In de eerste helft van de twintigste eeuw volgen de avant-gardestromingen elkaar razendsnel op en breken ze radicaal met de traditionele afbeelding. Van het fauvisme (bevrijde kleur) via het expressionisme (kleur als emotie), het kubisme (analyse van de vorm), het futurisme (beweging en machine), dada (anti-kunst en provocatie) en het surrealisme (droom en onbewuste) tot De Stijl, het constructivisme en het Bauhaus (abstractie en vormgeving). Je leert de stromingen herkennen, aan hun kunstopvatting koppelen en de weg naar de abstractie beredeneren. Het CvTE bepaalt per examenjaar welke periodes de stof vormen.
3 Onderdelen~10 min leestijd3 VaardighedenNiveau Standaard 3
basisniveau
Voor iedereen: de belangrijkste avant-gardestromingen aan hun kenmerken herkennen en aan een stroming koppelen.
verhoogd niveau
Verdieping: de verschillende routes naar de abstractie en de uiteenlopende kunstopvattingen (expressie, analyse, idee, utopie) beredeneren.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Tijdlijn: de avant-garde 1905–1945
Een portret is opgebouwd uit hoekige facetten; het gezicht toont tegelijk een profiel én een vooraanzicht, in gedempte bruin- en grijstinten. Beargumenteer de stroming.
Meerdere gezichtspunten tegelijk (profiel én en-face): het vaste renaissanceperspectief is losgelaten.
Het object is in facetten en vlakken opgebroken en gefragmenteerd.
Gedempte tinten; de nadruk ligt op de analyse van de vorm, niet op kleur.
Meervoudig standpunt en facettering wijzen op het (analytisch) kubisme, circa 1910.
Resultaat: Het meervoudige standpunt en de facettering plaatsen het werk in het kubisme, de radicaalste breuk met het traditionele perspectief.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een fauvistisch, een expressionistisch en een kubistisch werk. Benoem per werk het kenmerkende middel (kleur, emotie of standpunt) en beredeneer hoe elk het beeld verder van de getrouwe afbeelding losmaakt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — avant-garde en moderne kunst (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Vertakking van de avant-garde
Een kunstenaar plaatst een ongewijzigd, in de fabriek gemaakt gebruiksvoorwerp op een sokkel in een tentoonstelling en signeert het. Analyseer wat hier aan de orde is en tot welke stroming het behoort.
Geen door de kunstenaar gemaakt object, maar een gekozen, alledaags fabrieksvoorwerp.
De kunstenaar maakt niets, maar kiest, plaatst en signeert: een readymade.
Wat maakt iets tot kunst — het vakmanschap of de keuze en context van de kunstenaar?
Deze anti-kunsthouding en provocatie horen bij dada (Duchamp, circa 1917).
Resultaat: De readymade verlegt kunst van maken naar kiezen en context; ze plaatst het werk in dada en opent een vraag die de moderne kunst blijft stellen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een futuristisch, een dadaïstisch en een surrealistisch werk. Benoem per werk de kunstopvatting die eruit spreekt (moderniteit, anti-kunst, droom) en beredeneer hoe elk het traditionele kunstbegrip oprekt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — dada, surrealisme en de kunstopvatting (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Abstracte richtingen en hun kernwaarden
Een schilderij bestaat uit een raster van zwarte horizontale en verticale lijnen met enkele vlakken in rood, geel en blauw en verder wit; er is geen enkele verwijzing naar de werkelijkheid. Beargumenteer de stroming en het ideaal.
Alleen rechte horizontale en verticale lijnen en rechthoekige vlakken.
Uitsluitend de primaire kleuren met zwart, wit en grijs.
Geen verwijzing naar de zichtbare werkelijkheid: volledig non-figuratief.
Het strenge systeem (neoplasticisme) streeft naar universele harmonie: De Stijl, Mondriaan.
Resultaat: De beperking tot rechte lijnen en primaire kleuren plaatst het werk in De Stijl; de vorm draagt het ideaal van een universele, geestelijke harmonie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een werk van Mondriaan (De Stijl) en een Bauhaus-ontwerp. Beschrijf de vormkenmerken van beide en beredeneer welk ideaal (universele harmonie tegenover functionele vormgeving) er telkens achter schuilt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — abstractie, De Stijl en Bauhaus (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)