Spreekvaardigheid is het houden van een monoloog of presentatie in het Engels: gestructureerd, doel- en publiekgericht spreken met verzorgde uitspraak en intonatie. Dit is schoolexamenstof — domein C (gespreksvaardigheid), subdomein spreken/presenteren — want het CE Engels toetst uitsluitend leesvaardigheid. Het streefniveau is ERK B2: je kunt een duidelijke, samenhangende presentatie geven over een onderwerp binnen je interessegebied.
4 Onderdelen~15 min leestijd3 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Spreken/presenteren (domein C) is schoolexamenstof voor alle kandidaten; het CE Engels toetst alleen lezen.
verhoogd niveau
Wie vaker in het Engels presenteert of hardop oefent, wint de vloeiendheid en uitspraakcontrole die B2 vraagt.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
De opdracht luidt: „Give a five-minute presentation in English on a current social issue, then answer questions.” Bepaal het subdomein en waarop je beoordeeld wordt.
„Give a presentation” maakt het een monoloog: domein C, subdomein spreken/presenteren — je houdt zelf het woord (het aansluitende vragenrondje raakt aan gespreksvaardigheid).
Je mag de inhoud voorbereiden en structureren, maar beoordeeld word je op de uitvoering: structuur, uitspraak, vloeiendheid en publiekgerichtheid.
Een script voorlezen wordt bestraft; werk met steekwoorden op cue cards en spreek vrij, zodat je oogcontact houdt.
Resultaat: Het is een presentatietaak (domein C, spreken); bereid de structuur voor maar spreek vrij vanaf steekwoorden — de uitvoering, niet een voorgelezen tekst, telt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bereid een presentatie van drie minuten voor over een onderwerp dat je boeit, maar schrijf alleen steekwoorden op cue cards (geen volzinnen). Houd de presentatie, neem haar op, en beoordeel jezelf op de vier aspecten: inhoud, structuur, taal en uitvoering.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — domein C Gespreksvaardigheid (spreken en presenteren) (CvTE / Examenblad)
Afb. 1 — De presentatiestructuur met signposting
Je houdt een presentatie over „Should schools ban smartphones?”. Schets de opbouw met de signposts die je hardop uitspreekt.
Hook, onderwerp en preview: „Have you ever counted how often you check your phone in a lesson? Today I'll look at whether schools should ban smartphones, in three steps: the problem, the arguments, and my conclusion.”
Markeer elke stap: „Firstly, let's look at the problem …”, „Moving on to the arguments for and against …”, „This brings me to the other side …”.
Signaleer het slot en vat samen: „To sum up, I've argued that a full ban goes too far, but clear rules are needed. Thank you.”
Resultaat: Een hoorbaar gestructureerde presentatie: een preview in de inleiding, „Firstly / Moving on / This brings me to” in de kern en „To sum up” in het slot — zodat het publiek de opbouw hóórt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een onderwerp en schrijf alleen de signposting-zinnen van je presentatie uit: de preview in de inleiding, drie overgangen in de kern en de samenvattende slotzin. Houd de presentatie daarna en laat een luisteraar controleren of hij de drie punten hoorbaar herkende.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — domein C Gespreksvaardigheid (spreken en presenteren) (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — Aspecten van verstaanbare uitspraak
Je wilt in je presentatie zeggen: „These figures record a sharp rise, and that record is important.” Waar leg je de klemtoon in de twee keer „record”?
In „record a sharp rise” is „record” een werkwoord; in „that record” een zelfstandig naamwoord. Veel Engelse woorden verschuiven de klemtoon per woordsoort.
Als werkwoord: klemtoon achter — „reCORD”. Als zelfstandig naamwoord: klemtoon voor — „REcord”.
De verkeerde klemtoon maakt het woord minder verstaanbaar en kan de betekenis vertroebelen; de klemtoon draagt hier onderscheid.
Resultaat: Spreek uit: „These figures reCORD a sharp rise, and that REcord is important.” — werkwoord met klemtoon achter, zelfstandig naamwoord met klemtoon voor.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem een korte alinea uit je presentatie. Markeer de inhoudswoorden die je gaat beklemtonen, noteer bij twee woorden de juiste woordklemtoon, en spreek de alinea tweemaal in: één keer monotoon en één keer met bewuste klemtoon en intonatie. Vergelijk de verstaanbaarheid.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — domein C Gespreksvaardigheid (spreken en presenteren) (CvTE / Examenblad)
Afb. 3 — Omgaan met een vraag uit het publiek
Na je presentatie vraagt iemand iets wat je niet helemaal verstaat. Hoe reageer je volgens de routine van Afb. 3?
Vraag niet in paniek „What?”, maar check je begrip beleefd: „Sorry, could you repeat the question?” of parafraseer: „So you're asking whether …?”.
Geef een beknopt, gericht antwoord op precies die vraag — dwaal niet af naar je hele presentatie.
Sluit af met een check: „Does that answer your question?” — beleefd en publiekgericht.
Resultaat: Volg de routine: check je begrip („Could you repeat that?” / „So you're asking …?”), antwoord kort en gericht, en koppel terug met „Does that answer your question?” — zo blijf je ook bij een onverwachte vraag in control.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Houd je presentatie voor een klasgenoot en laat die daarna twee vragen stellen. Beantwoord elke vraag volgens de routine van Afb. 3 (begrip checken, kort antwoorden, terugkoppelen), en laat je toehoorder beoordelen op oogcontact, tempo en publiekgerichtheid.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — domein C Gespreksvaardigheid (spreken en presenteren) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen