Kijk- en luistervaardigheid (domein B) is de receptieve vaardigheid waarmee je gesproken en audiovisueel Duits begrijpt: je haalt er hoofdzaken, details, standpunten en de toon van sprekers uit. Deze vaardigheid wordt in het schoolexamen (SE) getoetst — meestal met een kijk- en luistertoets — en dus niet in het centraal examen, want het CE Duits toetst uitsluitend leesvaardigheid. De precieze vorm (aantal fragmenten, vraagtypen, hulpmiddelen en weging) legt je school vast in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA).
4 Onderdelen~19 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Kijk- en luistervaardigheid is schoolexamenstof (domein B): je begrijpt de hoofdlijn en de belangrijkste details van duidelijk gesproken, audiovisueel Duits en beantwoordt daarover vragen.
verhoogd niveau
Wie naar B2/C1 reikt, volgt ook sneller, natuurlijk gesproken Duits met regionale kleuring (D-A-CH), vat impliciete standpunten en ironie, en verliest de draad niet bij een enkel onbekend woord.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Een medeleerling vraagt: „Moet ik voor mijn centraal examen Duits ook een luistertoets maken?” Wat is het juiste antwoord, en waar vind je de details van de luistertoets?
Het centraal examen Duits toetst uitsluitend leesvaardigheid (domein A). Luisteren zit daar niet in, dus in het CE hoef je geen luistertoets te maken.
Kijk- en luistervaardigheid is domein B en hoort bij het schoolexamen (SE). Je maakt de luistertoets dus wél, maar op school, niet als centraal examen.
De vorm, het aantal fragmenten, de hulpmiddelen en de weging staan in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) van je school; vraag je docent naar de precieze opzet.
Resultaat: Nee: in het centraal examen Duits zit geen luistertoets, want het CE toetst alleen leesvaardigheid. De kijk- en luistertoets valt onder het schoolexamen (domein B); de precieze opzet staat in het PTA van je school.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bekijk een kort Duits nieuwsfragment (bijvoorbeeld van de Tagesschau of ZDF) van hooguit twee minuten. Formuleer bij het fragment zelf vier vragen: één naar de hoofdzaak, één naar een detail, één naar de toon van een spreker en één naar diens bedoeling. Wissel de vragen uit met een klasgenoot en controleer elkaars antwoorden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein B, kijk- en luistervaardigheid (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Afb. 1 — Luisterstrategie per luisterdoel
Bij een reportage over een Duitse stad luidt de vraag: „Wie viele Einwohner hat die Stadt?” Welke luisterstrategie past hierbij (Afb. 1), en hoe pak je het aan?
De vraag zoekt één specifiek gegeven — een getal (het aantal inwoners). Dat is geen hoofdzaak- maar een detailvraag.
Bij een detail hoort gericht luisteren (Afb. 1): je zoekt gericht naar een getal in combinatie met een woord als „Einwohner”, en negeert de rest even.
Voorspel dat er een getal genoemd wordt en houd je oren open voor cijfers gevolgd door „Einwohner”, bijvoorbeeld „rund 300.000 Einwohner”.
Resultaat: Het is een detailvraag, dus je luistert gericht: je zoekt naar een getal bij „Einwohner”. Door dat vooraf te voorspellen vind je het antwoord zonder je te verliezen in de rest van de reportage.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een Duits audiofragment van twee à drie minuten. Luister de eerste keer alleen naar de hoofdlijn en noteer in één Nederlandse zin waar het over gaat (globaal luisteren). Formuleer daarna drie detailvragen en luister een tweede keer gericht om die te beantwoorden. Merk op hoe anders je de tweede keer luistert.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein B, kijk- en luistervaardigheid (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
In een fragment hoor je: „Also, ich hab's ehrlich gesagt nicht gesehen, aber es gibt's bestimmt im Netz.” Waarom klinken „hab's” en „gibt's” onbekend, en wat betekent de zin?
„hab's” is de samentrekking van „habe es” en „gibt's” van „gibt es”. In de spreektaal versmelt het werkwoord met het korte „es” — het zijn geen nieuwe woorden.
„Also” en „ehrlich gesagt” zijn opvul- en toonwoorden (eerlijk gezegd); ze dragen geen kerninformatie en hoef je niet letterlijk te wegen.
De kern is: de spreker heeft iets niet gezien, maar het staat vast wel „im Netz” (op het internet). Zo blijft de betekenis overeind ondanks de spreektaal.
Resultaat: „hab's” en „gibt's” zijn gewoon „habe es” en „gibt es” in spreektaal, geen onbekende woorden. De zin betekent: „Nou, ik heb het eerlijk gezegd niet gezien, maar het staat vast wel op internet.” Wie de samentrekkingen herkent, houdt moeiteloos de draad vast.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beluister een informeel Duits fragment (bijvoorbeeld een vlog of een straatinterview) en schrijf drie samengetrokken of informele vormen op die je hoort (zoals „gibt's”, „hab's”, „'ne”, „nix”). Noteer de volledige, geschreven vorm ernaast en let erop hoe vaak zulke vormen voorkomen in natuurlijk gesproken Duits.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein B, kijk- en luistervaardigheid (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — De luisterroute in de toets
In een fragment zegt een spreker: „Ich nehme nie das Auto zur Arbeit; ich fahre lieber mit dem Fahrrad.” Bij de vraag „Wie fährt sie zur Arbeit?” is optie A „mit dem Auto” en optie B „mit dem Fahrrad”. Kies en verklaar.
Optie A („mit dem Auto”) herhaalt het gehoorde woord „Auto”, maar de spreker zei juist „Ich nehme nie das Auto” — een ontkenning. De woordval lokt je naar het herkende woord.
De spreker zegt de fiets te verkiezen: „ich fahre lieber mit dem Fahrrad”. Dat is de daadwerkelijke inhoud, los van welk woord het bekendst klonk.
Het juiste antwoord is B („mit dem Fahrrad”), omdat het klopt met wat de spreker zegt; A is een afleider die op de woordherkenning speelt.
Resultaat: Antwoord B („mit dem Fahrrad”). De ontkenning „nie” maakt „Auto” tot een woordval; kies altijd op grond van de inhoud van het fragment, niet van een herkend woord.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem een Duits audiovisueel fragment met meerkeuzevragen (bijvoorbeeld uit oefenmateriaal van je docent) en doorloop bewust de route van Afb. 2. Lees eerst de vragen, voorspel op grond van titel en beeld, luister globaal en dan gericht, en streep per vraag eerst de duidelijk foute afleiders weg. Let daarbij bewust op de woordval — een optie die een gehoord woord herhaalt maar toch fout is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein B, kijk- en luistervaardigheid (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen