Dit onderwerp hoort bij het schoolexamen (SE) en gaat over het ontwerpen van textiel en mode. Waar het vorige onderwerp de technieken behandelde, draait het hier om het ontwerpproces: hoe je van een idee en een probleem, via onderzoek, schetsen en materiaalproeven, tot een doordacht textiel- of modeontwerp komt. Je leert een ontwerpprobleem analyseren en een programma van eisen opstellen, materiaalonderzoek doen en in stalen vastleggen, en ontwerpen voor een functie en een drager — het lichaam (mode), de ruimte (interieur) of het vrije werk (autonoom textiel). Dit is SE-stof; het ontwerpend vermogen dat je hier opbouwt, is de kern van de textiele praktijk.
3 Onderdelen~11 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 3
basisniveau
Voor iedereen: het ontwerpproces doorlopen, materiaalonderzoek doen en een ontwerp op functie en drager afstemmen. Dit is SE-stof, geen CE-stof.
verhoogd niveau
Verdieping: een complex ontwerpprobleem met een programma van eisen aanpakken, systematisch materiaalonderzoek inzetten en de ontwerpkeuzes diepgaand onderbouwen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Het textiele ontwerpproces als cyclus
Je krijgt de opdracht een gordijnstof te ontwerpen voor een drukke huiskamer met veel lichtinval. Stel het programma van eisen op en bepaal je eerste ontwerprichting.
De stof moet licht temperen maar niet volledig verduisteren, en tegen zon en gebruik kunnen (kleurechtheid, duurzaamheid).
Drager is de ruimte (interieur); de stof hangt en moet mooi plooien en vallen.
Kies een materiaal met goede val en lichtbestendige kleurstof; een niet te dichte binding laat licht gefilterd door.
Voor een drukke kamer een rustig, gelijkmatig dessin (bijvoorbeeld een half-droprapport) in een kalme kleurstelling.
Resultaat: Het programma van eisen (temperen van licht, goede val, kleurechtheid, rustig dessin) stuurt de latere keuzes voor materiaal, binding en patroon en dient als maatstaf voor het eindresultaat.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Formuleer een klein ontwerpprobleem (bijvoorbeeld: ontwerp een sjaal voor een specifieke gelegenheid en drager). Stel een programma van eisen op, doorloop de fasen uit Afb. 1 met schetsen en een moodboard, en verantwoord in elke fase je keuzes.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — het ontwerpproces (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Soorten materiaalonderzoek
Je twijfelt tussen wol, katoen en polyester voor een sjaal die soepel moet vallen en warm moet zijn. Hoe zet je het onderzoek op en wat leg je vast?
Houd binding, garendikte en afmeting gelijk en varieer alleen het materiaal: wol, katoen, polyester.
Weef of brei drie gelijke proeflapjes, één per materiaal.
Beoordeel per staal de val (soepel of stug), de warmte en het gevoel, en schrijf dat bij het staal.
Wol scoort waarschijnlijk hoog op warmte en soepele val; die conclusie onderbouwt de materiaalkeuze voor de sjaal.
Resultaat: Door alleen het materiaal te variëren en de stalen te annoteren, kun je aflezen welk materiaal het best aan de eisen (soepel, warm) voldoet en je keuze onderbouwen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies één variabele (bijvoorbeeld het materiaal) en maak drie vergelijkbare stalen die alleen daarin verschillen (Afb. 2). Noteer per staal wat je ziet (val, structuur, kleur) en welke conclusie je eruit trekt voor je ontwerp.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — materiaalonderzoek (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Ontwerpen voor functie en drager
Je ontwerpt een bedrukt dessin voor een zomerjurk. Redeneer van de functie en drager naar je ontwerpkeuzes.
Drager is het lichaam; een zomerjurk moet luchtig, licht en comfortabel zijn en mooi meebewegen.
Kies een lichte, ademende, huidvriendelijke vezel (bijvoorbeeld katoen of een dunne viscose) met soepele val.
Kies een niet te groot rapport (half-drop) zodat het dessin op de relatief kleine vlakken van een jurk leesbaar en gelijkmatig blijft.
Frisse, lichte kleuren via zeefdruk voor een strak, herhaalbaar dessin dat tegen wassen en zon bestand is.
Resultaat: De keuzes (licht, ademend materiaal; leesbaar half-droprapport; frisse kleuren via zeefdruk) volgen aantoonbaar uit de functie (zomerjurk) en de drager (het lichaam).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies één van de drie richtingen (mode, interieur of autonoom textiel) en ontwerp er een klein textiel voor. Stel functie en drager vast, bouw (waar van toepassing) een passend rapport op, en verantwoord hoe je materiaal, techniek, kleur en dessin op functie en drager hebt afgestemd.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — ontwerpen voor functie en drager (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)