- Alleen schoolexamen (SE) — geen centraal examen
- Informatica kent géén centraal examen. Het volledige examenprogramma wordt in het schoolexamen getoetst; de school bepaalt binnen de wettelijke kaders de vorm (schriftelijke toetsen, praktische opdrachten, programmeer- en ontwerpprojecten), de weging en de spreiding over de bovenbouwjaren. Het cijfer voor het schoolexamen is het eindcijfer voor het vak.
- Kernprogramma — domeinen A t/m F (verplicht)
- Elke kandidaat toont beheersing van de zes kerndomeinen: A Vaardigheden (computational thinking, onderzoeken en ontwerpen), B Grondslagen (algoritmen, datastructuren, automaten, formele talen), C Informatie (representatie, codering, getalstelsels), D Programmeren (imperatief en objectgeoriënteerd, testen), E Architectuur (von Neumann, hardware-/softwarelagen, besturingssysteem) en F Interactie.
- Keuzethema’s — domeinen G t/m R (keuze-verdieping)
- Bovenop de kern kiest de school een aantal keuzethema’s die eveneens in het SE worden getoetst: G Algoritmiek/berekenbaarheid/logica, H Databases, I Cognitive computing, J Programmeerparadigma’s, K Computerarchitectuur, L Netwerken, M Physical computing, N Security, O Usability, P User experience, Q Maatschappelijke invloed en R Computational science. Ze zijn dus geen ‘buiten-het-examen’-stof, maar toetsbare verdieping.
- Praktische opdrachten en het profielwerkstuk
- Een belangrijk deel van de beoordeling verloopt via praktische opdrachten: programmeerprojecten, ontwerpopdrachten, database- of netwerkonderzoeken en presentaties. Informatica leent zich bij uitstek voor het profielwerkstuk, waarin de vaardigheden uit domein A (onderzoeken, ontwerpen, samenwerken, verantwoorden) integraal worden getoetst.