EuraStudy
Samenvattingen/Tekenen/Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving
Samenvattingen · TekenenNL · VWO

Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving

Na 1945 verbreedt de kunst zich in alle richtingen. Van het abstract expressionisme (het gebaar), via de pop art (de massacultuur) en het minimalisme (de reductie), naar de conceptuele kunst (het idee), de land art en de performance (plaats en lichaam), en ten slotte het postmodernisme met zijn citaat, ironie en nieuwe media. Je leert deze richtingen herkennen, de omslag van modernisme naar postmodernisme beredeneren en de verruiming van het kunstbegrip (materiaal, medium, context, publiek) duiden. Het CvTE bepaalt per examenjaar welke periodes de stof vormen.

3 Onderdelen·~10 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Standaard 3

T·111111 / 14
Examenprofiel
Naoorlogse en hedendaagse stromingen herkennen: abstract expressionisme, pop art, minimalisme, conceptuele kunst, land art, performance, postmodernisme, nieuwe media.De omslag van modernisme naar postmodernisme beredeneren (autonomie en originaliteit tegenover citaat, ironie en meerduidigheid).De verruiming van het kunstbegrip (materiaal, medium, context, publiek) herkennen en duiden.
Operatoren:herkenplaatsanalyseervergelijkleg uitverklaarberedeneer

basisniveau

Voor iedereen: de belangrijkste naoorlogse stromingen herkennen en het onderscheid modernisme–postmodernisme aan werken aanwijzen.

verhoogd niveau

Verdieping: de verruiming van het kunstbegrip en de rol van concept, context en toeschouwer in hedendaagse werken beredeneren.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving
    • 01Van gebaar tot idee: abstract expressionisme, pop art en minimalisme◐
    • 02Concept, lichaam en plaats: conceptuele kunst, performance en land art◐
    • 03Postmodernisme, nieuwe media en het verruimde kunstbegrip◐
§ 01

Van gebaar tot idee: abstract expressionisme, pop art en minimalisme#

●●○StandaardLPexamenblad-tekenen-kunstgeschiedenis-hedendaags

Kernpunten

Na de Tweede Wereldoorlog verschoof het zwaartepunt van de kunst van Parijs naar New York, met het abstract expressionisme. Afb. 1 plaatst de naoorlogse stromingen op de tijdlijn. Deze abstracte schilderkunst maakte van het schildersgebaar zelf het onderwerp: Jackson Pollock legde het doek op de grond en druppelde en zwiepte de verf erover (action painting), zodat het spoor van de lichamelijke handeling het beeld werd. Mark Rothko schilderde daarentegen grote, zwevende kleurvlakken (color field) voor een meditatieve, bijna spirituele ervaring. Het gemeenschappelijke: grote schaal, pure abstractie en de directe expressie van het onbewuste.

Tijdlijn: hedendaagse kunst vanaf 1945

Tijdlijn van 1945 tot 2025, 5 gebeurtenissen, 2 periodenTijdlijn van 1945 tot 2025, 1950: abstract expressionisme, 1962: pop art, 1965: minimalisme en conceptuele kunst, 1970: land art en performance, 1980: postmodernisme, 1945–1970: laatmodernisme, 1970–2025: postmodernisme en heden1945jaarlaatmodernismepostmodernisme enheden1950abstractexpressionisme1962pop art1965minimalisme enconceptuele kun…1970land art enperformance1980postmodernisme
Afb. 1Afb. 1 — De naoorlogse en hedendaagse stromingen; het open einde geeft aan dat de ontwikkeling doorloopt.
Als reactie op die hoogdravende expressie omarmde de pop art (vanaf de late jaren vijftig, bloeiend in de jaren zestig) juist de alledaagse massacultuur: reclame, strips, consumptieproducten en beroemdheden. Andy Warhol maakte met de zeefdruk seriematige beelden van soepblikken en filmsterren, waarmee hij de herhaling en anonimiteit van de consumptiemaatschappij zichtbaar maakte; Roy Lichtenstein vergrootte stripbeelden inclusief hun rasterpunten. De pop art wiste de grens tussen 'hoge' kunst en 'lage' populaire cultuur uit — een houding die het latere postmodernisme zou kenmerken.
Het minimalisme (jaren zestig) ging de andere kant op en reduceerde het kunstwerk tot het uiterste: eenvoudige geometrische vormen, industriële materialen, herhaling en geen enkele illusie of persoonlijke expressie. Donald Judd plaatste identieke, in de fabriek gemaakte units in een reeks; het werk verwijst nergens naar en 'is' alleen zichzelf ('what you see is what you see'). De aandacht verschuift naar het object in de ruimte en naar de waarneming van de kijker zelf — de betekenis zit niet in een afbeelding maar in de fysieke ervaring.
Deze drie naoorlogse richtingen tonen een spectrum: van maximale persoonlijke expressie (abstract expressionisme), via de onpersoonlijke massacultuur (pop art), naar de zakelijke reductie (minimalisme). Samen bereidden ze een fundamentele verschuiving voor: van het kunstwerk als expressief, uniek object naar de kunst als idee, keuze en ervaring. Op het examen herken je het abstract expressionisme aan het gebaar en de abstractie, de pop art aan de massacultuur en de herhaling, en het minimalisme aan de reductie en de industriële vorm.
Uitgewerkt voorbeeld

Pop art herkennen

Een werk toont hetzelfde beeld van een bekend consumptieproduct tientallen keren herhaald in een strak raster, gemaakt met de zeefdruktechniek. Beargumenteer de stroming en de betekenis.

  1. 01Onderwerp

    Een alledaags massaproduct uit de consumptiemaatschappij, geen 'verheven' thema.

  2. 02Techniek

    Zeefdruk en seriële herhaling — een onpersoonlijke, mechanische productiewijze.

  3. 03Betekenis

    De herhaling toont de anonimiteit en massaliteit van de moderne consumptiecultuur.

  4. 04Stroming

    Massacultuur, herhaling en het vervagen van hoog en laag wijzen op de pop art (Warhol).

Resultaat: Onderwerp, techniek en herhaling plaatsen het werk in de pop art, die de massacultuur tot kunst maakt en de grens hoog–laag doorbreekt.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: abstract expressionisme, pop art en minimalisme aan hun kenmerken (gebaar/abstractie, massacultuur/herhaling, reductie/industrieel) herkennen.
  • Examendoel: de verschuiving van expressief object naar idee en ervaring beredeneren.

Veelgemaakte fouten

  • Alle naoorlogse abstractie 'abstract expressionisme' noemen; het minimalisme is juist onpersoonlijk en anti-expressief.
  • Pop art als louter vrolijke reclame zien; ze becommentarieert de consumptiemaatschappij en de anonimiteit ervan.

Actieve herhaling

Kies een werk uit elk van de drie stromingen. Benoem per werk het kenmerkende principe (gebaar, massacultuur, reductie) en beredeneer hoe de kunst opschuift van persoonlijke expressie naar idee en ervaring.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — naoorlogse kunst (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 02

Concept, lichaam en plaats: conceptuele kunst, performance en land art#

●●○StandaardLPexamenblad-tekenen-kunstgeschiedenis-hedendaags

Kernpunten

Vanaf de late jaren zestig verlieten kunstenaars steeds vaker het traditionele, verhandelbare object. Afb. 2 toont de verbreding van media die daaruit voortkwam. In de conceptuele kunst is het idee zelf het kunstwerk, niet het uitgevoerde object: de gedachte, de instructie of de vraag telt, en de fysieke uitvoering is bijzaak of overbodig. Joseph Kosuth toonde in One and Three Chairs (1965) een stoel, een foto ervan en een woordenboekdefinitie naast elkaar, als onderzoek naar wat 'een stoel' — en wat kunst — eigenlijk is. Kunst werd een onderzoek naar haar eigen aard.

Verruiming van media in de hedendaagse kunst

Graaf, 7 knopen, 9 kantenGraaf, kunst na 1960 → schilderkunst / object, kunst na 1960 → concept (het idee), kunst na 1960 → performance (lichaam), kunst na 1960 → land art (plaats), kunst na 1960 → video / nieuwe media, concept (het idee) → verruimd kunstbegrip, performance (lichaam) → verruimd kunstbegrip, land art (plaats) → verruimd kunstbegrip, video / nieuwe media → verruimd kunstbegripkunst na 1960schilderkunst /objectconcept (hetidee)performance(lichaam)land art(plaats)video /nieuwemediaverruimdkunstbegrip
Afb. 2Afb. 2 — De hedendaagse kunst verbreedt haar media van het object naar idee, lichaam, plaats en nieuwe media.
In de performancekunst werd het lichaam van de kunstenaar zelf het medium, en de handeling in de tijd het werk. Zulke werken zijn tijdelijk en vaak alleen via documentatie (foto, film) bewaard. Marina Abramović verkende in langdurige, soms fysiek zware acties de grenzen van lichaam, wil en de relatie met het publiek. De kunst verschoof hier van een blijvend object naar een gebeurtenis en een ervaring, waarin de aanwezigheid en soms de deelname van de toeschouwer meetellen.
De land art (of earth art) verplaatste de kunst naar het landschap zelf, buiten de muren van de galerie en het museum. Robert Smithson bouwde in een zoutmeer de reusachtige Spiral Jetty (1970); anderen tekenden lijnen door de woestijn of bewerkten de aarde op grote schaal. Deze werken zijn vaak afgelegen, veranderlijk en vergankelijk (ze eroderen of verdwijnen), en bestaan voor de meeste mensen alleen als foto of kaart. Plaats, tijd en natuur worden hier zelf materiaal van de kunst.
Wat conceptuele kunst, performance en land art delen, is dat ze het kunstbegrip radicaal oprekken: kunst hoeft geen geschilderd of gebeeldhouwd, verkoopbaar object meer te zijn — ze kan een idee, een handeling, een plek of een ervaring zijn. Dat hangt samen met een tijd van maatschappelijke kritiek (jaren zestig en zeventig), verzet tegen de commercie van de kunstmarkt en een breder besef dat betekenis in de context en bij de toeschouwer ontstaat. Op het examen herken je deze richtingen aan hun medium — idee, lichaam of landschap — en verbind je ze aan de verruiming van wat kunst kan zijn.
Uitgewerkt voorbeeld

Conceptuele kunst duiden

Een werk toont een echt object, een foto van datzelfde object en de woordenboekdefinitie ervan, naast elkaar aan de muur. Analyseer wat het werk onderzoekt en tot welke richting het behoort.

  1. 01Waarnemen

    Drie 'versies' van hetzelfde ding: het ding zelf, het beeld ervan en de taal erover.

  2. 02Vraag

    Wat is de 'echte' vorm — het voorwerp, de afbeelding of het begrip? En wat maakt dit tot kunst?

  3. 03Medium

    Niet de uitvoering maar het idee en het onderzoek zijn het werk.

  4. 04Richting

    Dit onderzoek naar de aard van kunst en betekenis is kenmerkend voor de conceptuele kunst (Kosuth).

Resultaat: Het werk stelt het idee boven het object en onderzoekt de aard van kunst en betekenis — kern van de conceptuele kunst.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: conceptuele kunst, performance en land art aan hun medium (idee, lichaam, landschap) herkennen.
  • Examendoel: de verruiming van het kunstbegrip (van object naar idee, handeling, plaats en ervaring) beredeneren.

Veelgemaakte fouten

  • Deze kunst afwijzen omdat er 'niets gemaakt' is; het idee, de handeling of de plek ís hier bewust het werk.
  • Performance en land art alleen als de bewaarde foto zien; het eigenlijke werk is de tijdelijke handeling of de plek zelf.

Actieve herhaling

Kies een conceptueel werk, een performance en een land-artwerk. Bepaal per werk wat precies 'het kunstwerk' is (het idee, de handeling, de plek) en beredeneer hoe het het traditionele kunstbegrip oprekt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — conceptuele kunst, performance en land art (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 03

Postmodernisme, nieuwe media en het verruimde kunstbegrip#

●●○StandaardLPexamenblad-tekenen-kunstgeschiedenis-hedendaags

Kernpunten

Vanaf de jaren zeventig en tachtig kwam het geloof in vooruitgang, zuiverheid en originaliteit — de kern van het modernisme — onder druk te staan. Het postmodernisme dat opkwam, verwierp het idee van één juiste, voortschrijdende richting. Afb. 3 zet de tegenstelling op een rij. In plaats van originaliteit koos het postmodernisme voor het citaat en de toe-eigening (appropriation): het hergebruiken en herschikken van bestaande beelden uit kunst en media. In plaats van ernst en zuiverheid koos het voor ironie, pastiche en het bewust mengen van 'hoge' en 'lage' cultuur.

Modernisme tegenover postmodernisme

Tabel met 3 kolommen en 5 rijen, gemarkeerde cel: citaat en toe-eigeningTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: kenmerk · modernisme · postmodernisme; houding · vooruitgang, ernst, zuiverheid · ironie, spel, twijfel; originaliteit · het nieuwe en unieke · citaat en toe-eigening; betekenis · één richting, groot verhaal · meerduidig, door de kijker; cultuur · hoge kunst gescheiden van lage · hoog en laag vermengd; medium · zuiverheid van het medium · installatie, video, nieuwe media, gemarkeerde cel: citaat en toe-eigeningKENMERKMODERNISMEPOSTMODERNISMEhoudingvooruitgang, ernst,zuiverheidironie, spel, twijfeloriginaliteithet nieuwe en uniekecitaat en toe-eigeningbetekeniséén richting, groot verhaalmeerduidig, door de kijkercultuurhoge kunst gescheiden vanlagehoog en laag vermengdmediumzuiverheid van het mediuminstallatie, video, nieuwemedia
Afb. 3Afb. 3 — De omslag van modernisme naar postmodernisme: van zuiverheid en originaliteit naar citaat, ironie en meerduidigheid.
Kenmerkend is de meerduidigheid: een postmodern werk heeft zelden één vaste betekenis, maar speelt met verwijzingen, dubbelzinnigheid en de rol van de kijker die zelf betekenis construeert. Cindy Sherman ensceneerde en fotografeerde zichzelf in talloze rollen en stelde daarmee identiteit en het (media)beeld ter discussie; anderen kopieerden bestaande kunstwerken om het idee van origineel en authentiek te bevragen. De grote, allesverklarende verhalen maakten plaats voor fragmentatie, twijfel en spel.
Tegelijk verbreedde het medium zich verder met de opkomst van nieuwe media: videokunst, fotografie op groot formaat, installatie (waarin de kijker de ruimte binnenstapt), en later digitale en internetkunst. De installatie en de omgevingskunst maken de ervaring en de context tot deel van het werk; de digitale technologie voegt interactiviteit en het beeldscherm toe. Ook de straatkunst bracht kunst buiten de instituties, de openbare ruimte in. Het onderscheid tussen kunstdisciplines en tussen kunst en het dagelijks leven vervaagde verder.
Dit alles komt samen in het verruimde kunstbegrip: sinds de twintigste eeuw kan in principe elk materiaal, elk medium, elke handeling en elke context kunst zijn — bepalend zijn de keuze en de context van de kunstenaar en de betekenis die in het samenspel met de toeschouwer ontstaat. Hedendaagse kunstenaars als Ai Weiwei of Olafur Eliasson werken wereldwijd, over disciplines heen, en betrekken maatschappij, politiek en publiek in hun werk. Op het examen herken je het postmodernisme aan citaat, ironie, meerduidigheid en het mengen van hoog en laag, en duid je de verruiming van het kunstbegrip die de hele periode kenmerkt.
Uitgewerkt voorbeeld

Postmodernisme herkennen

Een kunstenaar fotografeert zichzelf, geënsceneerd als personages uit oude films en reclame, en presenteert die als een serie. Analyseer de postmoderne kenmerken.

  1. 01Citaat

    Het werk hergebruikt bestaande beeldtaal uit film en media (appropriation).

  2. 02Meerduidigheid

    Wie is de 'echte' persoon? Identiteit wordt als een reeks rollen en beelden getoond, zonder vaste betekenis.

  3. 03Hoog en laag

    Populaire mediabeelden worden tot kunst verheven; de grens hoog–laag vervaagt.

  4. 04Conclusie

    Citaat, ironie en meerduidigheid over identiteit en beeldcultuur wijzen op het postmodernisme (Sherman).

Resultaat: Het citeren van bestaande beelden en het bevragen van identiteit en originaliteit plaatsen het werk in het postmodernisme.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het onderscheid modernisme–postmodernisme (originaliteit/zuiverheid tegenover citaat/ironie/meerduidigheid) aan werken aanwijzen.
  • Examendoel: de rol van nieuwe media, installatie en context en de verruiming van het kunstbegrip beredeneren.

Veelgemaakte fouten

  • Postmodernisme als 'stijl' opvatten; het is vooral een houding (citaat, ironie, meerduidigheid) die vele media omvat.
  • Toe-eigening (appropriation) voor gebrek aan originaliteit aanzien; het bevragen van originaliteit ís hier de bedoeling.

Actieve herhaling

Kies een modern (bijvoorbeeld een abstract, 'zuiver' werk) en een postmodern werk (met citaat of ironie). Vergelijk ze op de punten uit Afb. 3 (originaliteit, houding, betekenis) en beredeneer de omslag.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — postmodernisme en hedendaagse kunst (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Van gebaar tot idee: abstract expressionisme, pop art en minimalisme◐
    • 02Concept, lichaam en plaats: conceptuele kunst, performance en land art◐
    • 03Postmodernisme, nieuwe media en het verruimde kunstbegrip◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~10
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

College voor Toetsen en Examens (CvTE)

  • Examenprogramma beeldende vakken vwo — naoorlogse kunst

Vorig onderwerp

Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)

Volgend onderwerp

Praktijk (schoolexamen): tekenen en schilderen — tweedimensionaal werk

EuraStudy·Samenvattingen T·11·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.