- Centraal examen (CE) — het gezamenlijke, schriftelijke examen kunstbeschouwing
- Het CE van textiele vormgeving is identiek aan dat van tekenen en handvaardigheid: één schriftelijk examen kunstbeschouwing over beeldende kunst en vormgeving. Het duurt drie uur en gaat vergezeld van een kleurenbijlage met afbeeldingen. De opgaven zijn geen feitenreproductie maar bronvragen: je krijgt kunstwerken en vormgeving voorgelegd — schilderkunst, beeldhouwkunst én toegepaste kunst zoals textiel, mode en design — en moet ze met de beeldaspecten analyseren, hun voorstelling, functie en betekenis duiden, en ze in de juiste stijl of periode en cultuurhistorische context plaatsen. Kennis van kunst- en designgeschiedenis staat altijd in dienst van een onderbouwde redenering over het getoonde werk.
- Vastgestelde contexten en kunstwerken per examenjaar
- Het examenprogramma legt het analysekader (de beeldaspecten en de invalshoeken vorm–functie–betekenis) en een reeks cultuurhistorische periodes vast, van de renaissance en barok tot de moderne en hedendaagse kunst. Het CvTE stelt per examenjaar vast welke periodes, stromingen of thema's de stof voor dat jaar vormen; deze worden ruim van tevoren op Examenblad gepubliceerd. Het vaste analysekader is op elk aangewezen onderwerp van toepassing, ook op textiel- en modehistorische voorbeelden binnen die periodes.
- Schoolexamen (SE) — de textiele praktijk en het dossier
- Naast het gezamenlijke CE heeft textiele vormgeving een vakspecifiek schoolexamen dat de school volgens het PTA vaststelt. Het SE toetst de praktijk: het maken van textiel werk met technieken als weven, breien, vilten, borduren, knopen (macramé), verven, printen (batik, zeefdruk, shibori) en applicatie; het ontwerpen van textiel en mode met materiaalonderzoek; een onderzoekend en experimenteel werkproces; en de reflectie en presentatie daarvan in een werkstuk en een dossier (schetsboek/portfolio met stalen). Ook vakspecifieke theorie over vezels, materiaal, techniek en het ontwerpproces kan in het SE getoetst worden.
- Beoordeling, weging en normering
- Elke CE-opgave levert scorepunten op volgens een correctievoorschrift; punten worden toegekend voor een juiste, op het werk of de context gebaseerde redenering: het herkennen van beeldaspecten en stijlkenmerken, het aannemelijk verbinden van vorm aan functie en betekenis, en het correct plaatsen in tijd en stijl. De omzetting van scorepunten naar het CE-cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE per jaar vaststelt en die niet van tevoren vastligt. Het eindcijfer is het (afgeronde) gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer, die elk ongeveer even zwaar meetellen.