Rond 1800 staan twee kunstopvattingen tegenover elkaar. Het (neo)classicisme (circa 1750–1830) grijpt terug op de klassieke oudheid en verheerlijkt de rede, de heldere lijn, de orde en de ideaalschoonheid, vaak met een moreel of politiek doel. De romantiek (circa 1800–1850) stelt daar het gevoel, de verbeelding, het sublieme, de natuur en het individu tegenover, met dramatische kleur en een losse toets. Je leert beide herkennen en aan hun tijd (Verlichting, Franse Revolutie, Napoleon) koppelen. Het CvTE bepaalt per examenjaar welke periodes de stof vormen.
3 Onderdelen~10 min leestijd3 VaardighedenNiveau Standaard 3
basisniveau
Voor iedereen: de tegenstelling rede (classicisme) versus gevoel (romantiek) aan stijlkenmerken herkennen en werken plaatsen.
verhoogd niveau
Verdieping: de vormkeuzes verbinden aan de Verlichting en de politieke omwentelingen en beide opvattingen genuanceerd vergelijken.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Tijdlijn: classicisme en romantiek
Een schilderij toont, in een sobere klassieke zuilenhal, mannen die met gestrekte armen een eed zweren; de lijnen zijn scherp, de kleuren ingehouden. Beargumenteer de stroming.
Een klassiek-heroïsch onderwerp: trouw en plicht naar antiek voorbeeld.
Scherpe lijn, evenwichtige, reliëfachtige compositie, ideale figuren, gedempte kleur.
Het beroep op antieke deugd past bij de Verlichting en de aanloop naar de Franse Revolutie.
Klassiek thema, strakke lijn en morele lading wijzen op het neoclassicisme (David).
Resultaat: De stijlkenmerken en de morele lading plaatsen het werk in het neoclassicisme en verbinden de vorm aan het rede- en deugdideaal van de Verlichting.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een neoclassicistisch werk van David of Ingres. Benoem drie stijlkenmerken en beredeneer hoe de heldere, ordelijke vorm de morele of politieke boodschap ondersteunt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — Verlichting en neoclassicisme (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Een schilderij toont een kleine figuur op de rug gezien, hoog op een rots boven een oneindige, mistige zee van bergtoppen. Analyseer de stroming en de betekenis.
Een nietige figuur tegenover een weids, oneindig landschap; de rugfiguur nodigt ons uit mee te kijken.
Mist, hoogte en oneindigheid wekken ontzag én kleinheid: het sublieme.
Atmosferisch licht en zachte overgangen dragen de stemming, niet de scherpe lijn.
De mens tegenover de overweldigende natuur en het oneindige — een kernthema van de romantiek (Friedrich).
Resultaat: Compositie, atmosfeer en thema wijzen samen op de romantiek; het werk verbeeldt het sublieme en de verhouding van het individu tot de oneindige natuur.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een romantisch werk van Friedrich, Turner, Delacroix of Goya. Beschrijf hoe kleur, licht, toets en compositie het gevoel of het sublieme dragen, en verbind dit met het romantische wereldbeeld.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — romantiek en het sublieme (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Neoclassicisme tegenover romantiek
Twee werken uit dezelfde jaren: het ene is opgebouwd uit strakke, heldere contouren met gedempte kleur, het andere uit warme, bewegende kleurvlekken met een losse toets. Plaats ze en verklaar het verschil.
Scherpe lijn leidend, kleur dienend, rustige compositie: neoclassicisme (in de geest van Ingres).
Kleur en losse toets leidend, dynamische compositie: romantiek (in de geest van Delacroix).
Ze belichamen het debat lijn-tegenover-kleur: rede en orde versus gevoel en beweging.
Beide reageren op dezelfde tijd maar kiezen tegengesteld; de tegenstelling is een denkgereedschap, geen harde grens.
Resultaat: Aan het dragende middel (lijn of kleur) plaats je de werken in tegengestelde kampen; het verschil illustreert de kern van de tegenstelling rede–gevoel.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies één neoclassicistisch en één romantisch werk. Vergelijk ze op de punten lijn/kleur, compositie en thema (Afb. 2) en formuleer per punt een koppelzin. Sluit af met een nuance over de overgang tussen beide stromingen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — classicisme en romantiek vergeleken (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)