twee elektronen vallen tegen elkaar weg en de lading klopt: links , rechts .
Stel uit en de totale redoxvergelijking op en benoem oxidator en reductor.
De oxidatie levert 2 elektronen; de reductie neemt er 2 op. De aantallen zijn al gelijk, dus je mag direct optellen.
Tel links bij links en rechts bij rechts; de 2 elektronen vallen aan beide kanten weg.
Atomen: 1 Zn en 1 Cu aan beide kanten. Lading: links 0 + (+2) = +2; rechts (+2) + 0 = +2.
Resultaat: Resultaat: de totale redoxvergelijking is . Zink is de reductor (staat elektronen af, wordt geoxideerd); het koper(II)ion is de oxidator (neemt elektronen op, wordt gereduceerd).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven de halfreacties (oxidatie) en (reductie). Stel de totale redoxvergelijking op en benoem de oxidator en de reductor.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Fragment van de elektrochemische reeks
verlopende redoxreactie
Omdat een sterkere oxidator is dan , neemt elektronen op van en verloopt de reactie; het zink lost op en er ontstaat koper.
Een staafje zink wordt in een blauwe oplossing van koper(II)sulfaat gezet. Beredeneer met de elektrochemische reeks of er een reactie optreedt en benoem oxidator en reductor.
In de oplossing zitten Cu2+-ionen (een oxidator); het zink is een metaal dat elektronen kan afstaan (een reductor).
In de reeks staat Cu2+ boven Zn2+, dus Cu2+ is een sterkere oxidator dan Zn2+. Omdat de aanwezige oxidator (Cu2+) sterker is, kan hij elektronen van het zink opnemen en verloopt de reactie.
Zink staat elektronen af aan de koper(II)ionen; er ontstaat koper en de zinkionen gaan in oplossing.
Resultaat: Resultaat: de reactie verloopt. is de oxidator (wordt gereduceerd tot ) en is de reductor (wordt geoxideerd tot ). Het zink lost op, de blauwe kleur verdwijnt en er slaat rood koper neer.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zink wordt in een oplossing van koper(II)sulfaat gebracht. Gebruik de elektrochemische reeks om te beredeneren of er een reactie optreedt, benoem de oxidator en de reductor en geef de reactievergelijking.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad