Een argumentatieschema tekent de structuur van een argumentatie: hoe standpunt, argumenten en subargumenten samenhangen. Dit onderwerp leert je de vier basisvormen — enkelvoudige, meervoudige, nevenschikkende (coördinatieve) en onderschikkende (subordinatieve) argumentatie — te herkennen en te tekenen, en de weerlegging erin te plaatsen. Het is kernstof van domein D (Argumentatieve vaardigheden) in het centraal examen.
4 Onderdelen~15 min leestijd3 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Argumentatieschema’s zijn CE-stof (domein D) voor alle profielen en bouwen voort op het onderscheid standpunt-argument.
verhoogd niveau
Wie schrijft of debatteert, plant met dezelfde schema’s de eigen argumentatie: bewust kiezen voor meervoudige of nevenschikkende opbouw maakt een betoog sterker.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Enkelvoudige argumentatie
Noteer de argumentatie in het schema en geef de garant: „De gemeente moet de maximumsnelheid in de wijk verlagen, want lagere snelheden verkleinen de kans op ongelukken met kinderen.”
Standpunt (1): de gemeente moet de maximumsnelheid verlagen. Argument (1.1): lagere snelheden verkleinen de kans op ongelukken met kinderen.
1: verlaag de maximumsnelheid. 1.1: dat verkleint de kans op ongelukken met kinderen.
Onuitgesproken garant: „Maatregelen die de kans op ongelukken met kinderen verkleinen, moet de gemeente nemen.”
Resultaat: Schema — 1: verlaag de maximumsnelheid; 1.1: dat verkleint de kans op ongelukken met kinderen. Garant: de gemeente hoort maatregelen te nemen die kinderen beschermen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zoek in een korte tekst een enkelvoudige argumentatie. Noteer het standpunt als 1 en het argument als 1.1, verwoord de onuitgesproken garant, en controleer de relatie met de „want/dus”-proef.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — Meervoudige argumentatie
„De school moet zonnepanelen plaatsen (1): ze verlagen de energierekening (1.1) en ze verkleinen de CO₂-uitstoot (1.2).” Bepaal het type argumentatie.
Argument 1.1: lagere energierekening. Argument 1.2: minder CO₂-uitstoot.
Streep 1.2 weg: draagt „het verlaagt de energierekening” alléén het standpunt dat de school panelen moet plaatsen? Ja, dat is op zichzelf een voldoende reden.
Streep 1.1 weg: draagt „het verkleint de CO₂-uitstoot” alléén het standpunt? Ook dat is op zichzelf voldoende. Beide argumenten staan los van elkaar.
Resultaat: De argumentatie is meervoudig: elk argument (1.1 en 1.2) draagt het standpunt zelfstandig; ze hebben elkaar niet nodig.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zoek een alinea met minstens drie argumenten voor één standpunt. Teken het schema, en pas op elk argument de zelfstandigheidstoets toe om te bepalen of de argumentatie meervoudig of nevenschikkend is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)
Afb. 3 — Nevenschikkende (coördinatieve) argumentatie
„De verdachte is aansprakelijk (1), want hij heeft de schade veroorzaakt (1.1a) én hij handelde verwijtbaar onvoorzichtig (1.1b).” Toon aan dat dit nevenschikkende argumentatie is.
Zonder „hij veroorzaakte de schade” valt de aansprakelijkheid weg: verwijtbaar onvoorzichtig handelen zonder schade maakt niet aansprakelijk.
Zonder „verwijtbaar onvoorzichtig” valt de aansprakelijkheid óók weg: schade veroorzaken zonder verwijtbaarheid maakt (juridisch) niet zonder meer aansprakelijk.
Beide delen zijn nodig; elk afzonderlijk is onvoldoende. Dus vormen ze samen één argument: nevenschikkende (coördinatieve) argumentatie, genoteerd als 1.1a en 1.1b.
Resultaat: De argumentatie is nevenschikkend: alleen 1.1a én 1.1b samen dragen het standpunt; het wegstrepen van één deel doet de aansprakelijkheid vervallen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Formuleer zelf een standpunt met een nevenschikkende onderbouwing (twee deelargumenten die alleen samen voldoende zijn) en een standpunt met een meervoudige onderbouwing. Teken beide schema's en verantwoord de notatie met de wegstreeptoets.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)
Afb. 4 — Onderschikkende (subordinatieve) argumentatie
Afb. 5 — Tegenargument en weerlegging
„We moeten het schoolplein vergroenen (1), want groen vermindert hittestress (1.1); groen doet dat doordat bladeren verdampen en zo de lucht koelen (1.1.1).” Bepaal het argumentatietype en teken de notatie.
Standpunt (1): vergroen het schoolplein. Direct argument (1.1): groen vermindert hittestress.
„Bladeren verdampen en koelen de lucht” steunt niet het standpunt rechtstreeks, maar verklaart en onderbouwt argument 1.1. Het is dus een subargument: 1.1.1.
Er is één keten die de diepte in gaat (1 → 1.1 → 1.1.1); dat is onderschikkende (subordinatieve) argumentatie.
Resultaat: Onderschikkende argumentatie: 1 (vergroenen) ← 1.1 (minder hittestress) ← 1.1.1 (verdamping koelt de lucht). Het subargument onderbouwt het argument, niet het standpunt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Analyseer een volledige betoogalinea. Teken het argumentatieschema met alle lagen (standpunt, argumenten, subargumenten) in de juiste notatie, en plaats een aanwezig tegenargument met zijn weerlegging apart in het schema. Benoem welke van de vier argumentatietypen voorkomen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen