Loading
Loading
Periodieke functies herhalen zich met een vaste regelmaat, en de belangrijkste zijn de goniometrische functies sinus en cosinus. In dit onderwerp werk je met radialen en de eenheidscirkel, en leer je een sinusoïde volledig beschrijven met vier kenmerken: de amplitude, de periode, de evenwichtsstand en de fase (horizontale verschuiving). Je leert een formule opstellen bij een gegeven grafiek en goniometrische vergelijkingen oplossen met de periodiciteit.
4Onderdelenca. 19min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Lees amplitude, periode en evenwichtsstand af uit een sinusoïde en bepaal er functiewaarden mee.
verhoogd niveau
Stel een formule op uit de vier kenmerken en los goniometrische vergelijkingen volledig op met de periodiciteit.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De eenheidscirkel
radialen en graden
Een volledige omwenteling is 2π radialen; met deze verhouding reken je tussen radialen en graden om.
definitie op de eenheidscirkel + hoofdformule
Cosinus en sinus zijn de coördinaten van het draaipunt op de eenheidscirkel; de som van hun kwadraten is altijd 1.
Reken om naar radialen en bepaal als en in het eerste kwadrant ligt.
Gebruik de verhouding rad/π = graden/180.
Uit cos²α + sin²α = 1 volgt cos²α = 1 − sin²α. Vul sin α = 0,6 in.
Neem de wortel. In het eerste kwadrant is de cosinus (x-coördinaat) positief, dus de positieve wortel.
Resultaat: Resultaat: rad, en (positief, want ligt in het eerste kwadrant). De hoofdformule koppelt sinus en cosinus, en de eenheidscirkel bepaalt het teken.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Reken om naar radialen, lees met de eenheidscirkel en af, en bepaal met de hoofdformule als en in het eerste kwadrant ligt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
De sinusoïde y = 2 + 3 sin(2x)
kenmerken van een sinusoïde
a is de middenlijn, |b| de uitwijking en 2π/c de lengte van één golf; samen leggen ze de golf vast.
aflezen uit een grafiek
Uit het hoogste en laagste niveau van de golf bepaal je direct de amplitude en de evenwichtsstand.
Bepaal van de evenwichtsstand, amplitude, periode en bereik en geef het eerste maximum.
In de vorm a + b·sin(cx) is a de evenwichtsstand en |b| de amplitude.
De factor c = 2 geeft de periode 2π/c; het bereik loopt van a − |b| tot a + |b|.
De sinus is maximaal (gelijk aan 1) als zijn argument ½π is, dus 2x = ½π geeft x = ¼π. De functiewaarde is dan het maximum.
Resultaat: Resultaat: evenwichtsstand , amplitude 3, periode , bereik , en het eerste maximum ligt in . De vier getallen , en bepalen de golf volledig.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven is . Bepaal de evenwichtsstand, de amplitude, de periode en het bereik, en geef de coördinaten van het eerste maximum.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Faseverschuiving van de sinus
volledige sinusoïde
a = evenwichtsstand, b = amplitude, c volgt uit de periode, d = horizontale verschuiving (de golf d naar rechts).
sinus en cosinus als faseverschuiving
Cosinus is een sinus die een kwart periode naar links is geschoven; dezelfde golf kun je dus met sinus of cosinus beschrijven.
Een sinusoïde heeft maximum 7, minimum 1, periode 4 en gaat bij stijgend door de evenwichtsstand. Stel een formule op.
Bereken het gemiddelde en het halve verschil van maximum en minimum.
De factor c volgt uit de periode via c = 2π/periode.
De golf gaat stijgend door de evenwichtsstand bij x = 1, dus d = 1. Vul alle parameters in.
Resultaat: Resultaat: . De vier kenmerken — evenwicht 4, amplitude 3, periode 4 (dus ) en fase — leggen de golf eenduidig vast.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een sinusoïde heeft maximum 7, minimum 1, periode 4 en gaat bij stijgend door de evenwichtsstand. Stel een formule op.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Oplossingen van sin(x) = 0,5
oplossen van sin(x) = c
Binnen één periode zijn er twee oplossingen (x₁ en π − x₁); door k·2π op te tellen krijg je alle oplossingen.
oplossen van cos(x) = c
Bij de cosinus liggen de twee oplossingen symmetrisch om de x-as: x₁ en −x₁ (modulo 2π).
Los op voor en geef de algemene oplossing.
Bepaal x₁ met de standaardwaarde (of de rekenmachine in radialen). De sinus is 0,5 bij ⅙π.
Binnen één periode is de tweede oplossing π − x₁ (de spiegeling in de verticale as op de eenheidscirkel).
Tel bij beide oplossingen veelvouden van de periode 2π op.
Resultaat: Resultaat: in zijn de oplossingen en ; de algemene oplossing is of met . De twee oplossingen per periode komen uit de symmetrie van de eenheidscirkel.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Los op voor en geef daarna de algemene oplossing.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad