Het centraal examen (CE) Engels op het VWO is een leesexamen: het toetst uitsluitend leesvaardigheid (domein A) op ERK-streefniveau B2, met teksten die tot C1 reiken. Dit onderwerp legt uit wat het CE precies van je vraagt — relevante informatie selecteren, de hoofdgedachte en het tekstdoel bepalen, verbanden leggen en conclusies trekken over de bedoeling van de auteur — en hoe je van tekst naar antwoord komt. Het vormt de volledige kern van het centraal examen en is daarmee bepalend voor je eindcijfer Engels.
4 Onderdelen~16 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Leesvaardigheid is voor elke VWO-kandidaat de volledige inhoud van het centraal examen Engels.
verhoogd niveau
Wie talen in het profiel kiest, bouwt op dezelfde leesvaardigheid voort bij de literatuur en de productieve vaardigheden van het schoolexamen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — De zes examendomeinen: CE versus SE
Een leerling zegt: „Voor mijn eindcijfer Engels moet ik voor het centraal examen ook een presentatie houden en een brief schrijven.” Klopt dat? Licht toe.
Een presentatie houden hoort bij domein C (gespreksvaardigheid), een brief schrijven bij domein D (schrijfvaardigheid).
Het centraal examen toetst alléén domein A (leesvaardigheid); de domeinen C en D horen bij het schoolexamen.
De presentatie en de brief tellen wel mee voor het eindcijfer, maar via het schoolexamen, niet via het centraal examen.
Resultaat: Nee: het CE toetst uitsluitend leesvaardigheid. De presentatie (domein C) en de brief (domein D) horen bij het schoolexamen, dat samen met het CE het eindcijfer bepaalt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zoek een oud CE Engels VWO erbij (of een authentiek Engels opinieartikel). Bepaal per tekst het teksttype en het vermoedelijke tekstdoel, en noteer bij vijf vragen welke domein-A-vaardigheid (relevantie, hoofdgedachte, verband of conclusie) elke vraag toetst.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — De ERK-niveaus van A1 tot C2
Een columnist schrijft: „Oh, brilliant — another app to tell me I'm not exercising enough. Just what my self-esteem was missing.” Op welk begripsniveau (B2 of C1) ligt het begrijpen van deze zin, en waarom?
Letterlijk lijkt de schrijver blij: „brilliant” en „just what … was missing” klinken positief en waarderend.
De context (alwéér een app, over te weinig bewegen) maakt duidelijk dat de schrijver het tegenovergestelde bedoelt: dit is ironie of sarcasme.
Wie de zin letterlijk leest, mist de bedoeling. Ironie herkennen — betekenis tegen de letterlijke woorden in — is een C1-vaardigheid.
Resultaat: Het begrijpen ligt op C1-niveau: de woorden zijn positief, maar de bedoelde betekenis is spottend. De lezer moet de impliciete, ironische toon herkennen, wat verder gaat dan letterlijk B2-begrip.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem een Engels opinieartikel. Beoordeel met de gedachte achter de ERK-descriptoren of het B2 of C1 vraagt: kun je de hoofdlijn zonder woordenboek volgen (B2), of hangt het begrip af van impliciete betekenis en idioom (C1)? Onderbouw je oordeel met twee tekstkenmerken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Een tekst gaat over het thuiswerken sinds de pandemie en betoogt dat werkgevers werknemers meer vrijheid moeten geven. Wat is het onderwerp en wat is de hoofdgedachte?
Waaróver gaat de tekst? Over thuiswerken sinds de pandemie — dat is het thema.
Wat beweert de schrijver over dat thema? Dat werkgevers werknemers meer vrijheid moeten geven.
Het onderwerp is een thema (thuiswerken); de hoofdgedachte is het standpunt dat de schrijver over dat thema inneemt.
Resultaat: Onderwerp: thuiswerken sinds de pandemie. Hoofdgedachte: werkgevers moeten werknemers meer vrijheid in thuiswerken geven. De hoofdgedachte is de bewering, niet het thema.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem vijf vragen uit een oud CE Engels. Deel elke vraag in bij een van de vier domein-A-vaardigheden en verwoord in één zin wat de vraag precies van je vraagt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Bij een tekst staat: „Citeer het woord uit alinea 4 waarmee de schrijver zijn afkeer van de maatregel het duidelijkst uitdrukt.” Beschrijf hoe je dit systematisch aanpakt.
Vraagwerkwoord: „citeer” — je moet exact overnemen. Gevraagd: één woord, uit alinea 4, dat afkeer uitdrukt.
Ga naar alinea 4 en lees die nauwkeurig; zoek een woord met een duidelijk negatieve lading (bijvoorbeeld „appalling” of „disastrous”).
Neem precies dat ene Engelse woord over, zonder het te vertalen of aanhalingstekens toe te voegen, en blijf binnen de gevraagde omvang (één woord).
Resultaat: Je citeert exact één Engels woord uit alinea 4 dat de sterkste afkeer uitdrukt. De vraagvorm (citeer) en de omvang (één woord) bepalen dat je overneemt in het Engels, niet parafraseert of vertaalt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Maak één tekst uit een oud CE Engels op tijd. Pas de route toe (oriënteren → vraag → lokaliseren → intensief → antwoord), noteer per vraag hoeveel tijd je nodig had, en controleer achteraf of elk antwoord in de juiste vorm en taal staat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad