- Centraal examen (CE) — vier domeinen
- Het CE havo aardrijkskunde toetst vier domeinen: Wereld (globalisering, samenhangen en verschillen, arm en rijk), Aarde (de aarde als natuurlijk systeem: platentektoniek, endogene en exogene processen, klimaat, water), Gebieden (een ontwikkelingsland op het niveau van een land — voor havo: Brazilië) en Leefomgeving (nationale en regionale vraagstukken van Nederland: water/delta en ruimtelijke ordening). Duur: 2,5 uur (150 minuten), één papieren examen.
- Vorm en beoordeling
- Open vragen met een gesloten correctievoorschrift: veel bronvragen bij kaarten, klimaatdiagrammen, bevolkingspiramides, tabellen en grafieken. Je moet beschrijven, verklaren en beredeneren, en daarbij mondiaal → lokaal en tussen schaalniveaus redeneren. Elke vraag heeft een maximumscore in punten; de N-term wordt na afname per jaar vastgesteld. Er is een eerste tijdvak (mei) en een herkansing in het tweede tijdvak (juni).
- Bosatlas en bronnen
- Bij het examen is (afhankelijk van de regeling) gebruik van een goedgekeurde atlas (De Bosatlas) toegestaan; veel vragen zijn kaart- en bronvragen. Kaartvaardigheden (kaartsoorten lezen, schaal, ligging absoluut/relatief, legenda) en het correct aflezen van klimaatdiagrammen, bevolkingspiramides en thematische kaarten zijn daarom onmisbaar.
- Schoolexamen (SE)
- Het SE toetst de vaardigheden (domein Geografische benadering en Geografisch onderzoek) en eventueel extra stof of een praktische opdracht/veldwerk die de school kiest. De verdeling CE/SE en het gewicht van deelcijfers legt de school vast in het PTA; het eindcijfer is het gemiddelde van CE en SE.