Loading
Loading
Het achtste tijdvak (1800-1900) is de eeuw van de industriële revolutie: de stoommachine, de fabriek en de spoorweg maakten van agrarische samenlevingen industriële samenlevingen, met Groot-Brittannië voorop. De nieuwe fabrieksarbeid riep de sociale kwestie op en daarmee het socialisme en de vakbonden, terwijl de industrialisatie ook een modern imperialisme voedde dat in de Wedloop om Afrika culmineerde. In Nederland bracht de Grondwet van Thorbecke (1848) de parlementaire democratie, kwam de industrialisatie pas rond 1870 goed op gang en werd Nederlands-Indië via het cultuurstelsel uitgebuit.
4Onderdelenca. 18min leestijd4VaardighedenNiveauStandaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
De industriële revolutie, de sociale kwestie, het moderne imperialisme en de opkomst van de politiek-maatschappelijke stromingen met de democratisering zijn de kenmerkende aspecten van dit tijdvak.
verhoogd niveau
Verdieping (SE): de causale samenhang industrialisatie → sociale kwestie → ideologieën en industrialisatie → imperialisme, plus de Nederlandse context (Thorbecke, schoolstrijd, kinderwetje, cultuurstelsel) in verband met de Europese ontwikkelingen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Tijdlijn van de negentiende eeuw
Verklaar aan de hand van minstens twee omstandigheden waarom de industriële revolutie juist in Groot-Brittannië begon.
Groot-Brittannië had grote voorraden steenkool en ijzererts; steenkool leverde de brandstof voor stoommachines, ijzer het materiaal voor machines, rails en fabrieken.
Winsten uit handel en een uitgestrekt koloniaal rijk leverden kapitaal om fabrieken te bouwen én een grote afzetmarkt om de massaproductie te verkopen.
Doordat grondstoffen, geld en markten in één land samenkwamen — bovendien met een stabiel bestuur — kon de mechanisatie hier het eerst tot een volledige industriële revolutie uitgroeien.
Resultaat: De combinatie van steenkool en ijzererts, kapitaal en koloniale afzetmarkten en een stabiel bestuur verklaart waarom Groot-Brittannië als eerste industrialiseerde en een voorsprong op landen als Nederland kreeg.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe de stoommachine en de spoorweg samen de overgang van een agrarische naar een industriële samenleving mogelijk maakten. Verklaar vervolgens waarom deze omslag in Groot-Brittannië eerder plaatsvond dan in Nederland.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — industriële revolutie (CvTE / Examenblad)
Industrialisatie drijft het imperialisme
Leg uit wat de afwezigheid van Afrikaanse vertegenwoordigers op de Conferentie van Berlijn (1884–1885) laat zien over het moderne imperialisme.
Aan tafel zaten uitsluitend Europese mogendheden; zij maakten onderling afspraken over hoe Afrika verdeeld en geclaimd mocht worden.
Geen enkele Afrikaanse leider was aanwezig; de bewoners van het continent werden niet geraadpleegd over de verdeling van hun eigen land.
Het laat de kern van het moderne imperialisme zien: Europa beschouwde zich als superieur en zag Afrika als gebied om te verdelen en te benutten, niet als volkeren met eigen rechten.
Resultaat: Dat Afrika zonder één Afrikaanse stem werd verdeeld, toont de Europese superioriteitsgedachte en de eenzijdige machtsverhouding die kenmerkend zijn voor het moderne imperialisme.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Toon met een redenering aan dat het moderne imperialisme samenhing met de industriële revolutie. Leg vervolgens uit waarom het Nederlandse cultuurstelsel een voorbeeld van koloniale uitbuiting is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — modern imperialisme en cultuurstelsel (CvTE / Examenblad)
De vijf politieke stromingen
Toon aan dat Nederland na 1848 wel een parlementaire democratie was, maar nog niet democratisch in de moderne zin.
De ministers werden verantwoordelijk aan het parlement (ministeriële verantwoordelijkheid) en de Tweede Kamer werd rechtstreeks gekozen; de macht lag dus bij een gekozen volksvertegenwoordiging, niet meer bij de koning.
Door het censuskiesrecht mochten alleen mannen die genoeg belasting betaalden stemmen; een kleine, rijke bovenlaag koos, de grote meerderheid was uitgesloten.
Het bestuur berustte op een gekozen parlement (parlementaire democratie), maar omdat vrijwel niemand mocht kiezen, was er nog geen democratie met algemeen kiesrecht — die zou pas via de voortschrijdende democratisering ontstaan.
Resultaat: Nederland kreeg in 1848 een parlementaire democratie met ministeriële verantwoordelijkheid en een gekozen Tweede Kamer, maar het beperkte censuskiesrecht maakte dat het nog geen democratie met algemeen kiesrecht was.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit welke veranderingen de Grondwet van Thorbecke (1848) in het Nederlandse bestuur bracht. Beredeneer waarom Nederland daarmee wel een parlementaire democratie, maar nog geen democratie met algemeen kiesrecht werd.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — stromingen en democratisering (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad
De sociale kwestie: socialisme, vakbonden en Marx#
●●●VertiefungLPexamenblad-nlKernpunten
Van industrialisatie naar ideologieën
Waarom sloten arbeiders zich aan bij een vakbond?
Leg met een redenering uit waarom een arbeider meer bereikte via een vakbond dan alleen.
Tegenover de fabrikant stond de losse arbeider zwak: wie klaagde of te veel loon vroeg, kon zo worden ontslagen en vervangen.
Als arbeiders zich verenigden en dreigden gezamenlijk te staken, kon de fabriek stil komen te liggen; die dreiging gaf hun een drukmiddel dat één arbeider nooit had.
Door samen te onderhandelen en te staken konden arbeiders betere lonen en werktijden afdwingen; collectieve actie herstelde deels de scheve machtsverhouding met de werkgever.
Resultaat: Een enkele arbeider was machteloos tegenover de fabrikant, maar via de vakbond en de dreiging van een gezamenlijke staking konden arbeiders wél druk uitoefenen en verbeteringen afdwingen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe de industrialisatie de sociale kwestie veroorzaakte. Beredeneer vervolgens waarom zowel het socialisme, de vakbonden als de sociale wetgeving (zoals het kinderwetje van 1874) als reacties op dezelfde sociale kwestie kunnen worden gezien.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — sociale kwestie en socialisme (CvTE / Examenblad)