Loading
Loading
Het tweede tijdvak (ca. 3000 v.Chr.–500 n.Chr.) is de klassieke oudheid: de Griekse stadstaten met hun wetenschappelijk denken, filosofie en de eerste democratie, en het Romeinse Rijk met zijn recht, bestuur en de klassieke vormentaal. Nederland raakte via de Romeinse grens aan de Rijn (de limes) bij deze wereld betrokken. Het tijdvak eindigt met de val van het West-Romeinse Rijk in 476 n.Chr.
4Onderdelenca. 21min leestijd4VaardighedenNiveauStandaard 3 · Verdieping 1
basisniveau
Het wetenschappelijk denken en de democratie in de Griekse stadstaat, de klassieke vormentaal, de groei van het Romeinse imperium (republiek → keizerrijk), de confrontatie met de Germaanse cultuur en de ontwikkeling van jodendom en christendom zijn de kenmerkende aspecten van dit tijdvak.
verhoogd niveau
Verdieping (SE): de doorwerking van de klassieke cultuur (recht, filosofie, architectuur) in latere tijdvakken en het lezen en duiden van Latijnse, Griekse en archeologische bronnen over de Lage Landen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Atheense versus moderne democratie
Beoordeel de bewering dat Athene „de eerste democratie” had. Leg uit waarom die bewering deels waar en deels misleidend is.
Athene was de eerste bekende samenleving waar burgers zelf, in de volksvergadering, over wetten en oorlog beslisten; het woord „democratie” (volksmacht) komt er zelfs vandaan, en Cleisthenes legde rond 508 v.Chr. de basis.
Het burgerschap was zeer beperkt: alleen vrije, in Athene geboren mannen mochten meedoen; vrouwen, slaven en vreemdelingen — samen de meerderheid — niet. Het was bovendien direct, niet representatief.
Athene was dus de eerste democratie in naam en beginsel, maar naar moderne maatstaven zeer onvolledig. Wie het „de eerste democratie” noemt, moet die beperking er expliciet bij zeggen.
Resultaat: De bewering klopt in beginsel (burgers beslisten zelf), maar is misleidend zonder de kanttekening dat slechts een minderheid meetelde; het was een directe, maar exclusieve democratie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vergelijk de Atheense democratie met een moderne parlementaire democratie op twee punten: wie mocht meebeslissen en hoe besluiten werden genomen. Beoordeel vervolgens met een argument of het juist is de Atheense democratie „de eerste democratie” te noemen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — Griekse cultuur, wetenschap en democratie (CvTE / Examenblad)
Pijlers van het Romeinse imperium
Toon met drie samenhangende factoren aan waarom het Romeinse Rijk eeuwenlang zo groot kon blijven.
Een beroepsleger van gedisciplineerde legioenen bewaakte de grenzen (de limes) en sloeg opstanden neer, zodat het rijk militair bijeenbleef.
Een net van verharde wegen, havens en aquaducten maakte snelle troepenverplaatsing, handel en bevoorrading mogelijk, waardoor het centrale gezag het hele rijk kon bereiken.
Een gemeenschappelijke taal, één munt en het Romeinse recht met het burgerschap bonden verschillende volken aan Rome en gaven bestuurlijke eenheid.
Resultaat: Leger, infrastructuur en bestuur/recht versterkten elkaar — militaire controle, snelle verbindingen en juridisch-bestuurlijke eenheid — en hielden zo het uitgestrekte imperium samen (Pax Romana).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Verklaar met behulp van drie samenhangende factoren waarom het Romeinse Rijk zo lang stand hield. Leg vervolgens uit waarom het Romeinse recht een blijvende erfenis wordt genoemd.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — Romeins imperium, republiek, keizerrijk en recht (CvTE / Examenblad)
Het christendom en de Romeinse staat
Een foto toont een 19e-eeuws museumgebouw met een rij hoge zuilen en een driehoekig fronton boven de ingang. Toon aan dat hier de klassieke vormentaal doorwerkt en verklaar de keuze.
De klassieke vormentaal is de Grieks-Romeinse bouwstijl met kenmerken als zuilenorden en een driehoekig fronton, gericht op harmonie en maat.
De hoge zuilen en het fronton op de foto zijn precies deze klassieke kenmerken; het gebouw grijpt dus terug op de oudheid (doorwerking / (neo)classicisme).
De klassieke vorm straalt gezag, waardigheid en beschaving uit; een museum (of bank of rechtbank) koos die vorm bewust om ernst en aanzien uit te drukken.
Resultaat: De zuilen en het fronton tonen dat de klassieke vormentaal uit de oudheid in de 19e eeuw doorwerkt; de bouwheer koos die stijl om gezag en waardigheid uit te stralen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Op een bron staat een 19e-eeuws bankgebouw met klassieke zuilen en een fronton. Leg uit welk kenmerkend aspect uit de oudheid hier doorwerkt en waarom de bouwheer voor juist deze vorm koos. Beschrijf daarnaast in de juiste volgorde de verandering in de positie van het christendom binnen het Romeinse Rijk.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — klassieke vormentaal, jodendom en christendom (CvTE / Examenblad)
Tijdlijn van de Grieks-Romeinse oudheid
Bij Nijmegen zijn Romeinse muntstukken, dakpannen met Latijnse stempels en resten van een badhuis gevonden. Toon met deze bron aan dat er romanisering plaatsvond.
Romanisering = het overnemen van Romeinse cultuur, taal en gewoonten door de inheemse bevolking in het grensgebied van het rijk.
Munten wijzen op de Romeinse geldeconomie; dakpannen met Latijnse stempels op de Romeinse taal en bouworganisatie; een badhuis op een typisch Romeinse leefwijze (thermen).
Deze materiële resten laten samen zien dat Romeinse gewoonten (geld, taal, badcultuur) tot in Nijmegen ingang vonden — concreet bewijs van romanisering.
Resultaat: De munten, Latijnse stempels en het badhuis tonen samen aan dat Romeinse geld-, taal- en leefgewoonten in de Lage Landen werden overgenomen: romanisering.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Verklaar met behulp van interne én externe oorzaken waarom het West-Romeinse Rijk in de vierde en vijfde eeuw ineenstortte. Beoordeel vervolgens met een argument of het jaar 476 een echte breuk of vooral een symbolisch keerpunt is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — Romeinen in de Lage Landen en de val van Rome (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen