Loading
Loading
Wiskunde B draait om functies, en een handvol standaardfuncties vormt het alfabet waarmee je alle andere opbouwt: machtsfuncties, de wortelfunctie, exponentiële en logaritmische functies en de goniometrische functies sinus, cosinus en tangens. Dit onderwerp behandelt per familie de grafiekvorm, het domein en bereik, de bijzondere punten en asymptoten, en het gedrag. Daarna leer je hoe je met transformaties — verschuiven en vermenigvuldigen — uit een standaardfunctie een hele klasse functies maakt.
5Onderdelenca. 25min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 4
basisniveau
Ken van elke standaardfunctie de globale grafiekvorm, de bijzondere punten en de eventuele asymptoot uit het hoofd.
verhoogd niveau
Combineer de standaardfuncties met transformaties en redeneer over domein, bereik en symmetrie zonder eerst te plotten.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Machtsfuncties y = x² en y = x³
machtsfunctie
Bij even n is de grafiek symmetrisch in de y-as (bereik y ≥ 0); bij oneven n puntsymmetrisch in de oorsprong (bereik alle reële getallen).
wortelfunctie
De wortelfunctie is de macht met exponent een half; haar domein en bereik zijn beperkt tot niet-negatieve waarden.
De wortelfunctie y = √x
Gegeven is . Bepaal het domein en bereik, onderzoek de symmetrie en geef drie punten van de grafiek.
Voor elke reële x is x⁴ gedefinieerd, dus er is geen beperking op het domein.
De exponent 4 is even, dus f(−x) = (−x)⁴ = x⁴ = f(x): de grafiek is symmetrisch in de y-as. Een even macht is nooit negatief, dus het laagste punt is (0,0).
Vul een paar handige x-waarden in. Door de symmetrie liggen (1,1) en (−1,1) op gelijke hoogte.
Resultaat: Resultaat: heeft domein en bereik , is symmetrisch in de -as en gaat onder andere door , en . De even exponent verklaart zowel de symmetrie als het niet-negatieve bereik.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Schets in één assenstelsel en voor , geef de bijzondere punten en benoem van beide functies het domein en bereik.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Exponentiële groei en verval
exponentiële functie
g is de beginwaarde (de y-as wordt op hoogte g gesneden); a is de groeifactor waarmee de waarde per stap in x wordt vermenigvuldigd.
groeifactor uit een percentage
Een groei van p procent per stap geeft groeifactor 1 + p/100; een afname van p procent geeft 1 − p/100.
Een hoeveelheid van 800 mg neemt elk uur met 15% af. Stel op (t in uren) en bereken .
De beginhoeveelheid is 800 mg, dus g = 800. Een afname van 15% per uur geeft groeifactor a = 1 − 0,15 = 0,85.
Vul beginwaarde en groeifactor in de standaardvorm in.
Vul t = 3 in en reken uit; rond af op een geheel aantal mg.
Resultaat: Resultaat: en mg. Omdat voor elke positief blijft, nadert wel de waarde 0 maar bereikt die nooit: is een horizontale asymptoot.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een hoeveelheid van 800 mg van een stof neemt elk uur met 15% af. Stel het voorschrift op, bereken en leg uit waarom nooit precies 0 wordt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
De logaritmische functie y = log(x)
definitie van de logaritme
De logaritme van x met grondtal a is de exponent waartoe je a moet verheffen om x te krijgen; logaritme en macht zijn elkaars omkering.
ankerpunten
Elke logaritmische functie gaat door (1,0) en (a,1); samen met de asymptoot x = 0 leggen die de grafiek vast.
Een kapitaal groeit volgens (t in jaren). Na hoeveel jaar is het kapitaal verdubbeld tot 2000?
Verdubbeld betekent K(t) = 2000. Deel beide kanten door 1000 om de macht te isoleren.
Gebruik de definitie van de logaritme: 1,05^t = 2 betekent t = log met grondtal 1,05 van 2.
Reken de logaritme uit (bijvoorbeeld via log(2)/log(1,05)) en rond af.
Resultaat: Resultaat: na ongeveer jaar is het kapitaal verdubbeld. De logaritme maakt de exponent vrij, zodat je uit een gewenste eindwaarde de bijbehorende tijd kunt terugrekenen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bepaal exact en , en los op: (geef in twee decimalen).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
De grafieken van sinus en cosinus
hoofdformule (Pythagoras op de eenheidscirkel)
Omdat het punt op de eenheidscirkel ligt, is de som van de kwadraten van zijn coördinaten cos(x) en sin(x) altijd 1.
tangens en het verband sinus-cosinus
De tangens is de verhouding sinus/cosinus (asymptoten waar cosinus nul is); cosinus is de sinus een kwart periode verschoven.
Bepaal zonder rekenmachine , en , en leg met de eenheidscirkel uit waarom niet bestaat.
Bij hoek ½π staat het punt bovenaan de cirkel in (0,1); bij hoek π links in (−1,0). De sinus is de y-coördinaat, de cosinus de x-coördinaat.
Gebruik tan(x) = sin(x)/cos(x). In x = 0 is sin(0) = 0 en cos(0) = 1.
In x = ½π is cos(½π) = 0, dus de noemer van de tangens is nul; delen door nul mag niet.
Resultaat: Resultaat: , en ; bestaat niet omdat en je dan door nul zou delen. Daar heeft de tangensgrafiek een verticale asymptoot.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Schets en voor , markeer de maxima, minima en nulpunten en geef met een formule het verband tussen de twee grafieken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Verschuiving van een parabool
standaardvorm voor transformaties
p verschuift horizontaal (p naar rechts), q verschuift verticaal (q omhoog), a rekt verticaal uit met factor a en spiegelt in de x-as bij a < 0.
een punt meetransformeren
Een ankerpunt van f beeldt af op dit punt; zo bepaal je snel de top of een nulpunt van de getransformeerde grafiek.
De grafiek van wordt 3 naar rechts verschoven en met factor 2 verticaal opgerekt. Geef het voorschrift , het domein en het beginpunt van .
Drie naar rechts schuiven betekent x vervangen door x − 3 in het voorschrift.
Verticaal oprekken met factor 2 betekent de hele functie met 2 vermenigvuldigen.
De wortel vraagt x − 3 ≥ 0, dus x ≥ 3. Het beginpunt (0,0) van f beeldt af op (0+3, 2·0) = (3,0).
Resultaat: Resultaat: met domein en beginpunt . De horizontale verschuiving verplaatst het beginpunt en beperkt het domein; de verticale factor 2 maakt de grafiek tweemaal zo steil.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De grafiek van wordt 2 naar rechts en 1 omhoog verschoven. Geef het voorschrift, de coördinaten van de top en het bereik van de getransformeerde functie.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad