Literatuurgeschiedenis plaatst Duitstalige werken in hun literair-historische en cultuurhistorische context: je kent de grote periodes — van de Aufklärung, de Sturm und Drang en de Weimarer Klassik via de Romantik en het Realismus tot de Moderne, het Expressionismus en de literatuur na 1945 — met hun kenmerken en sleutelauteurs. Het hoort bij domein E (Literatuur), subdomein literatuurgeschiedenis (E3), dat nadrukkelijk tot de VWO-eindtermen behoort en in het schoolexamen wordt getoetst — niet in het centraal examen, dat bij Duits alleen leesvaardigheid meet.
4 Onderdelen~20 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Literatuurgeschiedenis is schoolexamenstof (subdomein E3); je kent de hoofdlijnen van de periodisering en de belangrijkste Duitstalige auteurs en werken.
verhoogd niveau
Literatuurgeschiedenis (E3) is nadrukkelijk VWO-stof — op de HAVO blijft het lichter; je herkent periodekenmerken in een fragment en verbindt een werk met zijn cultuurhistorische context.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Tijdlijn van de Duitse literaire periodes
Een briefroman uit 1774 laat een jonge, overgevoelige man zijn hopeloze liefde voor een al verloofde vrouw opbiechten; verscheurd door zijn gevoel maakt hij ten slotte een einde aan zijn leven. Bepaal de stroming, het genre, het werk en de auteur.
Overweldigend gevoel, hartstochtelijke liefde en de botsing van het lijdende individu met de wereld: dat zijn de idealen van de Sturm und Drang, niet de koele rede van de Aufklärung.
Een verhaal dat volledig uit brieven bestaat, is een briefroman (Briefroman); het jaartal 1774 plaatst het midden in de Sturm und Drang.
De jonge man, de onbereikbare geliefde en de zelfmoord wijzen op „Die Leiden des jungen Werthers” van de jonge Johann Wolfgang von Goethe.
Resultaat: De Sturm und Drang (1774): de briefroman „Die Leiden des jungen Werthers” van de jonge Goethe — herkenbaar aan het allesbeheersende gevoel en de tragische botsing van het individu met zijn omgeving.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Plaats Lessing („Nathan der Weise”), de jonge Goethe („Die Leiden des jungen Werthers”) en Schiller („Die Räuber”) op de tijdlijn van Afb. 1 en benoem per werk één kenmerk dat bij de bijbehorende stroming (Aufklärung, Sturm und Drang) hoort. Leg daarna in twee zinnen uit wat de Weimarer Klassik toevoegt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duitse taal en literatuur VWO — domein E, subdomein E3 (literatuurgeschiedenis, schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — Weimarer Klassik tegenover Romantik
Een gedicht bezingt in de stilte van een maanverlichte nacht hoe de ziel haar vleugels uitslaat en over de landen wegvliegt, vervuld van een naamloos verlangen naar het oneindige. Bepaal de stroming, wijs met Afb. 2 een kenmerk aan en noem een passende auteur.
De nacht, de maan, de natuur en een naamloos, oneindig verlangen (Sehnsucht) zijn typisch romantisch — precies de rechtertak van Afb. 2, tegenover de rede en de maat van de Klassik.
Het gedicht wil niet ordenen of beheersen maar juist voorbij het eindige reiken; dat oneindigheidsverlangen is het hart van de Romantik.
Zulke natuur- en nachtgedichten met Wanderlust en Sehnsucht passen bij Joseph von Eichendorff (denk aan „Mondnacht”).
Resultaat: De Romantik: een natuur- en nachtgedicht vol Sehnsucht naar het oneindige (de rechtertak van Afb. 2), zoals bij Joseph von Eichendorff — herkenbaar aan het gevoel, de natuur, de nacht en het verlangen in plaats van de klassieke maat en rede.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vergelijk met Afb. 2 een kort romantisch natuurgedicht (bijvoorbeeld in de geest van Eichendorffs „Mondnacht”) en een fragment uit een realistische maatschappijroman als „Effi Briest”. Benoem per fragment twee kenmerken en leg uit welke waarden (gevoel/verlangen tegenover werkelijkheid/maatschappij) eruit spreken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duitse taal en literatuur VWO — domein E, subdomein E3 (literatuurgeschiedenis, schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Een vertelling uit 1915 opent ermee dat een handelsreiziger op een ochtend wakker wordt en zichzelf in een reusachtig insect veranderd vindt; het ongehoorde wordt in een kalme, zakelijke toon verteld, waarna zijn gezin zich geleidelijk van hem afkeert. Bepaal de periode, het thema, het werk en de auteur.
Een mens die van de ene op de andere dag vreemd en overbodig wordt, is een beeld van vervreemding en uitsluiting — een kernthema van de Moderne.
Juist de nuchtere, feitelijke verteltoon bij een volstrekt ongehoorde gebeurtenis maakt het beklemmend; dat effect noemen we „kafkaesk”.
Het jaartal 1915, het motief en de toon wijzen ondubbelzinnig op „Die Verwandlung” van Franz Kafka, midden in de Moderne.
Resultaat: De Moderne (1915): „Die Verwandlung” van Franz Kafka — herkenbaar aan het thema van de vervreemding en de nuchtere, „kafkaeske” toon waarmee het ongehoorde wordt verteld.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees een kort fragment uit Kafka's „Die Verwandlung” en een expressionistisch grootstadgedicht. Benoem per tekst twee moderne kenmerken (bijvoorbeeld vervreemding, de nuchtere toon bij het ongehoorde, de dreigende stad) en leg uit hoe die de ervaring van een wereld in crisis uitdrukken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duitse taal en literatuur VWO — domein E, subdomein E3 (literatuurgeschiedenis, schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Een roman uit 1959 wordt verteld door een jongen die op zijn derde besluit niet meer te groeien; met een blikken trommel en een schrille schreeuw slaat hij de opkomst van het nationaalsocialisme in zijn stad gade. Bepaal de periode, het thema, het werk en de auteur.
Een literaire terugblik op de naziperiode, gezien door de ogen van een buitenstaander, is typisch voor de Vergangenheitsbewältigung van de naoorlogse literatuur.
Het jaartal 1959 valt in de Nachkriegsliteratur, de literatuur die met het recente verleden in het reine probeert te komen (Afb. 1).
De niet-groeiende jongen, de blikken trommel en de glasbrekende schreeuw wijzen ondubbelzinnig op „Die Blechtrommel” van Günter Grass.
Resultaat: De Nachkriegsliteratur (1959): „Die Blechtrommel” van Günter Grass — herkenbaar aan de literaire verwerking van het nationaalsocialistische verleden (Vergangenheitsbewältigung), gezien door de niet-groeiende Oskar Matzerath.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zet Böll, Brecht, Grass en Schlink in een korte tijdlijn (met behulp van Afb. 1) en formuleer per auteur in één zin welke bijdrage hij aan de naoorlogse literatuur leverde. Leg daarna uit wat het begrip Vergangenheitsbewältigung betekent en bij welke van deze werken het duidelijk speelt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duitse taal en literatuur VWO — domein E, subdomein E3 (literatuurgeschiedenis, schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen