- Centraal examen (CE) — schriftelijk
- Het CE scheikunde is een schriftelijk examen van 3 uur waarin de CE-stof uit de syllabus wordt getoetst (stoffen en materialen, chemische processen, zuur-base, redox, evenwicht, kinetiek, energie, koolstofchemie, chemisch rekenen en analyse). De opgaven zijn context-gericht: een authentieke situatie (industrie, milieu, biochemie) waaruit vragen met vraagwerkwoorden (bereken, leg uit, verklaar, geef de vergelijking, toon aan) volgen.
- Weging CE en SE
- Het eindcijfer is het gemiddelde van het cijfer voor het centraal examen (CE) en het schoolexamen (SE), elk voor de helft. Het SE toetst de niet-CE-domeinen en de onderzoeks- en ontwerpvaardigheden (practicum, profielwerkstuk-achtige onderdelen); de precieze invulling staat in het PTA van de school.
- Hulpmiddelen en normering
- Toegestane hulpmiddelen bij het CE zijn BINAS (informatieboek met tabellen: atoommassa's, oplosbaarheid, standaardelektrodepotentialen, bindingsenergieën, vormingsenthalpieën) en een rekenmachine. De omzetting van score naar cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE per jaar per vak vaststelt; exacte scoregrenzen zijn dus niet vooraf bekend.
- Getoetste vaardigheden
- Naast parate kennis toetst het examen reken- en redeneervaardigheid: kloppende reactievergelijkingen opstellen, rekenen met mol, molariteit, rendement en pH, tabellen (BINAS) opzoeken en toepassen, gegevens uit grafieken en spectra aflezen, en conclusies onderbouwen met de juiste significantie en eenheden.