Na 1945 verbreedt de kunst zich in alle richtingen. Van het abstract expressionisme (het gebaar), via de pop art (de massacultuur) en het minimalisme (de reductie), naar de conceptuele kunst (het idee), de land art en de performance (plaats en lichaam), en ten slotte het postmodernisme met zijn citaat, ironie en nieuwe media. Je leert deze richtingen herkennen, de omslag van modernisme naar postmodernisme beredeneren en de verruiming van het kunstbegrip (materiaal, medium, context, publiek) duiden. Het CvTE bepaalt per examenjaar welke periodes de stof vormen.
3 Onderdelen~10 min leestijd3 VaardighedenNiveau Standaard 3
basisniveau
Voor iedereen: de belangrijkste naoorlogse stromingen herkennen en het onderscheid modernisme–postmodernisme aan werken aanwijzen.
verhoogd niveau
Verdieping: de verruiming van het kunstbegrip en de rol van concept, context en toeschouwer in hedendaagse werken beredeneren.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Tijdlijn: hedendaagse kunst vanaf 1945
Een werk toont hetzelfde beeld van een bekend consumptieproduct tientallen keren herhaald in een strak raster, gemaakt met de zeefdruktechniek. Beargumenteer de stroming en de betekenis.
Een alledaags massaproduct uit de consumptiemaatschappij, geen 'verheven' thema.
Zeefdruk en seriële herhaling — een onpersoonlijke, mechanische productiewijze.
De herhaling toont de anonimiteit en massaliteit van de moderne consumptiecultuur.
Massacultuur, herhaling en het vervagen van hoog en laag wijzen op de pop art (Warhol).
Resultaat: Onderwerp, techniek en herhaling plaatsen het werk in de pop art, die de massacultuur tot kunst maakt en de grens hoog–laag doorbreekt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een werk uit elk van de drie stromingen. Benoem per werk het kenmerkende principe (gebaar, massacultuur, reductie) en beredeneer hoe de kunst opschuift van persoonlijke expressie naar idee en ervaring.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — naoorlogse kunst (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Verruiming van media in de hedendaagse kunst
Een werk toont een echt object, een foto van datzelfde object en de woordenboekdefinitie ervan, naast elkaar aan de muur. Analyseer wat het werk onderzoekt en tot welke richting het behoort.
Drie 'versies' van hetzelfde ding: het ding zelf, het beeld ervan en de taal erover.
Wat is de 'echte' vorm — het voorwerp, de afbeelding of het begrip? En wat maakt dit tot kunst?
Niet de uitvoering maar het idee en het onderzoek zijn het werk.
Dit onderzoek naar de aard van kunst en betekenis is kenmerkend voor de conceptuele kunst (Kosuth).
Resultaat: Het werk stelt het idee boven het object en onderzoekt de aard van kunst en betekenis — kern van de conceptuele kunst.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een conceptueel werk, een performance en een land-artwerk. Bepaal per werk wat precies 'het kunstwerk' is (het idee, de handeling, de plek) en beredeneer hoe het het traditionele kunstbegrip oprekt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — conceptuele kunst, performance en land art (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Modernisme tegenover postmodernisme
Een kunstenaar fotografeert zichzelf, geënsceneerd als personages uit oude films en reclame, en presenteert die als een serie. Analyseer de postmoderne kenmerken.
Het werk hergebruikt bestaande beeldtaal uit film en media (appropriation).
Wie is de 'echte' persoon? Identiteit wordt als een reeks rollen en beelden getoond, zonder vaste betekenis.
Populaire mediabeelden worden tot kunst verheven; de grens hoog–laag vervaagt.
Citaat, ironie en meerduidigheid over identiteit en beeldcultuur wijzen op het postmodernisme (Sherman).
Resultaat: Het citeren van bestaande beelden en het bevragen van identiteit en originaliteit plaatsen het werk in het postmodernisme.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een modern (bijvoorbeeld een abstract, 'zuiver' werk) en een postmodern werk (met citaat of ironie). Vergelijk ze op de punten uit Afb. 3 (originaliteit, houding, betekenis) en beredeneer de omslag.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — postmodernisme en hedendaagse kunst (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)