Loading
Loading
Deze historische context volgt hoe een klein eiland aan de rand van Europa in ruim drie eeuwen uitgroeide tot het grootste imperium ter wereld. De rode draad loopt van Engelands opkomst als handels- en zeemacht onder Elizabeth I, via de constitutionele revoluties (Burgeroorlog, Glorious Revolution) en de trans-Atlantische slavenhandel, naar de Industriële Revolutie en het Victoriaanse imperialisme. Je leert de samenhang tussen zeemacht, handel, slavernij, industrialisatie en imperialisme te doorzien en bronnen erover kritisch te lezen.
5Onderdelenca. 24min leestijd4VaardighedenNiveauStandaard 3 · Verdieping 2
basisniveau
Voor het CE moet je de kenmerkende aspecten van deze context (zeemacht, handelskapitalisme, constitutionele monarchie, slavernij, industrialisatie, imperialisme) kunnen herkennen, plaatsen op de tijdbalk 1585–1900 en toepassen op bronnen.
verhoogd niveau
Verdieping (SE): de wisselwerking tussen economische macht (handel, industrie) en politieke ontwikkeling, en de standplaatsgebondenheid van Britse en niet-Britse bronnen over slavernij en imperialisme.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Tijdbalk Het Britse rijk 1585–1900
Zeemacht, mercantilisme en handel
Leg uit waarom de nederlaag van de Spaanse Armada in 1588 in de Engelse geschiedschrijving als een keerpunt geldt, ook al werd Engeland er niet meteen de machtigste staat door.
Spanje was de dominante katholieke wereldmacht met zilver uit Amerika; Engeland was een kleinere protestantse staat die de Nederlandse opstandelingen steunde.
Filips II's invasievloot werd door Engelse schepen, brandschepen en zware stormen grotendeels vernietigd; de geplande verovering van Engeland mislukte.
De nederlaag brak de mythe van de Spaanse onoverwinnelijkheid, gaf Engeland zelfvertrouwen en ruimte voor eigen expansie, en werd in de nationale herinnering het geboortejaar van Engeland als zeemacht — een symbolische, geen onmiddellijk-machtspolitieke ommekeer.
Resultaat: 1588 geldt als keerpunt omdat het de Spaanse dominantie doorbrak en de weg vrijmaakte voor Engelse zeemacht en expansie; de werkelijke opbouw van het imperium kwam pas in de zeventiende en achttiende eeuw.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg met behulp van de begrippen zeemacht, mercantilisme en handelscompagnie uit hoe Engeland tussen 1585 en circa 1700 een handels- en koloniaal imperium begon op te bouwen. Betrek daarbij de betekenis van de nederlaag van de Armada (1588).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — historische context Het Britse rijk (CvTE / Examenblad)
Weg naar de constitutionele monarchie
Toon met twee bepalingen uit de Bill of Rights (1689) aan dat Engeland een constitutionele monarchie werd en geen absolute monarchie zoals Frankrijk.
In een absolute monarchie (Frankrijk onder Lodewijk XIV) bezit de koning alle macht: hij maakt wetten, heft belastingen en houdt een leger zonder verantwoording aan een parlement.
De Bill of Rights bepaalde dat de koning geen belastingen mocht heffen zonder toestemming van het parlement — het financiële machtsmiddel lag dus bij het parlement.
De koning mocht geen staand leger houden en geen wetten opschorten zonder het parlement; bovendien moesten er regelmatig vrije verkiezingen zijn.
Doordat belasting, leger en wetgeving aan de instemming van het parlement waren gebonden, regeerde de koning binnen wettelijke grenzen: dat is per definitie een constitutionele, geen absolute monarchie.
Resultaat: Omdat de Bill of Rights de koning verbood zonder het parlement belasting te heffen, een leger te houden of wetten op te schorten, was de vorstenmacht wettelijk begrensd — Engeland werd een constitutionele monarchie, het tegendeel van het Franse absolutisme.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beredeneer hoe Engeland tussen 1642 en 1689 veranderde van een monarchie met absolutistische aanspraken in een constitutionele monarchie. Gebruik in je antwoord de Burgeroorlog, de terechtstelling van Karel I, de Glorious Revolution en de Bill of Rights.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — constitutionele ontwikkeling in Engeland (CvTE / Examenblad)
Twee stappen in de afschaffing
De driehoekshandel
Leg uit waarom de afschaffing van de slavenhandel in 1807 niet betekende dat er in het Britse rijk geen slavernij meer bestond.
