Loading
Loading
Dit hoofdstuk behandelt de aarde van binnenuit naar buiten: de opbouw in korst, mantel en kern, de platentektoniek die door convectie in de mantel wordt aangedreven, en de verschijnselen aan de plaatgrenzen — vulkanisme en aardbevingen — met hun lokale risico’s. Daarna staat de vormgeving van het landschap centraal: de strijd tussen endogene en exogene krachten, de geomorfologie van rivieren, ijs, wind en zee (met nadruk op Nederland) en de hydrologische kringloop. Steeds gaat het om de samenhang tussen een mondiaal proces en zijn lokale gevolgen.
6Onderdelenca. 24min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 4 · Verdieping 1
basisniveau
Voor het CE moet je de opbouw van de aarde, de platentektoniek en de endogene en exogene processen kunnen beschrijven en toepassen op kaarten, profielen en bronnen, inclusief de waterkringloop.
verhoogd niveau
Verdieping (SE): het samenspel van endogene opbouw en exogene afbraak in het reliëf en de verstoring van de waterkringloop door de mens, toegepast op het Nederlandse landschap.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De schillen van de aarde
De binnenkern is met circa 5000°C heter dan de vloeibare buitenkern, en toch is de binnenkern vast. Verklaar dit.
Of een stof vast of vloeibaar is, hangt niet alleen af van de temperatuur maar ook van de druk: hoge druk houdt deeltjes op hun plaats en verhoogt het smeltpunt.
In de buitenkern is het heet en de druk relatief lager; daar overwint de temperatuur en is het ijzer vloeibaar.
In het middelpunt is de druk zó enorm dat het ijzer niet kan smelten, ook al is het er nog heter — daarom is de binnenkern vast.
Resultaat: De binnenkern is vast omdat de extreem hoge druk in het middelpunt het smeltpunt van ijzer boven de heersende temperatuur brengt; in de minder samengedrukte buitenkern wint de hitte en is het ijzer vloeibaar.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe het kan dat de binnenkern van de aarde nog heter is dan de buitenkern, maar toch vast is terwijl de buitenkern vloeibaar is. Betrek in je antwoord zowel temperatuur als druk.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — domein Aarde: opbouw van de aarde (CvTE / Examenblad)
Convectie drijft de platen
De drie typen plaatgrenzen
Beredeneer in een keten hoe de warmte diep in de aarde uiteindelijk leidt tot het ontstaan van een gebergte als de Andes.
De hitte uit de kern verwarmt de mantel; heet materiaal stijgt op en koel materiaal zakt weg, zodat convectiestromen ontstaan.
Die stromen slepen de lithosfeerplaten mee, zodat de platen ten opzichte van elkaar bewegen.
Bij de westkust van Zuid-Amerika botst een oceanische plaat tegen het continent en duikt eronder weg (subductie).
De botsing plooit en stuwt de rand van het continent omhoog en er stijgt magma op; zo ontstaan het Andesgebergte en zijn vulkanen.
Resultaat: Kernwarmte drijft via convectie de platen aan; waar een oceanische plaat onder Zuid-Amerika duikt (convergente grens, subductie) wordt de rand opgestuwd en ontstaat met vulkanisme het Andesgebergte.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Op een kaart zie je langs een oceaankust een hoog gebergte met een keten actieve vulkanen en veel aardbevingen. Leg uit welk type plaatgrens hier waarschijnlijk ligt en welk proces (met de juiste term) de vulkanen en het gebergte veroorzaakt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — domein Aarde: platentektoniek en plaatgrenzen (CvTE / Examenblad)
Van subductie tot vruchtbare grond
Leg uit hoe een aardbeving onder de oceaanbodem kan leiden tot een tsunami die een verre kust treft.
Bij een plaatgrens onder zee schiet het gesteente los; de zeebodem verschuift plotseling omhoog of omlaag.
De hele waterkolom boven de verschoven bodem komt in beweging, waardoor een reeks lange, snelle golven door de oceaan trekt.
In diep water zijn de golven laag, maar bij de ondiepe kust wordt het water opgestuwd tot een hoge vloedgolf die het land overspoelt.
Resultaat: Een onderzeese aardbeving verplaatst de zeebodem en zet de waterkolom in beweging; de ontstane golven groeien bij de ondiepe kust uit tot een tsunami — een lokaal, verwoestend gevolg van een beving die honderden kilometers verderop begon.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom de dichtbevolkte hellingen van veel vulkanen zowel gevaarlijk als aantrekkelijk zijn om te wonen. Noem minstens één risico en twee redenen waarom mensen er tóch blijven.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — domein Aarde: vulkanisme, aardbevingen en risico’s (CvTE / Examenblad)
Endogeen tegenover exogeen
De Himalaya heeft scherpe, hoge toppen; een oud middelgebergte heeft lage, afgeronde koppen. Verklaar het verschil met endogene en exogene krachten.
Hier botsen nog steeds twee platen; de endogene opbouw stuwt het gebergte sneller omhoog dan de exogene afbraak het kan afslijten, dus blijven de toppen hoog en scherp.
Daar is de tektonische opbouw allang gestopt; alleen de exogene krachten werken nog door.
Verwering en erosie hebben de scherpe toppen eeuwenlang afgesleten en het puin weggevoerd, zodat lage, afgeronde vormen overblijven.
Resultaat: In de Himalaya wint de endogene opbouw nog van de afbraak (hoog en scherp); in een oud gebergte is de opbouw gestopt en heeft de exogene afbraak de toppen afgerond — het verschil in vorm toont welke kracht de overhand heeft.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vergelijk een jong, hoog gebergte met scherpe toppen en een oud, laag heuvellandschap met afgeronde vormen. Leg met de begrippen endogeen en exogeen uit waarom ze er zo verschillend uitzien.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — domein Aarde: endogene en exogene krachten (CvTE / Examenblad)
Exogene krachten en hun landvormen
Leg stap voor stap uit hoe een rivier bij zijn monding een delta opbouwt.
De rivier neemt op zijn weg zand en slib (sediment) mee, dat door de stroming in beweging blijft.
Bij de monding, waar de rivier de zee of een meer bereikt, neemt de stroomsnelheid sterk af.
Trager water kan het materiaal niet meer dragen; het zand en slib bezinken en zetten zich af.
Door de voortdurende afzetting bouwt zich een waaier van nieuw land met vertakkende geulen op — een delta, die langzaam de zee in groeit.
Resultaat: Een delta ontstaat doordat de rivier bij de monding zijn snelheid en daarmee zijn draagkracht verliest, zodat het meegevoerde sediment bezinkt en zich ophoopt tot een waaier van nieuw land — het proces sedimentatie in het groot.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Verklaar hoe de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe zijn ontstaan. Gebruik in je antwoord het begrip stuwwal en leg uit welke exogene kracht (en in welke periode) verantwoordelijk was.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — domein Aarde: geomorfologie en landschapsvorming (CvTE / Examenblad)
De waterkringloop
Verklaar met de waterkringloop waarom een volgebouwde stad bij een hevige bui sneller onder water staat dan een grasveld.
Op onbebouwde grond zakt een groot deel van de regen in de bodem (infiltratie) en wordt tijdelijk als grondwater vastgehouden; slechts een deel stroomt af.
Asfalt en beton zijn ondoorlatend; het regenwater kan niet infiltreren, dus vrijwel alles wordt afstroming.
Al dat water bereikt tegelijk de straten en het riool, dat de plotselinge piek niet kan verwerken, waardoor het water op straat blijft staan.
Resultaat: Doordat asfalt en beton de infiltratie tegenhouden, wordt in de stad bijna alle neerslag afstroming die tegelijk het riool bereikt; het grasveld laat veel water infiltreren en spreidt de afvoer, zodat het daar veel langzamer tot overlast komt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg met de waterkringloop uit waarom het volbouwen van een gebied met asfalt en beton bij hevige regen tot meer wateroverlast leidt dan wanneer datzelfde gebied grasland of bos was. Gebruik de begrippen infiltratie en afstroming.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — domein Aarde: de hydrologische kringloop en waterbalans (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen