Het gereedschap waarmee scheikundigen stoffen scheiden, identificeren en kwantificeren: scheidingsmethoden op grond van stofeigenschappen, chromatografie met de Rf-waarde, spectrometrie (massaspectrometrie en infrarood) voor identificatie, en kwantitatieve analyse zoals titrimetrie voor een gehaltebepaling. Steeds gaat het om de keuze van de juiste methode bij de juiste vraag en het correct aflezen van de meetresultaten.
4 Onderdelen~11 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor het CE kies je een scheidingsmethode bij een stofeigenschap en lees je spectra/chromatogrammen af.
verhoogd niveau
In de profielverdieping combineer je meerdere spectra (MS, IR) tot een structuurvoorstel en reken je kwantitatieve analyses door.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Destillatie-opstelling
Beschrijf hoe je uit een mengsel van keukenzout, zand en water alle drie de componenten terugwint.
Zand is onoplosbaar en blijft op het filter achter (verschil in oplosbaarheid/deeltjesgrootte); het filtraat is pekel (zout in water).
Verdamp het water uit de pekel: het zout blijft als vaste stof achter (verschil in kookpunt/vluchtigheid).
Wil je ook het water zuiver terug, destilleer dan de pekel: het water verdampt en condenseert als destillaat, het zout blijft achter.
Resultaat: Filtreren scheidt het zand af (op oplosbaarheid), destilleren/indampen scheidt water en zout (op kookpunt).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je hebt een mengsel van keukenzout, zand en water. Beschrijf met welke twee scheidingsmethoden je alle drie de componenten kunt terugwinnen en benoem per stap de benutte eigenschap.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: BINAS informatieboek — tabel 39 (kook- en smeltpunten) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Dunnelaagchromatogram
Retardatiefactor
Beide afstanden gemeten vanaf de startlijn; Rf ligt tussen 0 en 1 en is karakteristiek onder vaste omstandigheden.
De afstand van de startlijn tot het loopfront is 8,0 cm; een vlek ligt 6,0 cm boven de startlijn. Bereken de Rf-waarde.
Afstand vlek = 6,0 cm; afstand loopfront = 8,0 cm, beide vanaf de startlijn.
Rf = 6,0 / 8,0.
Rf = 0,75 (dimensieloos); onder dezelfde omstandigheden identificeert deze waarde de stof.
Resultaat: De Rf-waarde is 0,75.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Op een chromatogram is de startlijn tot het loopfront 8,0 cm; een vlek ligt 6,0 cm boven de startlijn. Bereken de Rf-waarde.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde VWO — chromatografie (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Massaspectrum van ethanol
Een spectrum heeft M⁺ bij m/z = 46 en een sterke piek bij m/z = 31. Stel een structuur voor en benoem de afgesplitste groep.
De M⁺-piek bij 46 geeft de molecuulmassa 46 u; dat past bij ethanol (C₂H₆O) of dimethylether.
Het verschil 46 − 31 = 15 komt overeen met een afgesplitste CH₃-groep; het fragment m/z 31 is CH₂OH⁺.
Een dominant CH₂OH⁺-fragment (m/z 31) wijst op ethanol (CH₃–CH₂–OH), niet op dimethylether.
Resultaat: De stof is ethanol; het fragment bij m/z 31 (CH₂OH⁺) ontstaat door afsplitsing van een CH₃-groep (massa 15).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een massaspectrum toont een moleculaire-ionpiek bij m/z = 46 en een sterke piek bij m/z = 31. Stel een structuurvoorstel op (hint: het verschil is 15) en benoem de afgesplitste groep.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: BINAS informatieboek — tabel 35 (IR-absorpties) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Titratie-opstelling
Voor 25,0 mL azijn (1,0 g/mL) is 20,0 mL NaOH van 1,0 mol/L nodig. Bereken het massapercentage azijnzuur (M = 60 g/mol).
n(NaOH) = c·V = 1,0 × 0,0200 = 0,0200 mol.
CH₃COOH + NaOH → CH₃COONa + H₂O is 1:1, dus n(azijnzuur) = 0,0200 mol.
m(azijnzuur) = 0,0200 × 60 = 1,2 g; massa azijn = 25,0 × 1,0 = 25 g; percentage = (1,2/25) × 100 %.
Resultaat: De azijn bevat 4,8 massaprocent azijnzuur.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bij de titratie van 25,0 mL azijn (dichtheid 1,0 g/mL) is 20,0 mL NaOH van 1,0 mol/L nodig tot het equivalentiepunt. Bereken het massapercentage azijnzuur (M = 60 g/mol) in de azijn.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde VWO — kwantitatieve analyse (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)