- Centraal examen (CE) — historische contexten
- Het CE havo toetst de historische denk- en redeneervaardigheden toegepast op de tien tijdvakken (oriëntatiekennis) en op drie verplichte historische contexten die per examenjaar worden vastgesteld. Voor het examen 2024–2026 zijn dat: Het Britse rijk (1585–1900), Duitsland in Europa (1918–1991) en Nederland (1948–2008). Duur: 3 uur (180 minuten), één papieren examen.
- Vorm en beoordeling
- Open vragen met een gesloten correctievoorschrift: voornamelijk bronvragen (analyse, redeneren, standplaatsbepaling) en redeneervragen over oorzaak/gevolg en continuïteit/verandering. Elke vraag heeft een maximumscore in punten; de N-term wordt na afname per jaar vastgesteld. Er is één tijdvak (eerste tijdvak, mei) en een herkansing (tweede tijdvak, juni).
- Schoolexamen (SE)
- Het SE toetst de overige eindtermen en stof die de school kiest (bijvoorbeeld extra tijdvakken-diepgang, een historische vaardigheidstoets, een praktische opdracht of een profielwerkstuk-onderdeel). De verdeling CE/SE en het gewicht van deelcijfers legt de school vast in het PTA; het eindcijfer is het gemiddelde van CE en SE.
- Kenmerkende aspecten
- De tien tijdvakken bevatten samen 49 kenmerkende aspecten. Deze vormen de oriëntatiekennis: je moet gebeurtenissen, personen en ontwikkelingen kunnen plaatsen in het juiste tijdvak, ze koppelen aan het passende kenmerkende aspect en ermee redeneren. De kenmerkende aspecten worden op het CE niet los bevraagd maar altijd toegepast op bronnen en contexten.