Argumenteren is een standpunt aanvaardbaar maken met argumenten. Dit onderwerp leert je het standpunt (de these) te scheiden van de argumenten die het dragen, de onuitgesproken stap ertussen (de garant) te reconstrueren, en de soorten argumenten te benoemen. Het hoort bij domein D (Argumentatieve vaardigheden), dat samen met leesvaardigheid het centraal examen vormt.
4 Onderdelen~16 min leestijd3 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Argumentatie herkennen is CE-stof (domein D) voor alle profielen; het bouwt voort op de leesvaardigheid van domein A.
verhoogd niveau
Bij schrijfvaardigheid en mondelinge taalvaardigheid gebruik je dezelfde bouwstenen actief: je bouwt zélf een betoog met standpunt, argumenten en weerlegging.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Een tekst stelt: „Scholen moeten de mobiele telefoon in de klas verbieden. Uit onderzoek blijkt dat leerlingen zich zonder telefoon beter concentreren. Op een school in Groningen stegen de cijfers na zo'n verbod.” Benoem het standpunt, het argument en het voorbeeld.
„Scholen moeten de telefoon verbieden” is een voorschrijvend standpunt: het bepleit een maatregel.
„Leerlingen concentreren zich zonder telefoon beter (uit onderzoek)” draagt het standpunt: het is de reden om te verbieden — een argument op grond van onderzoek.
De school in Groningen illustreert het argument met een concreet geval, maar bewijst het niet: het is een voorbeeld, geen zelfstandig argument.
Resultaat: Standpunt: scholen moeten de telefoon verbieden (voorschrijvend). Argument: onderzoek toont betere concentratie zonder telefoon. Voorbeeld: de cijferstijging op de Groningse school.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem een opiniestuk. Formuleer in één zin het hoofdstandpunt, bepaal of het een feitelijk, waarderend of voorschrijvend standpunt is, en noteer de twee belangrijkste argumenten. Controleer per argument of het het standpunt draagt of het slechts illustreert.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)
Afb. 1 — Toulmin: gegeven, garant en standpunt
In een betoog staat: „De nieuwe wet is slecht, want hij is met een kleine meerderheid aangenomen.” Reconstrueer de garant en beoordeel de redenering.
Gegeven: de wet is met een kleine meerderheid aangenomen. Standpunt: de wet is slecht.
De verbindende algemene regel is: „Alles wat met een kleine meerderheid wordt aangenomen, is slecht.”
Die regel is onhoudbaar: de grootte van een meerderheid zegt niets over de inhoudelijke kwaliteit van een wet. De garant is niet aanvaardbaar, dus het argument draagt het standpunt niet.
Resultaat: De garant „wat met een kleine meerderheid wordt aangenomen, is slecht” is onhoudbaar; daarom is de redenering ondeugdelijk — het gegeven ondersteunt het standpunt niet.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies drie argumenten uit een betoog. Reconstrueer per argument de garant als een algemene regel en beoordeel of die regel aanvaardbaar is. Bepaal welk van de drie de zwakste garant heeft.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — Soorten argumenten
„We moeten investeren in leraren, want een bekende voetballer zei laatst dat goed onderwijs de basis van alles is.” Benoem het soort argument en beoordeel de kracht.
De schrijver beroept zich op een persoon met gezag: het is een autoriteitsargument.
Voor een sterk autoriteitsargument moet de bron ter zake deskundig zijn. Een voetballer is geen deskundige op het gebied van onderwijsbeleid.
Omdat de aangehaalde autoriteit buiten haar vakgebied spreekt, is het argument zwak — het glijdt af naar een ondeugdelijk autoriteitsargument (een drogreden).
Resultaat: Soort: autoriteitsargument. Kracht: zwak — de aangehaalde bron is niet deskundig op het relevante gebied, waardoor het argument een ondeugdelijk autoriteitsargument wordt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Verzamel uit een betoog vijf argumenten. Benoem per argument de soort en beoordeel de kracht ervan aan de bijbehorende voorwaarde. Wijs het sterkste en het zwakste argument aan en verantwoord je keuze.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)
Een schrijver bepleit gratis openbaar vervoer. Hij schrijft: „Tegenstanders werpen tegen dat het te duur is. Maar de maatschappelijke baten — minder files, schonere lucht — wegen ruimschoots op tegen de kosten.” Benoem de rollen van beide uitspraken.
„Het is te duur” pleit tégen het standpunt van de schrijver; hij noemt het niet als eigen argument maar als bezwaar van tegenstanders — een tegenargument.
„Maar” markeert de omslag: wat volgt, weerlegt het zojuist genoemde bezwaar.
„De baten wegen op tegen de kosten” is de weerlegging van het tegenargument én tegelijk een eigen argument (op grond van voor- en nadelen) vóór het standpunt.
Resultaat: „Het is te duur” is een tegenargument (van tegenstanders); „de baten wegen op tegen de kosten” is de weerlegging daarvan en een eigen pragmatisch argument van de schrijver.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Analyseer een compleet betoog: formuleer het hoofdstandpunt, breng alle argumenten en tegenargumenten in kaart, bepaal per argument de soort, reconstrueer bij het belangrijkste argument de garant en beoordeel of het het standpunt overtuigend draagt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen