- Centraal examen (CE) — leesvaardigheid en argumentatie
- Het CE Nederlands VWO toetst domein A (Leesvaardigheid) en domein D (Argumentatieve vaardigheden). De kandidaat leest één of meer betogende, beschouwende of uiteenzettende teksten en beantwoordt open vragen en enkele meerkeuzevragen over tekstdoel, hoofdgedachte, tekststructuur, verwijzing, standpunt, argumentatie en aanvaardbaarheid. In veel examenjaren hoort daar een samenvattingsopdracht bij. Het examen duurt 3 uur; er zijn geen hulpmiddelen behalve een woordenboek.
- Schoolexamen (SE) — mondeling, schrijven, literatuur, taalverzorging
- Het SE toetst domein B (Mondelinge taalvaardigheid), domein C (Schrijfvaardigheid), domein E (Literatuur: literaire ontwikkeling, literaire begrippen en literatuurgeschiedenis) en domein F (Oriëntatie op studie en beroep). Spelling, interpunctie en formuleren worden vooral binnen de schrijfvaardigheid beoordeeld. Vorm, aantal toetsen en weging liggen vast in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) van de school.
- Eindcijfer en normering
- Het eindcijfer is het (afgeronde) rekenkundige gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer; beide tellen dus voor de helft mee. De omzetting van de CE-score naar een cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE jaarlijks per vak vaststelt. Nederlands is een kernvak: in de slaag-zakregeling mag onder de kernvakken (Nederlands, Engels en wiskunde) samen ten hoogste één eindcijfer 5 staan, en geen lager.
- Literatuureis VWO
- Voor het VWO leest de kandidaat ten minste twaalf literaire werken, waarvan minstens drie van vóór 1880. De kandidaat houdt een leesdossier bij en verantwoordt de leeservaring en de literair-historische plaatsing in het SE. Anders dan op de HAVO hoort literatuurgeschiedenis nadrukkelijk tot de VWO-eindtermen.