- Centraal examen (CE) — uitsluitend leesvaardigheid
- Het CE Engels VWO toetst alléén domein A (Leesvaardigheid). De kandidaat leest een reeks authentieke Engelse teksten (artikelen, betogen, columns, reportages en fragmenten) en beantwoordt daarover vragen in gemengde vormen: meerkeuzevragen, open vragen (doorgaans in het Nederlands te beantwoorden), citeervragen en invoeg-/gatvragen. Het streefniveau voor lezen is ERK B2, met teksten die tot C1 reiken. De exacte duur en het aantal vragen liggen per examenjaar vast in het rooster en de syllabus; het enige toegestane hulpmiddel is een woordenboek.
- Schoolexamen (SE) — luisteren, spreken, schrijven, literatuur, oriëntatie
- Het SE toetst de domeinen die niet in het CE zitten: domein B (kijk- en luistervaardigheid, vaak via de landelijke kijk- en luistertoets), domein C (gespreksvaardigheid: gesprekken voeren én spreken/presenteren), domein D (schrijfvaardigheid), domein E (literatuur: literaire ontwikkeling, literaire begrippen en literatuurgeschiedenis) en domein F (oriëntatie op studie en beroep). Vorm, aantal toetsen en weging liggen vast in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) van de school.
- Eindcijfer, normering en de kernvakkenregel
- Het eindcijfer is het (afgeronde) rekenkundige gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer; beide tellen dus voor de helft mee. De omzetting van de CE-score naar een cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE jaarlijks per vak vaststelt. Engels is een kernvak: onder de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde samen mag in de slaag-zakregeling ten hoogste één eindcijfer 5 staan, en geen enkel kernvak lager.
- Literatuur en ERK-niveaus (VWO)
- Voor het VWO leest de kandidaat voor Engels ten minste drie literaire werken en houdt daarover een leesdossier bij; anders dan op de HAVO hoort literatuurgeschiedenis nadrukkelijk tot de VWO-eindtermen (domein E). De productieve vaardigheden (spreken, schrijven) mikken op ERK-niveau B2. Woordenschat en grammatica zijn geen aparte toetsdomeinen, maar voorwaardelijke (ondersteunende) vaardigheden die in alle domeinen meewegen — in het CE via het lezen, in het SE via spreken en schrijven.