Een leesstrategie is de manier van lezen die je bewust bij een leesdoel kiest: globaal (überfliegen), zoekend (suchendes Lesen), intensief of kritisch lezen. Dit onderwerp leert je per vraag de passende strategie te kiezen, ze tot een efficiënte leesroute te combineren en de betekenis van onbekende Duitse woorden af te leiden uit de context én uit de woordvorming (samenstellingen, prefixen). Leesstrategie is de motor van het centraal examen Duits, dat volledig uit leesvaardigheid (domein A) bestaat.
4 Onderdelen~22 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Leesstrategieën vormen de kern van de examenvoorbereiding leesvaardigheid Duits: kies bewust per vraag hoe je leest en oefen dat op authentieke teksten.
verhoogd niveau
Wie naar B2 en hoger reikt, schakelt vloeiend tussen de strategieën en leidt de betekenis van onbekende Duitse woorden vlot af uit context en woordvorming.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Van leesdoel naar leesstrategie
Bij een Duitse reportage staat de vraag: „In welchem Jahr wurde der Verein gegründet? (Zeile 12-18)” Welke leesstrategie past hierbij, en hoe pak je de vraag aan?
De vraag vraagt om één concreet gegeven — een jaartal — binnen een aangegeven regelbereik. Het leesdoel is dus: één feit lokaliseren, niet de hele tekst begrijpen.
Bij „één gegeven” hoort volgens de beslisboom het zoekend lezen (suchendes Lesen): je speurt gericht naar een getal van vier cijfers en negeert de rest.
Je laat je oog over regel 12-18 glijden op zoek naar een jaartal en controleert kort of de zin inderdaad over de oprichting („gegründet”) gaat.
Resultaat: Zoekend lezen (suchendes Lesen): het leesdoel is één feit lokaliseren, dus je scant het aangegeven regelbereik naar een jaartal in plaats van de tekst intensief te lezen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Oefenopgave: neem vier vragen bij één Duitse tekst. Bepaal per vraag het leesdoel en de passende strategie (überfliegen, suchendes Lesen, intensief of kritisch lezen) en verantwoord je keuze in één zin. Let daarbij op het Duitse vraagwerkwoord als aanwijzing (bijvoorbeeld „nennen”, „erklären”, „zitieren”).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Je krijgt een Duitse tekst met de titel „Sollten Handys an Schulen verboten werden?”, een korte Vorspann, drie Zwischenüberschriften en een slotalinea. Hoe bouw je met überfliegen in één minuut een overzicht op?
De titel is een ja-nee-vraag over een verbod op mobieltjes op school; de Vorspann vat het debat samen. Dit signaleert een betogende of beschouwende tekst over één maatschappelijke kwestie.
De drie Zwischenüberschriften verraden de indeling — bijvoorbeeld argumenten vóór, argumenten tegen, en een afweging. De eerste zin van elke alinea bevestigt die opbouw.
De vraagvorm in de titel en de tweezijdige opbouw wijzen op een afwegende, niet eenzijdige toon.
Resultaat: Na één minuut überfliegen weet je: onderwerp = verbod op mobieltjes op school, opbouw = voor–tegen–afweging, toon = afwegend. Dat overzicht stuurt straks elke detailvraag naar de juiste alinea.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Oefenopgave: neem een Duitse nieuwstekst van ongeveer een halve pagina. Geef jezelf één minuut om hem globaal te lezen (überfliegen) en schrijf daarna zonder terug te kijken op: (a) het onderwerp, (b) de globale opbouw in twee of drie delen, (c) de vermoedelijke toon. Scan vervolgens in maximaal twintig seconden naar het eerste genoemde jaartal.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — De leesroute: van tekst naar antwoord
Een tekst bevat de zin: „Der Autor kritisiert nicht die Technik selbst, sondern nur die Art, wie wir sie nutzen.” De vraag luidt: „Waar richt de kritiek van de auteur zich volgens deze zin op?” Werk het intensieve lezen uit.
„kritisiert nicht die Technik selbst” betekent: de auteur bekritiseert de techniek zélf níét. De ontkenning „nicht” sluit de techniek als doelwit uit.
„sondern nur die Art, wie wir sie nutzen” (maar slechts de manier waarop wij haar gebruiken) plaatst daar het echte doelwit tegenover; „sondern” markeert de tegenstelling en „nur” beperkt haar tot de manier van gebruik.
De kritiek richt zich niet op de techniek, maar uitsluitend op de manier waarop mensen haar gebruiken.
Resultaat: De kritiek betreft alleen het gebruik van de techniek, niet de techniek zelf. Het juiste antwoord hangt volledig aan de ontkenning „nicht”, het contrastwoord „sondern” en de beperking „nur” — details die alleen intensief lezen oplevert.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Oefenopgave: zoek in een Duitse tekst een lange zin met een Konnektor als „obwohl” of „jedoch” of met een beperking als „nur”. Lees de zin intensief tot en met het laatste woord en formuleer in het Nederlands nauwkeurig wat er wordt beweerd. Bepaal daarna of de omringende alinea een positieve, negatieve of neutrale houding uitdrukt, en citeer het Duitse woord dat die toon verraadt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
In de zin „Viele Jugendliche fühlen sich überfordert: zu viele Hausaufgaben, zu viele Aktivitäten und zu wenig Zeit.” ken je het woord „überfordert” niet. Leid de betekenis af.
Na „sich fühlen” (zich voelen) staat „überfordert”, een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord van „überfordern”. Het bevat het voorvoegsel „über-” (over-, te veel) — een eerste aanwijzing richting „te veel gevraagd”.
De dubbele punt leidt een uitleg in: „zu viele Hausaufgaben, zu viele Aktivitäten und zu wenig Zeit” — te veel huiswerk en activiteiten, te weinig tijd. Dat is een toestand van overbelasting.
„zich overbelast of overvraagd voelen” past precies bij het voorvoegsel „über-” én bij de uitleg na de dubbele punt. Het klopt in de zin, dus je hoeft niets op te zoeken.
Resultaat: „sich überfordert fühlen” betekent „zich overbelast of overvraagd voelen” — afgeleid uit het voorvoegsel „über-” (te veel) en uit de uitleg na de dubbele punt, zonder woordenboek.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Oefenopgave: onderstreep in een Duitse alinea drie woorden die je niet kent, waaronder minstens één lange samenstelling. Noteer per woord (a) de woordsoort, (b) één contextsignaal of woordvormaanwijzing (bijvoorbeeld het basiswoord van de samenstelling of een prefix), en (c) je geraden betekenis. Controleer daarna met het woordenboek hoeveel je er goed had — en let vooral op of er een valse vriend tussen zat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad