Dit onderwerp hoort bij het schoolexamen (SE): de praktijk van het tekenen en schilderen, niet bij het schriftelijke centraal examen. Je leert materialen en technieken kiezen en beheersen (droge en natte tekenmiddelen, verf, digitale beelden), toonwaarde opbouwen met arceren en doezelen, en waarnemend tekenen met de juiste proporties en verhoudingen. De beeldaspecten uit de kunstbeschouwing pas je hier zelf toe om een beeldend probleem op te lossen. De school bepaalt volgens het PTA hoe dit onderdeel wordt getoetst.
3 Onderdelen~10 min leestijd3 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2
basisniveau
Voor iedereen: de belangrijkste materialen en technieken beheersen en toonwaarde en proportie waarnemend toepassen. Dit is SE-stof, geen CE-stof.
verhoogd niveau
Verdieping: materiaal en techniek bewust op het beeldend doel afstemmen en de beeldaspecten trefzeker inzetten in eigen werk.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Materialen en technieken van het tekenen en schilderen
Je wilt een portretstudie maken met sterke licht-donkerwerking (clair-obscur) en zachte overgangen. Welk materiaal kies je en waarom?
Nadruk op grote toonvlakken en zachte overgangen (modellering), niet op fijne lijn.
Potlood is fijn maar traag voor grote toonvlakken; houtskool is zacht, snel en donker en laat zich doezelen.
Houtskool: ideaal voor snelle, brede toonopbouw en dramatisch clair-obscur, met doezelen voor zachte overgangen.
Houtskool veegt; werk van licht naar donker en fixeer het werk om vlekken te voorkomen.
Resultaat: De materiaalkeuze (houtskool) volgt uit het beeldend doel (toon en zachte modellering) en is daarmee verantwoord in plaats van willekeurig.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Maak van hetzelfde onderwerp drie kleine studies: één met een droog middel (bijvoorbeeld houtskool), één met een nat middel (bijvoorbeeld aquarel) en één digitaal. Beschrijf per studie welk beeldaspect het materiaal het beste liet uitwerken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — praktijk (schoolexamen) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Toonwaardenschaal en arceertechnieken
Beschrijf stap voor stap hoe je met houtskool een overtuigend gemodelleerde bol tekent met minstens vijf toonwaarden.
Bepaal eerst de lichtzijde en de schaduwzijde en zet de globale middentoon over de schaduwhelft.
Verdiep de donkerste band (de kernschaduw) net vóór de rand, niet aan de uiterste rand.
Laat aan de schaduwrand een iets lichter reflexlicht, en gum het hooglicht op de lichtzijde uit.
Doezel de overgangen zacht en zet met lichte arcering de fijnere tussentonen; controleer met halfgesloten ogen.
Resultaat: Door van grote vlakken naar fijne overgangen te werken en de kernschaduw en het reflexlicht juist te plaatsen, krijgt de bol overtuigend volume.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Teken een eenvoudig voorwerp (een bol, een ei) en bouw met minstens vijf toonwaarden het volume op. Gebruik doezelen voor de zachte overgangen en (kruis)arceren voor de accenten. Duid hooglicht, middentoon en kernschaduw aan.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — beeldende technieken (praktijk) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Proportie: de figuur in koppen
Verhoudingsregel figuur
De kop dient als meeteenheid: een volwassen staande figuur is ongeveer zeven à acht koppen hoog. Een controlemiddel, geen absolute regel.
Je tekent een staand model dat je te 'kort' vindt ogen. Hoe controleer en corrigeer je de proporties met de kop als eenheid?
Meet met de potloodmethode de kophoogte af (arm gestrekt, één oog dicht).
Vergelijk: hoeveel koppen past de totale hoogte van kruin tot voet?
Meet je bijvoorbeeld maar zes koppen, terwijl het er zeven à acht horen te zijn, dan is de figuur te gedrongen getekend.
Verleng de romp en benen tot de gemeten verhouding klopt en controleer de ijkpunten (navel, kruis, knie).
Resultaat: Door met de kop als eenheid te meten, stel je objectief vast dat de figuur te kort is en corrigeer je gericht — waarnemend meten in plaats van gokken.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Teken een staande figuur of een groot voorwerp en meet met de potloodmethode. Controleer de hoogte in 'koppen' (of een andere eenheid) en markeer minstens drie ijkpunten. Vergelijk je tekening met de gemeten verhoudingen en corrigeer.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — waarnemend tekenen (praktijk) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)