Loading
Loading
De afgeleide functie geeft voor elke de helling van de grafiek van in dat punt — de momentane veranderingssnelheid. In dit onderwerp maak je de stap van de afgeleide in één punt naar de afgeleide als nieuwe functie, je leert de hellinggrafiek (de grafiek van ) tekenen en lezen, en je gebruikt het teken van om te bepalen waar stijgt, daalt of een top of dal heeft. Daarmee wordt de afgeleide een gereedschap om het verloop van een functie volledig te beschrijven.
3Onderdelenca. 15min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
Lees uit een grafiek af waar de helling positief, negatief of nul is en koppel dat aan stijgen, dalen en toppen.
verhoogd niveau
Schets de hellinggrafiek bij een gegeven functie en redeneer over de samenhang tussen f en f'.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
definitie van de afgeleide functie
De afgeleide functie geeft voor elke x de helling van f; ze is de limiet van het differentiequotiënt, nu voor een variabele x in plaats van een vast punt.
notaties voor de afgeleide
f'(x) en dy/dx betekenen hetzelfde: de afgeleide functie; de Leibniz-notatie benadrukt de oorsprong uit Δy/Δx.
Gegeven is met . Bereken de helling van in , en .
De afgeleide functie geeft de helling; vul het punt in.
Bereken de helling in de oorsprong.
Bereken de helling rechts van de top.
Resultaat: Resultaat: de hellingen zijn , en . De waarde betekent dat de raaklijn in de oorsprong horizontaal is — precies de top (het minimum) van de parabool .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven is met afgeleide . Bereken de helling van de grafiek in , en , en leg uit wat betekent voor de grafiek.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Een functie en haar hellinggrafiek
vertaalregels f ↔ hellinggrafiek
Het teken van de hellinggrafiek bepaalt of f stijgt of daalt; een nulpunt van f' hoort bij een horizontale raaklijn van f.
Gegeven is met hellinggrafiek . Bepaal met de hellinggrafiek waar daalt, stijgt en een minimum heeft.
f′(x) = 2x is negatief voor x < 0. Daar is de helling negatief, dus daalt f.
f′(x) = 2x is positief voor x > 0. Daar stijgt f.
De hellinggrafiek snijdt de x-as in x = 0. Daar slaat dalen om in stijgen, dus ligt een minimum.
Resultaat: Resultaat: daalt voor , stijgt voor en heeft een minimum in . De hellinggrafiek vertelt dit volledig via haar teken en haar nulpunt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven is . Teken de hellinggrafiek en geef met behulp daarvan aan waar daalt, stijgt en een minimum heeft.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
f(x) = x³ − 3x met haar afgeleide
extremen via het teken van f′
Extremen liggen bij nulpunten van f′ met een tekenwisseling; van + naar − een maximum, van − naar + een minimum.
coördinaten van een extremum
De x-coördinaat komt uit f′ = 0, de y-coördinaat uit invullen in de oorspronkelijke functie f.
Gegeven is met . Bepaal de extremen en de stijgende en dalende intervallen.
Stel de afgeleide op nul en los op (deel door 3, dan een verschil van kwadraten).
Onderzoek het teken van f′ in elk interval met een proefwaarde.
Bij x = −1 slaat + om in − (top), bij x = 1 slaat − om in + (dal). Vul in f in voor de y-waarden.
Resultaat: Resultaat: stijgt voor en , en daalt voor . De top ligt in , het dal in . De -waarden komen uit , de hoogtes uit invullen in .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven is met . Bepaal met een tekenschema waar stijgt en daalt en geef de coördinaten van de top en het dal.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad