- Centraal examen (CE) — het gezamenlijke, schriftelijke examen kunstbeschouwing
- Het CE van tekenen is identiek aan dat van handvaardigheid en textiele vormgeving: één schriftelijk examen kunstbeschouwing over beeldende kunst en vormgeving. Het duurt drie uur en gaat vergezeld van een kleurenbijlage met afbeeldingen. De opgaven zijn geen feitenreproductie maar bronvragen: je krijgt kunstwerken voorgelegd en moet ze met behulp van de beeldaspecten analyseren, hun voorstelling en betekenis duiden, en ze in de juiste stijl of periode en cultuurhistorische context plaatsen. Kennis van kunstgeschiedenis staat altijd in dienst van een onderbouwde redenering over het getoonde werk.
- Vastgestelde contexten en kunstwerken per examenjaar
- Het examenprogramma legt het analysekader (de beeldaspecten en de invalshoeken vorm–functie–betekenis) en een reeks cultuurhistorische periodes vast, van de renaissance en barok tot de moderne en hedendaagse kunst. Het CvTE stelt per examenjaar vast welke periodes, stromingen of thema's de stof voor dat jaar vormen; deze worden ruim van tevoren op Examenblad gepubliceerd. Het vaste analysekader is op elk aangewezen onderwerp van toepassing.
- Schoolexamen (SE) — de praktijk van het tekenen en het dossier
- Naast het gezamenlijke CE heeft tekenen een vakspecifiek schoolexamen dat de school volgens het PTA vaststelt. Het SE toetst de praktijk: het maken van tweedimensionaal werk (tekenen en schilderen), een onderzoekend en experimenteel werkproces, en de reflectie en presentatie daarvan in een werkstuk en een dossier (schetsboek/portfolio). Ook vakspecifieke theorie over materiaal, techniek en het beeldend proces kan in het SE getoetst worden.
- Beoordeling, weging en normering
- Elke CE-opgave levert scorepunten op volgens een correctievoorschrift; punten worden toegekend voor een juiste, op het kunstwerk of de context gebaseerde redenering: het herkennen van beeldaspecten en stijlkenmerken, het aannemelijk verbinden van vorm aan functie en betekenis, en het correct plaatsen in tijd en stijl. De omzetting van scorepunten naar het CE-cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE per jaar vaststelt en die niet van tevoren vastligt. Het eindcijfer is het (afgeronde) gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer, die elk ongeveer even zwaar meetellen.