Grammatica en taalverzorging vormen geen apart examendomein, maar een voorwaardelijke (ondersteunende) vaardigheid: correct en verzorgd Engels op B2-niveau maakt alle andere vaardigheden mogelijk. Taalverzorging wordt vooral beoordeeld binnen de schrijfvaardigheid (schoolexamen, domein D), en de kerngrammatica — werkwoordstijden, woordvolgorde, betrekkelijke en voorwaardelijke bijzinnen — is deels herhaling van de onderbouw. Dit onderwerp frist die kern op en richt zich op de contrastieve valkuilen tussen het Nederlands en het Engels.
4 Onderdelen~16 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Grammatica ondersteunt de hele examentraining: correct Engels helpt bij het lezen in het CE en is voorwaarde voor het schrijven in het SE.
verhoogd niveau
Wie naar C1 reikt, beheerst niet alleen de vormen maar ook het subtiele betekenisverschil (aspect, modaliteit) en past het bewust toe in eigen productie.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Waarom is „I have seen him yesterday” fout, en hoe hoort het? Verklaar de contrastieve oorzaak.
De zin is een letterlijke vertaling van „Ik heb hem gisteren gezien”, waarin het Nederlands de voltooid tegenwoordige tijd gebruikt.
Het Engels koppelt een afgesloten tijdstip (yesterday) verplicht aan de past simple, niet aan de present perfect. De present perfect verdraagt geen concreet verleden tijdstip.
De juiste vorm is „I saw him yesterday.”.
Resultaat: „I have seen him yesterday” (fout) tegenover „I saw him yesterday” (correct). De fout is een dutchism: het Nederlandse voltooid-tijdgebruik wordt ten onrechte op het Engels geplakt, terwijl „yesterday” in het Engels de past simple afdwingt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Verzamel drie eigen geschreven Engelse teksten (bijvoorbeeld oude SE-oefeningen) en noteer welke grammaticale fouten er terugkeren. Stel op basis daarvan je persoonlijke taalverzorgingschecklist van maximaal vier punten op.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — taalverzorging binnen domein D (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Afb. 1 — Werkwoordstijden op de tijdas
Kies de juiste tijd en licht toe: „I ___ (not / see) that film yet, but I ___ (see) its trailer last week.”.
„yet” wijst op present perfect: de handeling is (tot nu toe) niet gebeurd maar staat in verbinding met het heden. Dus: „I have not seen that film yet.”.
„last week” is een afgesloten tijdstip in het verleden en dwingt de past simple af. Dus: „I saw its trailer last week.”.
In één zin staan beide tijden naast elkaar, elk met hun eigen signaalwoord — precies het onderscheid dat het examen toetst.
Resultaat: „I have not seen that film yet, but I saw its trailer last week.” „yet” → present perfect (nu-relevantie); „last week” → past simple (afgesloten tijdstip).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vul de juiste tijd in en verantwoord je keuze: (1) „We ___ (live) here since 2015.” (2) „I ___ (call) you an hour ago.” (3) „Listen — someone ___ (knock) at the door.” (4) „By the time we arrived, the film ___ (already / start).” Benoem per zin het signaalwoord dat de tijd bepaalt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — taalverzorging binnen domein D (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Zet om in de indirecte rede: Tom zei: „I will finish the report tomorrow.”.
„will” verschuift naar „would”: de toekomende vorm gaat één stap terug in de tijd.
„I” verwijst naar Tom, dus wordt het „he”: „He would finish…”.
„tomorrow” wordt vanuit het vertelmoment „the next day” (of „the following day”).
Resultaat: „Tom said (that) he would finish the report the next day.” De drie verschuivingen — tijd (will → would), voornaamwoord (I → he) en tijdsaanduiding (tomorrow → the next day) — zijn alle drie toegepast.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zet de volgende zinnen om in de indirecte rede, ingeleid met „She said” of „She asked”: (1) „I am reading a book.” (2) „We have seen the film.” (3) „Where are you going?” (4) „I will call you tomorrow.” Let per zin op de backshift, de voornaamwoorden en de tijds- en plaatsaanduidingen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — taalverzorging binnen domein D (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — De vier conditionals
Vul in en benoem het type: „If I ___ (know) about the traffic, I ___ (leave) home earlier this morning.”.
„this morning” en de strekking (het is niet gebeurd, het is voorbij) wijzen op een onvervulde situatie in het verleden: dit is een third conditional.
Third conditional: if + past perfect. Dus „If I had known about the traffic…” — nadrukkelijk géén „would” na „if”.
Het gevolg krijgt „would have” plus voltooid deelwoord: „…I would have left home earlier this morning.”.
Resultaat: „If I had known about the traffic, I would have left home earlier this morning.” Type: third conditional (onvervuld verleden). Let op: „would have” staat in de hoofdzin, na „if” staat het past perfect.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Maak de conditionals af en benoem het type: (1) „If you ___ (mix) blue and yellow, you ___ (get) green.” (2) „If it ___ (be) sunny tomorrow, we ___ (go) to the beach.” (3) „If I ___ (be) you, I ___ (accept) the offer.” (4) „If she ___ (study) harder, she ___ (pass) the exam last year.” Let bij (3) en (4) op dat er na „if” géén „would” staat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — taalverzorging binnen domein D (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen