Loading
Loading
De tien tijdvakken met hun namen en jaargrenzen vormen de chronologische ruggengraat van het examen; samen bevatten ze 49 kenmerkende aspecten die je als oriëntatiekennis paraat moet hebben. Dit onderwerp geeft het overzicht: de indeling, de logica achter de namen, hoe je kenmerkende aspecten leert herkennen en toepassen op bronnen en de historische contexten, en een systematisch overzicht van de aspecten per tijdvak.
4Onderdelenca. 21min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
De tien tijdvakken en de kenmerkende aspecten zijn verplichte oriëntatiekennis voor het CE; je past ze toe op bronnen en op de historische contexten.
verhoogd niveau
Op het SE kun je één tijdvak verdiepen of de kenmerkende aspecten koppelen aan een thematisch onderzoek (bijvoorbeeld staatsvorming of arbeidsverhoudingen door de eeuwen heen).
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Meesterlijn: de tien tijdvakken
In welk tijdvak plaats je de Vrede van Münster (1648) en welk kenmerkend aspect past erbij? Onderbouw je keuze.
1648 valt in de zeventiende eeuw, dus in het tijdvak 1600–1700: de tijd van regenten en vorsten.
De Vrede van Münster erkende de onafhankelijkheid van de Republiek en hoort bij het kenmerkende aspect over het streven van vorsten naar absolute macht — afgezet tegen de Republiek als bijzondere staatsvorm zonder vorst.
De vrede sloot de Tachtigjarige Oorlog af (1568–1648) en bevestigde de Republiek als soevereine staat naast de door vorsten geregeerde landen — precies het thema van dit tijdvak.
Resultaat: De Vrede van Münster (1648) hoort in de tijd van regenten en vorsten (1600–1700) en illustreert de uitzonderlijke positie van de Republiek tegenover het streven van vorsten naar absolute macht.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Noem de tien tijdvakken in volgorde met hun jaargrenzen. Leg vervolgens uit waarom de grens '1500' tussen tijdvak 4 en 5 een zinvolle maar toch kunstmatige afspraak is, en geef één gebeurtenis rond 1500 die de grens ondersteunt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — tien tijdvakken (CvTE / Examenblad)
Kenmerkende aspecten geordend per dimensie
Een bron toont een negentiende-eeuwse fabriek met kinderen die lange dagen aan machines werken. Bij welk kenmerkend aspect past deze bron en waarom?
Een fabriek met machines en kinderarbeid hoort bij de industrialisatie: de tijd van burgers en stoommachines (1800–1900).
Het passende kenmerkende aspect is dat van de industriële revolutie (de opkomst van de industriële productiewijze) en de sociale kwestie — de moderne fabrieksarbeid en de misstanden die daaruit voortkwamen.
De machines wijzen op mechanisatie en fabrieksproductie; de kinderarbeid en de lange werkdagen zijn de 'sociale kwestie' die uiteindelijk tot arbeiderswetgeving en emancipatiebewegingen leidde.
Resultaat: De bron past bij het kenmerkende aspect van de industriële productiewijze en de sociale kwestie (tijd van burgers en stoommachines), herkenbaar aan de machines en de kinderarbeid.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies de kenmerkende aspecten die met staatsvorming en machtsverhoudingen te maken hebben en beschrijf hoe de staatsvorming zich van de tijd van Grieken en Romeinen tot de tijd van burgers en stoommachines ontwikkelde. Verbind daarbij ten minste vier tijdvakken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — kenmerkende aspecten (CvTE / Examenblad)
De 49 kenmerkende aspecten per tijdvak
Het kenmerkende aspect luidt: 'de opkomst van de standenmaatschappij en het feodale stelsel'. In welk(e) tijdvak(ken) hoort dit thuis, en welk concreet voorbeeld past erbij?
Het gaat om feodale verhoudingen (grond en trouw-eed) en een samenleving in standen. Feodale verhoudingen ontstonden toen het centrale Romeinse gezag was weggevallen.
Het ontstaan van feodale verhoudingen hoort in tijdvak 3, de tijd van monniken en ridders (500–1000); de standenmaatschappij als geheel keert ook terug in het ancien régime van tijdvak 7 (pruiken en revoluties).
Voorbeeld bij tijdvak 3: een heer die grond (een leen) aan een vazal geeft in ruil voor militaire dienst en trouw. Voorbeeld bij tijdvak 7: de indeling van Frankrijk vóór 1789 in geestelijkheid, adel en de derde stand, die de Franse Revolutie mede uitlokte.
Resultaat: Het aspect hoort primair bij tijdvak 3 (feodale verhoudingen), met een naklank in tijdvak 7 (de standenmaatschappij van het ancien régime); een leen-verhouding respectievelijk de drie standen van Frankrijk zijn passende concrete voorbeelden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Verdeel de volgende kenmerkende aspecten over het juiste tijdvak en noem per aspect een concreet voorbeeld: 'het streven van vorsten naar absolute macht', 'de opkomst van moderne vormen van imperialisme', 'de verspreiding van het christendom in geheel Europa' en 'de dekolonisatie'. Leg uit waarom de nieuwe tijd (tijdvak 5–8) meer aspecten telt dan de prehistorie.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — kenmerkende aspecten per tijdvak (CvTE / Examenblad)
Drie CE-contexten in de tijdvakken
Een affiche uit de Weimarrepubliek roept op tot stemmen tegen 'het Verdrag van Versailles'. Plaats de bron in het juiste tijdvak, koppel een kenmerkend aspect en verklaar met de context waarom Versailles zo omstreden was.
De Weimarrepubliek (1918–1933) valt in de tijd van wereldoorlogen (1900–1950).
Het aspect over totalitaire ideologieën en de crisis van de parlementaire democratie past hierbij: de wrok over Versailles ondermijnde de jonge democratie en gaf voeding aan radicale partijen.
Versailles (1919) legde Duitsland de schuldparagraaf, gebiedsverlies en zware herstelbetalingen op; veel Duitsers ervoeren dit als een vernedering ('Diktat'). Dat verklaart waarom een affiche tégen Versailles electoraal aansloeg.
Resultaat: De bron hoort in de tijd van wereldoorlogen, bij het aspect van de crisis van de democratie en de opkomende ideologieën; de wrok over Versailles verklaart de politieke lading van het affiche.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem de historische context 'Duitsland in Europa (1918–1991)'. Plaats de belangrijkste fasen ervan in de tien tijdvakken en koppel aan elke fase één passend kenmerkend aspect. Leg uit hoe de oriëntatiekennis je helpt de context beter te begrijpen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — historische contexten (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad