Loading
Loading
Dit hoofdstuk hoort bij het domein Wereld van het CE havo aardrijkskunde en behandelt de kern van de globalisering: hoe gebieden over de hele aarde steeds sterker met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk raken, en waarom er tegelijk grote en hardnekkige verschillen tussen die gebieden blijven bestaan. Je leert de globalisering te beschrijven, het centrum-periferiemodel op wereldschaal toe te passen, de mondiale arbeidsverdeling en productieketens te doorzien en mondiale spreidingspatronen op kaart te lezen. De rode draad is dat verbondenheid en ongelijkheid twee kanten van dezelfde medaille zijn.
5Onderdelenca. 22min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3 · Verdieping 1
basisniveau
Voor het CE moet je globalisering en het centrum-periferiemodel op wereldschaal kunnen beschrijven en toepassen op bronnen (kaarten, tabellen, grafieken) waarin verbondenheid en ongelijkheid zichtbaar zijn.
verhoogd niveau
Verdieping (SE): de wisselwerking tussen economische, culturele en politieke globalisering en de manier waarop mondiale productieketens de ongelijke ruilverhoudingen tussen kern en periferie in stand houden.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Tijd-ruimtecompressie en de drijvende krachten
Leg uit hoe de opkomst van de standaardcontainer heeft bijgedragen aan de economische globalisering. Gebruik het begrip tijd-ruimtecompressie.
De standaardcontainer maakte het laden, lossen en overslaan van goederen tussen schip, trein en vrachtwagen snel, goedkoop en betrouwbaar, omdat de doos overal past en machinaal wordt behandeld.
Doordat vervoer per eenheid veel goedkoper en sneller werd, daalden de tijd en de kosten om afstand te overbruggen: dat is tijd-ruimtecompressie voor goederen.
Nu afstand minder telt, kon een bedrijf onderdelen wereldwijd inkopen en de productie spreiden naar de goedkoopste locaties, waardoor internationale productieketens ontstonden.
Resultaat: De standaardcontainer verlaagde de transportkosten en -tijd sterk (tijd-ruimtecompressie), waardoor wereldwijd inkopen en gespreid produceren rendabel werd — een directe motor achter de economische globalisering.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg met behulp van de begrippen tijd-ruimtecompressie en drijvende krachten uit waarom de wereld sinds ongeveer 1950 economisch veel sterker verbonden is geraakt. Noem in je antwoord minstens drie drijvende krachten.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — domein Wereld: globalisering (CvTE / Examenblad)
Kern versus periferie in ruilverhoudingen
Centrum-periferiemodel op wereldschaal
Een bron beschrijft een land met een snelgroeiende auto- en elektronica-industrie, een groeiende middenklasse, maar ook grote wijken met armoede en een sterke afhankelijkheid van buitenlandse technologie. In welke zone van het centrum-periferiemodel plaats je dit land? Beredeneer je keuze.
Snelle industrialisatie en een groeiende middenklasse wijzen op opkomst; grote armoede en afhankelijkheid van buitenlandse technologie wijzen erop dat het land nog niet de top heeft bereikt.
De kern is al hoogontwikkeld en bepaalt de regels; de periferie is arm en levert vooral grondstoffen. Dit land zit daar tussenin: het industrialiseert snel maar blijft afhankelijk.
Dat is precies het profiel van de semiperiferie — de opkomende economieën, zoals de BRICS-landen.
Resultaat: Het land hoort in de semiperiferie: het industrialiseert snel en wint aan invloed (niet meer periferie), maar kent nog grote interne ongelijkheid en afhankelijkheid van de kern (nog geen kern).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg met behulp van het centrum-periferiemodel en het begrip ongelijke ruilverhoudingen uit waarom een grondstoffenrijk ontwikkelingsland (periferie) toch relatief arm kan blijven, ook al exporteert het veel.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — centrum-periferiemodel (CvTE / Examenblad)
Mondiale waardeketen van een product
Leg met minstens twee redenen uit waarom een kledingmerk uit de kern zijn kleding laat naaien in een lagelonenland in plaats van in eigen land. Noem één risico voor het productieland.
In een lagelonenland zijn de lonen veel lager, waardoor het arbeidsintensieve naaien veel goedkoper kan; ook belastingen en regels zijn er vaak soepeler.
Er is een groot aanbod van arbeidskrachten die dit werk willen doen, zodat het merk snel veel kan laten produceren.
Omdat de productie beweeglijk is (footloose), kan het merk naar een nóg goedkoper land vertrekken; dan verdwijnen de banen weer — het productieland is kwetsbaar en afhankelijk.
Resultaat: Het merk verplaatst het naaien vanwege lagere lonen en een ruim arbeidsaanbod (outsourcing om kosten te besparen); het risico is dat de productie later opnieuw verhuist naar een goedkoper land en de werkgelegenheid meeneemt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een smartphone wordt ontworpen in de kern, met onderdelen uit verschillende landen, en in een lagelonenland geassembleerd. Beredeneer met behulp van de waardeketen waarom het assemblageland maar een klein deel van de verkoopprijs ontvangt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — mondiale arbeidsverdeling en productieketens (CvTE / Examenblad)
Handelsstromen tussen kern en periferie
Een leerling zegt: 'Waar de meeste mensen wonen, is ook de meeste welvaart.' Beoordeel deze uitspraak met behulp van de spreidingspatronen van bevolking en welvaart.
De bevolking is sterk geconcentreerd in dichtbevolkte gebieden met gunstig klimaat en vruchtbare grond, zoals Zuid- en Oost-Azië — niet per se in de rijkste landen.
De welvaart is geconcentreerd in de kern (Noord-Amerika, West-Europa, Japan), waar juist een kleiner deel van de wereldbevolking woont.
De twee patronen vallen niet samen: veel mensen wonen buiten de rijke kern, dus per hoofd is de welvaart nog ongelijker verdeeld dan de bevolking.
Resultaat: De uitspraak klopt niet: bevolking en welvaart hebben verschillende spreidingspatronen. De meeste mensen wonen in dichtbevolkte gebieden met gunstige natuur (deels periferie/semiperiferie), terwijl de welvaart in de kern is geconcentreerd.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je krijgt een wereldkaart met de belangrijkste handelsstromen. Beschrijf het spreidingspatroon van de handel en verklaar met het centrum-periferiemodel waarom de dikste stromen tussen de kerngebieden lopen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — mondiale spreidingspatronen en kaartvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Golven van globalisering
Globalisering en haar tegenkrachten
In een grote stad ergens ter wereld staan dezelfde internationale koffieketens als in Europa, maar op hun menu staan lokale gerechten en de reclame is in de landstaal. Is dit een voorbeeld van homogenisering of van glokalisering? Beredeneer.
Dezelfde internationale keten uit de kern duikt overal op, waardoor winkelstraten wereldwijd op elkaar gaan lijken — dat wijst op homogenisering.
Het menu is aangepast aan de lokale keuken en de reclame is in de landstaal; het mondiale merk mengt zich dus met het lokale.
Omdat het mondiale product bewust wordt aangepast aan de lokale smaak en taal, weegt het aanpassen zwaarder: dit is vooral glokalisering, met een homogeniserende ondergrond.
Resultaat: Het is vooral glokalisering: een mondiaal merk (homogeniserende kracht) wordt aangepast aan de lokale keuken en taal, zodat het mondiale en het lokale zich mengen in plaats van dat het lokale volledig verdwijnt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg met het begrip glokalisering uit waarom een wereldwijd merk zijn producten of reclame per land aanpast. Geef daarna één voorbeeld van een tegenbeweging tegen de globalisering en leg uit waartegen die zich richt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — culturele globalisering en tegenbewegingen (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad