- Centraal examen (CE) — uitsluitend leesvaardigheid
- Het CE Duits VWO toetst alléén domein A (Leesvaardigheid). De kandidaat leest een reeks authentieke Duitse teksten (artikelen, reportages, interviews, columns, betogen en soms een literair fragment) en beantwoordt daarover vragen in gemengde vormen: meerkeuzevragen, open vragen (doorgaans in het Nederlands te beantwoorden), citeervragen (letterlijk aanhalen uit de Duitse tekst) en invoeg-/gatvragen over de samenhang. Het streefniveau voor lezen is ERK B2, met uitschieters naar C1 en makkelijker passages op B1. De exacte duur en het aantal vragen liggen per examenjaar vast in het rooster en de syllabus; het enige toegestane hulpmiddel is een woordenboek (Duits-Nederlands/Nederlands-Duits, eventueel een verklarend woordenboek Duits, zoals een eendelig Wörterbuch).
- Schoolexamen (SE) — luisteren, spreken, schrijven, literatuur, Landeskunde en oriëntatie
- Het SE toetst de domeinen die niet in het CE zitten: domein B (kijk- en luistervaardigheid, vaak via een landelijke of schooleigen kijk- en luistertoets), domein C (gespreksvaardigheid: gesprekken voeren én spreken/presenteren), domein D (schrijfvaardigheid), domein E (literatuur: literaire ontwikkeling E1, literaire begrippen E2 en literatuurgeschiedenis E3) en domein F (oriëntatie op studie en beroep). Landeskunde en cultuurkennis van het Duitse taalgebied zijn geen apart toetsdomein, maar worden in het SE en in de leescontext verweven. Vorm, aantal toetsen en weging liggen vast in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) van de school.
- Eindcijfer, normering — en waarom Duits géén kernvak is
- Het eindcijfer is het (afgeronde) rekenkundige gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer; beide tellen dus voor de helft mee. De omzetting van de CE-score naar een cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE jaarlijks per vak en per tijdvak vaststelt. Anders dan Engels is Duits géén kernvak: de kernvakkenregel (onder Nederlands, Engels en wiskunde samen ten hoogste één 5) geldt niet voor Duits. Duits telt in de gewone slaag-zakregeling mee als één van de eindcijfers, waarvan er ten hoogste één 5 (of één 4 gecompenseerd) mag voorkomen en geen enkel cijfer lager dan 4 mag zijn, met een voldoende gemiddelde voor het geheel.
- Literatuur, woordenschat, grammatica en de ERK-niveaus (VWO)
- Voor het VWO leest de kandidaat voor Duits ten minste drie literaire werken en houdt daarover een leesdossier bij; anders dan op de HAVO horen literaire begrippen (E2) en literatuurgeschiedenis (E3) nadrukkelijk tot de VWO-eindtermen. Het streefniveau voor lezen (CE) is ERK B2; de overige, vooral productieve vaardigheden (spreken, schrijven) liggen volgens de taalprofielen doorgaans op een iets lager ERK-niveau (rond B1). Woordenschat en grammatica — met voor het Duits de vier naamvallen (Kasus), de werkwoordstijden en de complexe zinsbouw met de Satzklammer — zijn geen aparte toetsdomeinen, maar voorwaardelijke (ondersteunende) vaardigheden die in alle domeinen meewegen: in het CE via het lezen, in het SE via spreken en schrijven. Kennis van het Duitse taalgebied (Landeskunde) ondersteunt vooral het tekstbegrip.