In de eerste helft van de twintigste eeuw volgen de avant-gardestromingen elkaar razendsnel op en breken ze radicaal met de traditionele afbeelding. Van het fauvisme (bevrijde kleur) via het expressionisme (kleur als emotie), het kubisme (analyse van de vorm), het futurisme (beweging), dada (anti-kunst) en het surrealisme (droom) tot De Stijl, het constructivisme en het Bauhaus (abstractie en vormgeving). Je leert de stromingen herkennen, aan hun kunstopvatting koppelen en de weg naar de abstractie beredeneren. Voor textiel is er een bijzonder hoofdstuk: de Bauhaus-weefwerkplaats (Gunta Stölzl, Anni Albers), Sonia Delaunay en Art Deco maakten van textiel een volwaardig, abstract en modern ontwerpmedium. Het CvTE bepaalt per examenjaar welke periodes de stof vormen.
3 Onderdelen~11 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: de belangrijkste avant-gardestromingen aan hun kenmerken herkennen en aan een stroming koppelen.
verhoogd niveau
Verdieping: de routes naar de abstractie en de plaats van textiel binnen het Bauhaus (weven als volwaardig, abstract, functioneel ontwerp) beredeneren.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Tijdlijn: de avant-garde 1905–1945
Een portret is opgebouwd uit hoekige facetten; het gezicht toont tegelijk een profiel én een vooraanzicht, in gedempte bruin- en grijstinten. Beargumenteer de stroming.
Meerdere gezichtspunten tegelijk (profiel én en-face): het vaste renaissanceperspectief is losgelaten.
Het object is in facetten en vlakken opgebroken en gefragmenteerd.
Gedempte tinten; de nadruk ligt op de analyse van de vorm, niet op kleur.
Meervoudig standpunt en facettering wijzen op het (analytisch) kubisme, circa 1910.
Resultaat: Het meervoudige standpunt en de facettering plaatsen het werk in het kubisme, de radicaalste breuk met het traditionele perspectief.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een fauvistisch, een expressionistisch en een kubistisch werk. Benoem per werk het kenmerkende middel (kleur, emotie of standpunt) en beredeneer hoe elk het beeld verder van de getrouwe afbeelding losmaakt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — avant-garde en moderne kunst (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Vertakking van de avant-garde naar de abstractie
Een kunstenaar plaatst een ongewijzigd, in de fabriek gemaakt gebruiksvoorwerp op een sokkel in een tentoonstelling en signeert het. Analyseer wat hier aan de orde is en tot welke stroming het behoort.
Geen door de kunstenaar gemaakt object, maar een gekozen, alledaags fabrieksvoorwerp.
De kunstenaar maakt niets, maar kiest, plaatst en signeert: een readymade.
Wat maakt iets tot kunst — het vakmanschap of de keuze en context van de kunstenaar?
Deze anti-kunsthouding en provocatie horen bij dada (Duchamp).
Resultaat: De readymade verlegt kunst van maken naar kiezen en context; ze plaatst het werk in dada en opent een vraag die de moderne kunst blijft stellen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een futuristisch, een dadaïstisch en een surrealistisch werk. Benoem per werk de kunstopvatting die eruit spreekt (moderniteit, anti-kunst, droom) en beredeneer hoe elk het traditionele kunstbegrip oprekt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — dada, surrealisme en de kunstopvatting (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Abstracte en constructieve richtingen, en het textiel
Een geweven wandtextiel uit de jaren twintig bestaat uit strakke, geometrische vlakken en strepen in beperkte kleuren, met een zichtbaar systematische opbouw van de binding. Plaats en verklaar het.
Geometrische abstractie: strakke vlakken en strepen, geen figuratie, systematisch opgebouwd.
De binding, het materiaal en de kleur zijn doelbewust en methodisch ingezet: weven als ontwerp, niet als versiering.
Deze abstracte, functionele, methodische aanpak van textiel hoort bij de Bauhaus-weefwerkplaats (Stölzl, Albers).
Het werk toont textiel als volwaardig, modern ontwerp, geschikt voor industriële productie — een keerpunt in de waardering van het medium.
Resultaat: Het werk is Bauhaus-textiel: de geometrische abstractie en de systematische, functionele benadering van het weven maken van textiel een serieus modern ontwerpmedium.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een Bauhaus-weefwerk (bijvoorbeeld van Gunta Stölzl of Anni Albers) of een textielontwerp van Sonia Delaunay. Analyseer de abstractie, de opbouw en het materiaalgebruik, en beredeneer hoe het werk textiel tot volwaardig modern ontwerp maakt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — abstractie, Bauhaus en textielvormgeving (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)