Het centraal examen (CE) Duits op het vwo is een leesexamen: het toetst uitsluitend leesvaardigheid (domein A) op streefniveau ERK B2, met passages die tot B1 zakken en uitschieters naar C1. Dit onderwerp legt uit wat het CE van je vraagt — relevante informatie selecteren, de hoofdgedachte, het tekstdoel en de toon bepalen, verbanden leggen en conclusies trekken over de bedoeling van de auteur — welke vraagvormen er zijn en hoe je systematisch van vraag naar antwoord werkt. Het enige toegestane hulpmiddel is een woordenboek.
4 Onderdelen~22 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Leesvaardigheid is de volledige inhoud van het centraal examen Duits: alles wat je in het CE doet, is Duitse teksten lezen en er vragen over beantwoorden.
verhoogd niveau
Wie naar C1 reikt, leest ook de impliciete laag — toon, bedoeling en standpunt — en werkt zo systematisch dat er tijd overblijft voor de moeilijkste vragen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Een leerling zegt: „Voor mijn eindcijfer Duits moet ik in het centraal examen ook een gesprek voeren en een samenvatting schrijven.” Klopt dat? Licht je antwoord toe.
Een gesprek voeren hoort bij domein C (gespreksvaardigheid); een tekst schrijven bij domein D (schrijfvaardigheid).
Het centraal examen toetst alléén domein A (leesvaardigheid). De domeinen C en D worden in het schoolexamen afgenomen.
Het gesprek en de schrijfopdracht tellen wel mee voor het eindcijfer Duits, maar via het schoolexamen, niet via het centraal examen.
Resultaat: Nee: het CE Duits toetst uitsluitend leesvaardigheid. Het gesprek (domein C) en de schrijfopdracht (domein D) horen bij het schoolexamen, dat samen met het CE — elk voor de helft — het eindcijfer bepaalt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Oefenopgave: pak een authentiek Duits opiniestuk of nieuwsbericht (bijvoorbeeld van een Duitse krantensite) erbij. Bepaal het teksttype en het vermoedelijke tekstdoel, en schat op grond van de tekstkenmerken (abstractie, idioom, zinslengte) in of de tekst eerder op B2 of op C1 ligt. Onderbouw je oordeel met twee concrete kenmerken uit de tekst.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Afb. 1 — De vier examenvraagvormen en hun aanpak
Een vraag luidt: „Zitieren Sie das Wort (Zeile 14), mit dem der Autor seine Ablehnung ausdrückt.” Welke vraagvorm is dit, en wat verwacht men van je antwoord?
„Zitieren Sie … das Wort” (citeer het woord) maakt het een citeervraag: je moet letterlijk uit de Duitse tekst overnemen.
Er wordt om één woord gevraagd, en de regelverwijzing „(Zeile 14)” wijst de precieze plaats aan: regel 14.
Zoek in regel 14 het ene Duitse woord dat de afkeuring van de auteur uitdrukt en neem het exact over — met de juiste spelling (umlauten, ß, hoofdletter), niet vertaald en niet meer dan één woord.
Resultaat: Het is een citeervraag. Je neemt exact één Duits woord uit regel 14 over, met de correcte Duitse spelling; de gevraagde omvang (één woord) en de regelverwijzing bepalen het antwoord, dat letterlijk en in het Duits moet zijn.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Oefenopgave: neem een set vragen bij een Duitse tekst en deel ze in naar de vier vormen van Afb. 1. Noteer per vraag in één woord wat de vorm van je verlangt (kiezen, formuleren, citeren of ordenen) en, bij de citeervragen, in welke taal en met welke omvang je antwoordt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — De CE-leesroute: van vraag naar antwoord
Bij een tekst staat: „Citeer het woord uit alinea 4 waarmee de schrijver zijn afkeer van de maatregel het duidelijkst uitdrukt.” Beschrijf hoe je dit systematisch aanpakt.
Het vraagwerkwoord „citeer” maakt het een citeervraag; gevraagd is één woord, uit alinea 4, dat afkeer uitdrukt. Je antwoordt dus letterlijk in het Duits.
Ga naar alinea 4 — de plaats is al aangegeven — en lees die nauwkeurig; zoek een woord met een duidelijk negatieve lading, bijvoorbeeld „empörend” (schandalig) of „katastrophal”.
Neem precies dat ene Duitse woord over, met de correcte spelling en hoofdletter waar nodig, zonder het te vertalen of aanhalingstekens toe te voegen, en blijf binnen de gevraagde omvang van één woord.
Resultaat: Je citeert exact één Duits woord uit alinea 4 dat de sterkste afkeer uitdrukt (bijvoorbeeld „empörend”). De route — vraag lezen, type bepalen, lokaliseren, intensief lezen, antwoorden — zorgt dat je in de juiste taal en omvang antwoordt en het woord niet parafraseert of vertaalt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Oefenopgave: kies vijf vragen bij een Duitse tekst en doorloop bij elke vraag hardop de route van Afb. 2. Noteer per vraag: (a) het vraagtype en het vraagwerkwoord, (b) hoe je de tekstplaats vond (regelverwijzing, sleutelwoord of tussenkopje), en (c) het kleine woord of detail waar het antwoord aan hangt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
In een examentekst kom je het woord „die Geschwindigkeitsbegrenzung” tegen, dat niet als geheel in je woordenboek staat. Hoe achterhaal je de betekenis zonder tijd te verspillen?
Splits het woord in zijn bouwstenen: „Geschwindigkeit” en „Begrenzung”. Bij het Duits draagt het láátste deel (het basiswoord) de kernbetekenis; het gaat hier dus om een soort „Begrenzung” (begrenzing/beperking).
„die Geschwindigkeit” betekent snelheid, „die Begrenzung” begrenzing of beperking. Het bepalende deel vooraan („Geschwindigkeit”) preciseert wélke begrenzing bedoeld is.
Samen levert dat „snelheidsbegrenzing” op. Toets of die betekenis past in de zin (bijvoorbeeld over verkeer op de Autobahn) — en dat klopt, dus je hoeft niets op te zoeken.
Resultaat: „die Geschwindigkeitsbegrenzung” = snelheidsbegrenzing, afgeleid door de samenstelling van achteren naar voren te ontleden („Begrenzung” als kern, „Geschwindigkeit” als precisering). Zo bespaar je de tijd die eindeloos bladeren zou kosten.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Oefenopgave: maak één volledige tekst uit een oefenset op tijd. Werk volgens de vaste volgorde (paratekst en globaal lezen in maximaal twee minuten, dan de vragen, dan per vraag zoeken en intensief lezen) en leg jezelf op dat je hooguit drie woorden mag opzoeken. Noteer achteraf hoeveel tijd je nodig had en bij welke vraag je bijna te lang bleef hangen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad