Schrijfvaardigheid is het produceren van een gestructureerde, doelgerichte en publiekgerichte tekst. Dit onderwerp leert je het schrijfproces te doorlopen, te kiezen tussen de teksttypen uiteenzetting, beschouwing en betoog, een heldere opbouw (inleiding-kern-slot) te maken en bronnen verantwoord te verwerken. Schrijfvaardigheid hoort bij domein C en wordt in het schoolexamen (SE) getoetst, niet in het centraal examen.
4 Onderdelen~16 min leestijd3 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Schrijfvaardigheid (domein C) wordt in het schoolexamen getoetst volgens het PTA van de school; het is voor alle profielen verplichte SE-stof, niet toetsbaar in het CE.
verhoogd niveau
De lees- en argumentatievaardigheden van domein A en D gebruik je hier actief: je bouwt zelf een betoog met standpunt, argumenten en weerlegging.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Het schrijfproces met revisielus
De opdracht luidt: „Schrijf een betoog van 600 woorden voor de schoolkrant waarin je jongeren oproept vaker de fiets te nemen.” Voer de oriëntatiefase uit.
Het sleutelwoord „betoog” en „oproept” wijzen op overtuigen én activeren: het doel is de lezer overtuigen én aanzetten tot vaker fietsen.
Publiek: jongeren, lezers van de schoolkrant. Register: toegankelijk en aansprekend, niet ambtelijk; voorkennis over fietsen is aanwezig.
Het standpunt: jongeren zouden vaker moeten fietsen — met argumenten als gezondheid, milieu en kosten, en een weerlegging van het gemaksbezwaar.
Resultaat: Oriëntatie — doel: overtuigen en activeren; publiek: jongeren (schoolkrant, toegankelijk register); boodschap: fiets vaker, onderbouwd met gezondheid, milieu en kosten.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een schrijfopdracht. Doorloop expliciet de vier fasen: noteer eerst doel, publiek en boodschap (oriëntatie), maak dan een genummerd schrijfplan (planning), schrijf pas daarna en herzie tot slot. Reflecteer op de momenten waarop je terugsprong naar een eerdere fase.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein C Schrijfvaardigheid (CvTE / Examenblad)
De opdracht vraagt: „Leg voor je klasgenoten uit hoe het Nederlandse kiesstelsel werkt.” Welk teksttype past, en welke schrijverspositie hoort daarbij?
„Leg uit hoe … werkt” is een informerend doel: kennisoverdracht, geen overtuiging of afweging.
Bij informeren hoort de uiteenzetting: een objectieve, geordende uitleg van het kiesstelsel.
Objectief en volledig: je legt de werking uit (evenredige vertegenwoordiging, zetelverdeling, kiesdeler) zonder een oordeel over het stelsel te geven.
Resultaat: Teksttype: uiteenzetting. Schrijverspositie: objectief en volledig — je legt de werking van het kiesstelsel uit zonder een eigen standpunt in te nemen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Schrijf over hetzelfde onderwerp (bijvoorbeeld schooltijden) drie korte openingsalinea's: één voor een uiteenzetting, één voor een beschouwing en één voor een betoog. Laat aan de woordkeuze en de schrijverspositie zien welk type het is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein C Schrijfvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — De opbouw van een betoog
Je schrijft een betoog met de stelling „De school moet gratis schoolfruit aanbieden.” Maak de hoofdstructuur (inleiding, kern, slot).
Trek de aandacht (bijvoorbeeld met een cijfer over ongezonde tussendoortjes), baken het onderwerp af en formuleer de stelling: de school moet gratis schoolfruit aanbieden.
Plan per alinea één argument: (1) gezondheid, (2) gelijke kansen (niet iedereen krijgt fruit mee), (3) betere concentratie; plus een alinea die het kostenbezwaar weerlegt.
Herhaal de stelling in andere woorden, vat de argumenten samen tot een conclusie en koppel eventueel terug naar het openingscijfer. Geen nieuw argument toevoegen.
Resultaat: Structuur — Inleiding: aandacht + stelling (gratis schoolfruit). Kern: argument gezondheid, gelijke kansen, concentratie, plus weerlegging van het kostenbezwaar. Slot: samenvattende conclusie met terugkoppeling.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Maak voor een betoogopdracht een volledig schrijfplan: formuleer de stelling voor de inleiding, plan per kernalinea één argument (met een weerlegging op een gekozen plaats) en formuleer de conclusie voor het slot. Teken je plan als een structuurschema.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein C Schrijfvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Je wilt in je betoog gebruiken dat 35% van de jongeren te weinig beweegt (uit een RIVM-rapport). Hoe verwerk je dit correct, en wat mag niet?
Het RIVM is een deskundige, onafhankelijke bron: bruikbaar. Noteer de herkomst voor de verantwoording.
Parafraseren: „Volgens het RIVM beweegt ruim een derde van de jongeren te weinig.” Of citeren met aanhalingstekens als je de exacte formulering wilt behouden.
Niet toegestaan: het cijfer of hele zinnen overnemen zonder bronvermelding, of het cijfer aan een verkeerde bron toeschrijven. Dat is plagiaat of bronvervalsing.
Resultaat: Correct: parafraseer of citeer het gegeven mét vermelding van het RIVM. Fout: overnemen zonder bronvermelding (plagiaat) of het toeschrijven aan een onjuiste bron.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Schrijf een korte uiteenzetting waarin je twee bronnen verwerkt: parafraseer de ene, citeer de andere, en verantwoord beide. Reviseer je tekst daarna in twee ronden — eerst op inhoud en structuur, dan op formulering, spelling en interpunctie — en noteer wat je in elke ronde verbeterde.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein C Schrijfvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad