Loading
Loading
Het negende tijdvak (1900-1950) is de eeuw van de uitersten: twee wereldoorlogen, totalitaire ideologieën (communisme/stalinisme, fascisme, nationaalsocialisme) die met moderne propaganda hele volken meesleepten, de crisis van het wereldkapitalisme na de beurskrach van 1929, en verwoesting op nooit eerder vertoonde schaal die uitliep op de Holocaust en de atoombom. Nederland bleef neutraal in de Eerste Wereldoorlog, maar werd van 1940 tot 1945 door nazi-Duitsland bezet, met Jodenvervolging, verzet, de Hongerwinter en ten slotte de bevrijding.
4Onderdelenca. 19min leestijd3VaardighedenNiveauStandaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
De totalitaire ideologieën met hun propaganda, de crisis van het wereldkapitalisme, de twee wereldoorlogen, de Duitse bezetting van Nederland en de Holocaust zijn de kern van dit tijdvak op het CE.
verhoogd niveau
Verdieping (SE): het verband tussen ideologie, propaganda en genocide, en de vraag hoe een moderne, geïndustrialiseerde samenleving tot massavernietiging (Holocaust, atoombom) in staat bleek.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De drie totalitaire ideologieën vergeleken
Toon aan dat nazi-Duitsland een totalitaire staat was en niet zomaar een gewone dictatuur.
Een gewone dictatuur onderdrukt politieke tegenstand en houdt de macht met geweld, maar laat het dagelijks leven van de burger grotendeels met rust.
Het regime wilde ook de economie, de opvoeding (Hitlerjugend), de vrije tijd, de pers en zelfs het denken sturen, met massapropaganda, censuur en indoctrinatie.
Doordat de nazistaat het hele leven van de burger wilde beheersen en één ideologie oplegde, was hij totalitair — een veel verdergaande greep dan een gewone dictatuur.
Resultaat: Nazi-Duitsland streefde naar controle over álle terreinen van het leven met behulp van moderne propaganda en terreur; die alomvattende beheersing maakt het een totalitaire staat, niet slechts een dictatuur.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg met behulp van een affiche of een radiofragment uit een totalitair regime uit hoe moderne propaganda- en communicatiemiddelen werden ingezet om de bevolking te beïnvloeden. Beredeneer waarom juist de twintigste eeuw hiervoor de mogelijkheden bood.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — totalitaire ideologieën en propaganda (CvTE / Examenblad)
De weg naar de Tweede Wereldoorlog
Leg uit hoe de beurskrach van 1929 uiteindelijk hielp om Hitler in 1933 aan de macht te brengen.
De beurskrach van 1929 leidde tot de Grote Depressie, die vanuit de VS ook Duitsland trof met massale werkloosheid en armoede.
De wanhoop onder de bevolking ondermijnde het vertrouwen in de democratie; veel kiezers wendden zich tot radicale partijen die eenvoudige oplossingen en een schuldige beloofden.
De nazi's wonnen zo sterk aan steun dat Hitler in 1933 langs deels legale weg rijkskanselier werd en daarna de democratie uitschakelde.
Resultaat: De economische crisis na 1929 zorgde voor massawerkloosheid en wanhoop, waardoor de radicale nazi's aanhang wonnen en Hitler in 1933 aan de macht kon komen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg met behulp van een bron (bijvoorbeeld een werkloosheidscijfer of een spotprent) uit hoe de crisis van het wereldkapitalisme na 1929 bijdroeg aan de opkomst van Hitler. Beredeneer daarna hoe de Vrede van Versailles en de crisis samen de weg naar de Tweede Wereldoorlog effenden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — crisis van het wereldkapitalisme (CvTE / Examenblad)
Sleutelgebeurtenissen 1914-1945
Leg uit welk verschil er bestaat tussen aanpassing, collaboratie en verzet tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
De meeste mensen pasten zich noodgedwongen aan de bezetter aan om het dagelijks leven zo goed en zo kwaad als het ging voort te zetten.
Sommigen, zoals leden van de NSB, kozen actief de kant van de Duitsers en werkten met hen samen.
Een minderheid verzette zich juist actief: illegale kranten, hulp aan onderduikers, spionage en sabotage — met groot levensgevaar.
Resultaat: Aanpassing was meegaan om te overleven, collaboratie was actief samenwerken met de bezetter, en verzet was actief tegenwerken; het onderscheid draait om de houding tegenover nazi-Duitsland.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg met behulp van een bron over de Hongerwinter uit hoe de burgerbevolking bij de oorlog betrokken raakte. Beredeneer waarom het westen van Nederland pas in 1945 werd bevrijd, terwijl het zuiden al in 1944 vrij was.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — Tweede Wereldoorlog en bezetting (CvTE / Examenblad)
Van racisme naar genocide
Toon aan dat de Holocaust alleen mogelijk was doordat een moderne staat zijn middelen ervoor inzette.
Het nazisme verklaarde de Joden tot minderwaardig en maakte hun uitroeiing tot doel; racisme leverde het motief.
De „Endlösung” werd bureaucratisch georganiseerd (o.a. op de Wannsee-conferentie in 1942) en met registratie, doorgangskampen als Westerbork en spoorwegen uitgevoerd.
Niet alleen nazi's, maar ook gewone ambtenaren, politie en spoorwegpersoneel werkten mee, waardoor de moord industrieel en systematisch kon verlopen.
Resultaat: De Holocaust combineerde een racistische ideologie met de bureaucratie, techniek en spoorwegen van een moderne staat en de medewerking van velen; juist die combinatie maakte de systematische genocide mogelijk.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg met behulp van een bron over Westerbork uit hoe de Jodenvervolging in Nederland in fasen verliep. Beredeneer waarom de betrokkenheid van gewone ambtenaren en de bureaucratie de Holocaust mogelijk maakte.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — racisme, genocide en massavernietiging (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen