De scheikunde van biomoleculen: koolhydraten en vetten als energiedragers, aminozuren die via peptidebindingen eiwitten vormen, enzymen als uiterst specifieke biokatalysatoren, en nucleïnezuren als dragers van erfelijke informatie. Steeds herken je de functionele groepen en de condensatie- en hydrolysereacties uit de organische chemie terug in een biologische context.
4 Onderdelen~11 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 4
basisniveau
Voor het CE herken je biomoleculen aan hun functionele groepen en beschrijf je condensatie/hydrolyse.
verhoogd niveau
In de profielverdieping analyseer je enzymwerking, eiwitstructuur en de chemie van nucleïnezuren in detail.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
De esterbinding in een vet
Leg uit welke binding tussen glycerol en een vetzuur ontstaat en welk molecuul vrijkomt.
Glycerol levert een alcoholgroep (–OH), het vetzuur een carbonzuurgroep (–COOH).
Een –OH en een –COOH reageren in een condensatie (verestering) tot een esterbinding (–COO–).
Bij elke gevormde esterbinding wordt een molecuul water afgesplitst; een triglyceride ontstaat door drie zulke koppelingen.
Resultaat: Er ontstaat een esterbinding tussen glycerol en het vetzuur, waarbij water vrijkomt (condensatie).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit welke functionele groep de binding tussen glycerol en een vetzuur vormt, en welk klein molecuul daarbij vrijkomt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: BINAS informatieboek — tabel 67B (biomoleculen) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Structuur van een aminozuur (glycine)
Beschrijf hoe twee aminozuren een dipeptide vormen en benoem de binding en het bijproduct.
De carbonzuurgroep (–COOH) van het ene aminozuur reageert met de aminogroep (–NH₂) van het andere.
Onder afsplitsing van water (condensatie) ontstaat een peptidebinding (–CO–NH–) tussen de twee aminozuren.
Het gekoppelde molecuul is een dipeptide; herhaling van deze condensatie geeft een polypeptide/eiwit.
Resultaat: Twee aminozuren koppelen via een condensatie tot een dipeptide met een peptidebinding; het bijproduct is water.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Geef de twee functionele groepen van een aminozuur en beschrijf hoe twee aminozuren een dipeptide vormen, inclusief het bijproduct.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde VWO — eiwitten en aminozuren (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Enzym verlaagt de activeringsenergie
Verklaar waarom een enzym specifiek is voor één substraat én zijn werking verliest boven de optimale temperatuur.
Het actieve centrum heeft een precieze vorm en ladingsverdeling die alleen bij één substraat past; daardoor is het enzym specifiek.
Die vorm ontstaat door zwakke interacties (waterstofbruggen enz.) die de eiwitketen vouwen.
Boven het optimum verbreken die zwakke interacties; het enzym denatureert, het actieve centrum verliest zijn vorm en de werking valt weg.
Resultaat: Zowel de specificiteit als de temperatuurgevoeligheid volgen uit de precieze, door zwakke interacties bepaalde vorm van het actieve centrum.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom een enzym zowel specifiek is voor één substraat als gevoelig voor een verhoging van de temperatuur boven het optimum.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde VWO — enzymen en stofwisseling (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Complementaire basenparing
Geef voor de DNA-streng A–T–G–C de complementaire streng en het aantal waterstofbruggen per paar.
A paart met T, T met A, G met C, C met G.
Tegenover A–T–G–C komt T–A–C–G te staan.
A–T en T–A: elk 2 bruggen; G–C en C–G: elk 3 bruggen; samen 2 + 2 + 3 + 3 = 10 waterstofbruggen.
Resultaat: De complementaire streng is T–A–C–G, met 2, 2, 3 en 3 waterstofbruggen per paar (samen 10).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een DNA-streng heeft de basenvolgorde A–T–G–C. Geef de complementaire streng en het aantal waterstofbruggen per paar.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde VWO — nucleïnezuren (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)