De Slave Trade Act van 1807 verbood het kopen en over de oceaan verschepen van tot slaaf gemaakte mensen door Britse onderdanen — dus de handel.
Mensen die al tot slaaf waren gemaakt en op de plantages werkten, bleven onvrij; hun status als 'eigendom' veranderde niet.
Pas de Abolition Act van 1833 (in werking vanaf 1834) schafte de slavernij zelf in vrijwel het hele Britse rijk af — met, omstreden, compensatie aan de eigenaren.
Resultaat: 1807 verbood alleen de handel, niet het bezit; de slavernij zelf bleef bestaan tot de wet van 1833, zodat tussen 1807 en 1833 in de Britse koloniën nog steeds mensen tot slaaf werden gehouden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een Britse bron uit 1830 klaagt een plantage-eigenaar dat afschaffing van de slavernij hem zal ruïneren. Verklaar zijn standpunt vanuit zijn belangen en leg uit hoe een abolitionist uit dezelfde tijd de slavernij juist zou beoordelen. Betrek het verschil tussen de afschaffing van de handel (1807) en van de slavernij (1833).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — slavenhandel en afschaffing in het Britse rijk (CvTE / Examenblad)
Motoren van de industrialisatie
Leg met een oorzaak-gevolgredenering uit hoe de invoering van de stoommachine uiteindelijk tot de sociale kwestie leidde.
De verbeterde stoommachine (Watt, vanaf 1769) maakte krachtige, plaatsonafhankelijke aandrijving van machines mogelijk.
Machines werden samengebracht in fabrieken; de productie verplaatste zich van huisnijverheid naar grote bedrijven in de steden, die snel groeiden.
Arbeiders, ook vrouwen en kinderen, werkten lange dagen tegen lage lonen in gevaarlijke fabrieken en woonden in overvolle, ongezonde wijken; er ontstond een scherpe tegenstelling tussen fabrieksbezitters en arbeiders.
Deze misstanden — samen 'de sociale kwestie' — wekten verzet en riepen om hervorming van arbeid, wonen en op termijn ook het kiesrecht.
Resultaat: De stoommachine maakte fabrieksmatige productie in snel groeiende steden mogelijk; de slechte arbeids- en woonomstandigheden en de nieuwe klassentegenstelling die daaruit voortkwamen, vormen de sociale kwestie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Verklaar met minstens drie oorzaken waarom de Industriële Revolutie juist in Groot-Brittannië begon. Leg vervolgens uit welke nieuwe sociale problemen (de sociale kwestie) daaruit voortkwamen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — Industriële Revolutie in Groot-Brittannië (CvTE / Examenblad)
Van zeemacht tot wereldimperium
Toon aan dat er een verband bestaat tussen de Industriële Revolutie en het moderne imperialisme van de late negentiende eeuw.
De groeiende fabrieksindustrie had grote hoeveelheden grondstoffen nodig (katoen, rubber, metalen) die koloniën in Afrika en Azië konden leveren.
De fabrieken produceerden méér dan het eigen land kon opnemen; koloniën boden gedwongen afzetmarkten voor Britse fabrieksgoederen.
Koloniën golden als teken van nationale grootheid; de rivaliteit tussen industriële grootmachten voedde de wedloop om gebieden, zoals in de Scramble for Africa (Berlijn 1884–1885).
De industrie leverde bovendien de technische middelen (stoomschepen, spoorwegen, wapens) om verre gebieden te veroveren en te beheersen.
Resultaat: De industrialisatie schiep de behoefte aan grondstoffen en afzetmarkten én de technische middelen om koloniën te veroveren; samen met prestige en rivaliteit verklaart dat het moderne imperialisme — het imperialisme hangt dus rechtstreeks met de industrialisatie samen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Verklaar met minstens drie oorzaken waarom de Europese landen, en Groot-Brittannië in het bijzonder, zich in de late negentiende eeuw in een wedloop om koloniën in Afrika stortten. Leg daarbij het verband met de industrialisatie.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — imperialisme en het Victoriaanse rijk (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen