Loading
Loading
Met de afgeleide in handen kun je krachtige vragen beantwoorden. In dit onderwerp stel je de vergelijking van een raaklijn op met , bepaal je de extremen van een functie via en het tekenverloop, vind je de grootste en kleinste waarde op een interval (inclusief de randen), en los je optimaliseringsproblemen op waarin een grootheid maximaal of minimaal moet zijn. Dit is de bekroning van de differentiaalrekening: de afgeleide als probleemoplosser.
4Onderdelenca. 19min leestijd4VaardighedenNiveauStandaard 3 · Verdieping 1
basisniveau
Bepaal extremen met en stel een raaklijn op met de afgeleide als richtingscoëfficiënt.
verhoogd niveau
Vertaal een toegepast probleem naar een doelfunctie, optimaliseer met de afgeleide en vergelijk met de randwaarden.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Raaklijn aan f(x) = x² in x = 1,5
raaklijn in het punt (a, f(a))
f′(a) is de richtingscoëfficiënt en + f(a) zorgt dat de lijn door het raakpunt gaat.
Gegeven is . Stel de raaklijn op in .
Vul a = 1,5 in de functie in voor de y-coördinaat van het raakpunt.
Differentieer en vul a in de afgeleide in.
Gebruik y = f′(a)(x − a) + f(a) en werk de haakjes weg.
Resultaat: Resultaat: de raaklijn is . Ze heeft helling en gaat door het raakpunt ; de -as snijdt ze waar , dus in .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven is . Stel de vergelijking op van de raaklijn in en bepaal waar de raaklijn de -as snijdt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Horizontale raaklijnen in de extremen
extremumvoorwaarde
In een top of dal is de raaklijn horizontaal, dus de helling nul; los f′(x) = 0 op voor de kandidaat-extremen.
aard van het extremum
De tekenwisseling van f′ bij het nulpunt bepaalt of het een maximum of een minimum is.
Bepaal de extremen van .
Differentieer en stel de afgeleide op nul.
Onderzoek het teken van f′ met proefwaarden in de drie intervallen.
Vul de x-waarden in de oorspronkelijke functie in.
Resultaat: Resultaat: heeft een maximum in en een minimum in . De -waarden volgen uit , de hoogtes uit invullen in , en het tekenverloop bepaalt welke een top en welke een dal is.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bepaal de extremen van : los op, stel het tekenverloop op en geef de coördinaten van de top en het dal.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Grootste en kleinste waarde op [0, 4]
grootste/kleinste waarde op [a, b]
De grootste of kleinste waarde op een interval ligt in een inwendig extremum óf op een randpunt; bereken en vergelijk al deze waarden.
Bepaal de grootste en kleinste waarde van op .
Differentieer en los f′(x) = 0 op; beide oplossingen liggen binnen [0, 4].
Vul de kandidaten én de randpunten 0 en 4 in f in.
De grootste van alle waarden is de grootste waarde, de kleinste de kleinste.
Resultaat: Resultaat: op is de grootste waarde 4 (bereikt in de top én op de rand ) en de kleinste waarde 0 (in het dal én op de rand ). Zonder de randwaarden mee te nemen had je de grootste waarde op gemist.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bepaal de grootste en kleinste waarde van op het interval .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Maximale oppervlakte van een rechthoek
doelfunctie en optimalisatie
Stel de doelfunctie in één variabele op (hier de oppervlakte van een rechthoek met omtrek 20) en bepaal het maximum met de afgeleide.
Van een rechthoek is de omtrek 20. Bepaal de lengte waarvoor de oppervlakte maximaal is en de bijbehorende maximale oppervlakte.
Noem de lengte x. Uit de omtrek 2x + 2·breedte = 20 volgt breedte = 10 − x. De oppervlakte is lengte maal breedte.
Bepaal de afgeleide en stel die op nul.
A′ slaat in x = 5 om van positief naar negatief, dus een maximum. Vul x = 5 in A in.
Resultaat: Resultaat: de oppervlakte is maximaal bij lengte (en breedte , dus een vierkant), met een maximale oppervlakte van 25. Onder alle rechthoeken met een vaste omtrek heeft het vierkant de grootste oppervlakte — een mooi en algemeen resultaat.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Van een rechthoek is de omtrek 20. Druk de oppervlakte uit in de lengte , en bepaal voor welke de oppervlakte maximaal is en hoe groot die maximale oppervlakte dan is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad