Woordenschat is bij Duits geen apart examendomein maar een voorwaardelijke, ondersteunende vaardigheid: ze wordt niet als los onderdeel becijferd, maar draagt zowel het centraal examen (leesvaardigheid) als het schoolexamen (spreken en schrijven). Toch is ze doorslaggevend, want of je een Duitse tekst begrijpt, hangt bijna volledig af van hoeveel woorden je herkent en hoe goed je de rest afleidt. Dit onderwerp leert je Duitse woorden te ontsleutelen via de woordvorming (samenstellingen en afleidingen), waarschuwt voor valse vrienden (falsche Freunde) en behandelt idioom, collocaties en het onderscheid tussen formeel en informeel register (du/Sie).
4 Onderdelen~19 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Woordenschat ondersteunt de hele examentraining: hoe meer Duitse woorden je herkent en hoe beter je de rest uit de context en de woordvorm afleidt, hoe vlotter en preciezer je het CE-leesexamen maakt.
verhoogd niveau
Wie naar C1 reikt, bouwt niet alleen een grotere receptieve woordenschat op, maar beheerst ook idioom, collocaties en register actief en kiest bij het schrijven en spreken bewust het precieze, idiomatisch juiste Duitse woord.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Je leest: „Der Klimawandel bedroht viele Tierarten; zahlreiche Arten könnten in den nächsten Jahrzehnten aussterben.” Je kent „bedroht” en „aussterben” niet zeker. Wat doe je?
Het thema is klimaat en natuur. „Der Klimawandel” (de klimaatverandering) is het onderwerp; de tweede zinshelft zegt dat „zahlreiche Arten” (talrijke soorten) iets zouden kunnen doen.
„aussterben” bestaat uit „aus-” (uit) en „sterben” (sterven): letterlijk uitsterven. Met de context (soorten en klimaat) is dat de enige logische betekenis — niet opzoeken.
Het werkwoord „bedrohen” verbindt de klimaatverandering met de soorten en heeft een dreigende lading: bedreigen. Ook hier is opzoeken overbodig.
Resultaat: Beide woorden zijn af te leiden: „bedrohen” = bedreigen, „aussterben” = uitsterven. Je hoeft niets op te zoeken en houdt tijd over voor de vraag. Kernzin: de klimaatverandering bedreigt veel diersoorten; talrijke soorten zouden kunnen uitsterven.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem een Duitstalige tekst van ongeveer een halve pagina (bijvoorbeeld een kort krantenartikel) en onderstreep alle woorden die je niet meteen kent. Bepaal per woord of je de betekenis uit de context of de woordvorm kunt afleiden, of dat je het zou moeten opzoeken. Streef ernaar dat je er hooguit drie hoeft op te zoeken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — woordenschat als voorwaardelijke (ondersteunende) vaardigheid (CvTE / Examenblad)
Afb. 1 — Duitse woordvorming
Leid de betekenis en het geslacht van „die Umweltverschmutzung” af zonder woordenboek, in: „Die Umweltverschmutzung ist ein großes Problem in vielen Großstädten.”
Splits van achteren naar voren: „Umwelt” (het milieu) + „Verschmutzung”. De kern is het laatste deel: „die Verschmutzung”.
„die Verschmutzung” komt van „verschmutzen” (vervuilen), met het achtervoegsel „-ung” — dus „de vervuiling”, en door „-ung” is het woord vrouwelijk: die.
„Verschmutzung” van de „Umwelt” = milieuvervuiling. Het geslacht volgt uit de kern: „die Verschmutzung”, dus „die Umweltverschmutzung”.
Resultaat: „die Umweltverschmutzung” = de milieuvervuiling. Door van achteren naar voren te ontleden vind je de kern („Verschmutzung”, vrouwelijk door „-ung”) en daarmee zowel de betekenis als het lidwoord: de milieuvervuiling is een groot probleem in veel grote steden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Ontleed de volgende woorden en leid de betekenis af: (1) „das Krankenhaus” (2) „die Arbeitslosigkeit” (3) „unfreundlich” (4) „die Geschwindigkeitsbegrenzung”. Benoem bij de samenstellingen wat de kern (het laatste deel) is en welk geslacht daaruit volgt, en bij de afleidingen wat het voor- of achtervoegsel doet.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — woordenschat als voorwaardelijke (ondersteunende) vaardigheid (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — Soorten valse vrienden (falsche Freunde)
Vertaal correct en verklaar de valstrik: „Im Sommer schwimmen wir jeden Tag im See.”
„See” lijkt op het Nederlandse „zee”, maar „der See” (mannelijk, hier in de Dativ „im See”) betekent het meer. De zee zou „das Meer” of „die See” zijn.
Men zwemt „jeden Tag” (elke dag) ergens in — een meer past logisch bij dagelijks zwemmen dichtbij huis, en het lidwoord „der See” bevestigt de betekenis meer.
„Im Sommer schwimmen wir jeden Tag im See.” wordt: „In de zomer zwemmen we elke dag in het meer.” — niet in de zee.
Resultaat: „im See” betekent in het meer, niet in de zee. De klankgelijkenis met „zee” is de valstrik; het geslacht („der See”) en de context wijzen naar de juiste betekenis: in de zomer zwemmen we elke dag in het meer.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vertaal de gemarkeerde woorden correct en let op de valse vrienden: (1) „Mein Hund bellt jede Nacht.” (2) „Im Sommer baden wir gern im See.” (3) „Ich mag keinen Kaffee.” (4) „Sei brav!” Leg bij elke zin uit waarom de voor de hand liggende Nederlandse vertaling fout zou zijn.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — woordenschat als voorwaardelijke (ondersteunende) vaardigheid (CvTE / Examenblad)
Wat betekent de zin „Bei Mathe verstehe ich nur Bahnhof.”, en waarom werkt een letterlijke vertaling niet?
Letterlijk staat er „bij wiskunde versta ik alleen station” — dat is onzin en past niet bij de context van een schoolvak. Dat is het signaal dat het om een vaste uitdrukking gaat.
„nur Bahnhof verstehen” is een Redewendung: de losse woorden dragen de betekenis niet, de uitdrukking als geheel wel. Ze betekent er helemaal niets van begrijpen.
Toegepast op de context: bij het vak wiskunde begrijpt de spreker er niets van. „Mathe” is bovendien de informele verkorting van „Mathematik”.
Resultaat: „Bei Mathe verstehe ich nur Bahnhof.” betekent: „Van wiskunde snap ik helemaal niets.” De letterlijke vertaling faalt omdat het een idioom (Redewendung) is dat je als geheel moet kennen — herkenbaar doordat de woord-voor-woordlezing geen zin heeft.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Doe twee opdrachtjes. (1) Vertaal de collocaties en idiomen en geef aan of het een vaste combinatie of een Redewendung is: „eine Frage stellen”, „Angst haben vor”, „jemandem die Daumen drücken”, „Schwein haben”. (2) Herschrijf de informele zin „Hallo, kannst du mir mal helfen?” naar een formeel register met „Sie” en een gepaste aanhef.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — woordenschat als voorwaardelijke (ondersteunende) vaardigheid (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen