Loading
Loading
Dit onderwerp verbindt de scheikunde met technologie en duurzaamheid: de bouw en eigenschappen van kunststoffen en nieuwe materialen, de chemie van energie (brandstoffen, de brandstofcel, accu's en elektrolyse als redoxprocessen) en de overgang van een lineaire naar een circulaire economie. Je leert materiaal- en energiekeuzes onderbouwen en risico's tegen baten afwegen. De chemische kern (polymeren, redox, reactievergelijkingen) is examenstof (CE); de bredere afweging van duurzaamheid, LCA en maatschappelijke keuzes is deels context- en schoolexamenstof.
4Onderdelenca. 24min leestijd4VaardighedenNiveauStandaard 4
basisniveau
Beheers de polymerisatie van etheen tot polyetheen, het onderscheid thermoplast/thermoharder en de redoxvergelijking van de waterstofverbranding en de brandstofcel.
verhoogd niveau
Beredeneer materiaalkeuzes uit eigenschappen, stel de halfreacties van een brandstofcel en een accu op, en weeg met een LCA de milieu-impact van een technologie af.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Etheen — het monomeer van polyetheen
additiepolymerisatie van etheen
De C=C-dubbele binding opent zich en de koolstofatomen rijgen aaneen tot de keten van polyetheen; de eenheid −CH2−CH2− herhaalt zich n keer. Er valt niets af, dus de atoomeconomie is 100%.
Leg met de reactievergelijking uit hoe uit het monomeer etheen de kunststof polyetheen ontstaat, en beredeneer waarom de atoomeconomie 100% is.
Etheen bevat een C=C-dubbele binding tussen de twee koolstofatomen; die dubbele binding is reactief.
Eén van de twee bindingen tussen de C-atomen breekt, zodat elk koolstofatoom een vrije binding krijgt om aan een buurmonomeer te koppelen.
n etheenmoleculen rijgen aaneen tot de lange keten; de eenheid −CH2−CH2− herhaalt zich n keer.
Er ontstaat geen bijproduct; alle atomen van de monomeren zitten in het polymeer, dus massa gewenst product = massa alle producten.
Resultaat: Polyetheen ontstaat door additiepolymerisatie: de C=C-binding van etheen opent en de eenheden rijgen aaneen tot de keten. Omdat er niets afsplitst, is de atoomeconomie 100%.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Etheen () polymeriseert tot polyetheen. (a) Geef de reactievergelijking van de polymerisatie. (b) Leg uit waarom polyetheen een thermoplast is en bakeliet een thermoharder. (c) Beredeneer waarom de atoomeconomie van deze polymerisatie 100% is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) — koolstofchemie en materialen (CvTE / Examenblad)
Brandstofcel — chemische naar elektrische energie
volledige verbranding van methaan
De verbranding van aardgas levert energie én koolstofdioxide en water; controleer massabehoud: 1 C, 4 H en 4 O links en rechts.
halfreactie oxidatie (negatieve elektrode)
Waterstof staat elektronen af; per 2 mol H2 komen 4 mol elektronen vrij die door de buitendraad stromen.
halfreactie reductie (positieve elektrode)
Zuurstof neemt in zuur milieu de 4 elektronen op en vormt water; dit is de reductiehelft van de brandstofcel.
totale reactie brandstofcel
De som van beide halfreacties; het enige product is water en de reactie levert rechtstreeks elektrische energie.
Stel de totale reactievergelijking van een waterstof-zuurstofbrandstofcel op via de twee halfreacties in zuur milieu.
Waterstof staat elektronen af. Per 2 mol H2 komen 4 mol elektronen vrij.
Zuurstof neemt in zuur milieu de 4 elektronen op en vormt met de H+-ionen water.
De 4 elektronen en de 4 H+-ionen komen links en rechts even vaak voor en vallen tegen elkaar weg.
Resultaat: De totale reactie is ; per 2 mol H2 stromen 4 mol elektronen door de draad. Het enige product is water, dus er komt geen CO2 vrij op de plaats van gebruik.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een waterstof-zuurstofbrandstofcel reageert waterstof met zuurstof. (a) Geef de halfreactie aan de negatieve elektrode (oxidatie van ) en die aan de positieve elektrode (reductie van ) in zuur milieu. (b) Geef de totale reactievergelijking. (c) Leg uit welke energieomzetting plaatsvindt en waarom een brandstofcel een hoger rendement kan halen dan een verbrandingsmotor.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) — redox en energie (CvTE / Examenblad)
Circulaire economie — de kringloop gesloten
Uit een LCA volgt (als gegeven) dat een plastic tas 1,5 kg CO2 per stuk veroorzaakt en een katoenen tas 60 kg CO2 per stuk. Hoe vaak moet je de katoenen tas hergebruiken om qua CO2 gunstiger te zijn dan telkens een nieuwe plastic tas? Reken en beoordeel.
n keer een nieuwe plastic tas kost evenveel CO2 als één katoenen tas als 1,5 · n = 60.
Deel beide kanten door 1,5.
Pas na ongeveer 40 keer gebruik is de katoenen tas per keer gunstiger; hierbij telt alleen CO2, terwijl een volledige LCA ook water, landgebruik en afval meeweegt.
Resultaat: Je moet de katoenen tas ongeveer keer hergebruiken voordat hij qua CO2 gunstiger is. Dit laat zien dat „duurzamer” van het aantal keren gebruik afhangt en dat een LCA de vergelijking eerlijk maakt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg het verschil uit tussen een lineaire en een circulaire economie en omschrijf de circulaire kringloop van winnen tot hergebruiken. Noem één voordeel en één beperking van het recyclen van materialen, en leg uit wat een levenscyclusanalyse (LCA) toevoegt aan zo'n afweging.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) — duurzaamheid en circulaire economie (CvTE / Examenblad)
Baten en risico's van chemische technologie
risico
Het risico is de kans op blootstelling maal de ernst van het effect; daarom geeft een gevaarlijke stof weinig risico als de blootstelling klein is.
Een gemeente overweegt statiegeld op plastic flesjes in te voeren. Zet de baten tegen de risico's en nadelen en formuleer een onderbouwd oordeel.
Meer inzameling leidt tot meer recycling, minder zwerfafval en microplastic, en minder nieuwe grondstof (circulair).
Er zijn kosten en logistiek voor het inzamelsysteem, minder gemak voor de consument, en energie voor transport en recycling.
Kijk naar meetbare gegevens (inzamelpercentage vóór en na, CO2 per flesje via een LCA) en toets die aan de gestelde doelen.
Resultaat: Als de milieuwinst (meer recycling, minder zwerfafval) groter is dan de extra kosten en lasten, is statiegeld verantwoord. Het oordeel steunt op meetbare gegevens, niet op gevoel; dit „waarderen en oordelen” is vooral een context- en schoolexamenvaardigheid.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Noem voor het gebruik van kunststoffen in verpakkingen twee baten en twee risico's/nadelen voor mens en milieu. Leg uit hoe je met meetgegevens en normen (bijvoorbeeld uit een LCA) tot een onderbouwd oordeel komt, en waarom „gevaar” en „risico” niet hetzelfde zijn.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) — chemie en samenleving (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad