- Centraal examen (CE) — schriftelijk, ca. 3 uur
- Het centraal examen wiskunde B HAVO is een schriftelijk examen van ongeveer drie uur. Het bestaat uit een reeks opgaven — vaak in een context, maar bij wiskunde B ook regelmatig zuiver wiskundig (een formule, een grafiek, een meetkundige figuur) — verdeeld over meerdere opgavenclusters, samen goed voor ongeveer 80 punten. Per vraag staat het aantal te verdienen punten vermeld; het correctievoorschrift bepaalt de puntentoekenning, waarbij bij wiskunde B vaak punten staan op een complete, navolgbare uitwerking en niet alleen op het eindantwoord.
- Toegestane hulpmiddelen
- Tijdens het CE mag je een grafische rekenmachine gebruiken, samen met de gebruikelijke hulpmiddelen volgens de regeling. De grafische rekenmachine helpt bij het tekenen van grafieken, het benaderen van snijpunten, nulpunten en extremen en het controleren van een antwoord, maar bij veel wiskunde-B-vragen wordt juist een exacte, algebraïsche oplossing of een redenering gevraagd. Wiskunde B HAVO kent geen formuleblad: de rekenregels (machten, afgeleiden, goniometrie, de cosinus- en sinusregel) moet je zelf paraat hebben.
- Centraal-examenstof: functies, differentiaalrekening, goniometrie en meetkunde
- Het CE toetst de wiskundige en algebraïsche vaardigheden samen met de inhoudelijke domeinen: functies en grafieken (standaardfuncties, gebroken lineaire functies en asymptoten, vergelijkingen en ongelijkheden, evenredigheidsverbanden), goniometrische (periodieke) functies, meetkunde met coördinaten (afstanden en hoeken met Pythagoras en de sinus- en cosinusregel, vergelijkingen van lijnen en cirkels) en de differentiaalrekening (veranderingen en het differentiequotiënt, de afgeleide en de hellinggrafiek, de rekenregels voor differentiëren en de toepassingen bij extremen, raaklijnen en optimalisering). Veel opgaven combineren meerdere van deze domeinen in één vraag.
- Schoolexamen (SE) en normering
- Naast het centraal examen neemt de school een schoolexamen af dat onder andere de vaardigheden en de door het programma aan het SE toegewezen onderdelen toetst. Het eindcijfer is het gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer. De omzetting van de behaalde score op het CE naar een cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE elk jaar per vak vaststelt nadat de examens zijn gemaakt; daardoor staat de precieze grens tussen voldoende en onvoldoende pas na afname vast.