EuraStudy
Samenvattingen/Tekenen/Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)
Samenvattingen · TekenenNL · VWO

Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)

In de eerste helft van de twintigste eeuw volgen de avant-gardestromingen elkaar razendsnel op en breken ze radicaal met de traditionele afbeelding. Van het fauvisme (bevrijde kleur) via het expressionisme (kleur als emotie), het kubisme (analyse van de vorm), het futurisme (beweging en machine), dada (anti-kunst en provocatie) en het surrealisme (droom en onbewuste) tot De Stijl, het constructivisme en het Bauhaus (abstractie en vormgeving). Je leert de stromingen herkennen, aan hun kunstopvatting koppelen en de weg naar de abstractie beredeneren. Het CvTE bepaalt per examenjaar welke periodes de stof vormen.

3 Onderdelen·~10 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Standaard 3

T·101010 / 14
Examenprofiel
De avant-gardestromingen van de eerste helft van de twintigste eeuw herkennen en aan een stroming koppelen.De weg naar de abstractie en de autonomie van het beeld beredeneren.De vernieuwing van vorm, materiaal en kunstopvatting in context plaatsen (moderniteit, wereldoorlogen, techniek).
Operatoren:herkenplaatsanalyseervergelijkleg uitverklaarberedeneer

basisniveau

Voor iedereen: de belangrijkste avant-gardestromingen aan hun kenmerken herkennen en aan een stroming koppelen.

verhoogd niveau

Verdieping: de verschillende routes naar de abstractie en de uiteenlopende kunstopvattingen (expressie, analyse, idee, utopie) beredeneren.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)
    • 01De breuk met de traditie: fauvisme, expressionisme en kubisme◐
    • 02Provocatie en verbeelding: futurisme, dada en surrealisme◐
    • 03Abstractie en constructie: De Stijl, constructivisme en Bauhaus◐
§ 01

De breuk met de traditie: fauvisme, expressionisme en kubisme#

●●○StandaardLPexamenblad-tekenen-kunstgeschiedenis-moderne-avantgarde

Kernpunten

Rond 1905 versnelde de vernieuwing die het (post)impressionisme had ingezet tot een reeks radicale breuken. Afb. 1 plaatst de belangrijkste ismen op de tijdlijn. De eerste was het fauvisme: Henri Matisse en de zijnen gebruikten felle, zuivere kleuren die niet langer de natuur volgden maar autonoom werden ingezet — een groene streep in een gezicht, een rode boom. Critici noemden hen 'les fauves' (de wilde beesten). De kleur was bevrijd van haar beschrijvende rol en werd een zelfstandig expressief middel.

Tijdlijn: de avant-garde 1905–1945

Tijdlijn van 1900 tot 1945, 6 gebeurtenissen, 2 periodenTijdlijn van 1900 tot 1945, 1905: fauvisme (Matisse), 1907: kubisme (Picasso), 1909: futurisme, 1916: dada, 1917: De Stijl, 1924: surrealisme, 1905–1920: expressionisme, 1919–1933: Bauhaus19001945jaarexpressionismeBauhaus1905fauvisme(Matisse)1907kubisme(Picasso)1909futurisme1916dada1917De Stijl1924surrealisme
Afb. 1Afb. 1 — De opeenvolging van de avant-gardestromingen in de eerste helft van de twintigste eeuw.
Tegelijk ontstond in Duitsland het expressionisme, dat de vorm en de kleur inzette om innerlijke emotie en maatschappijkritiek uit te drukken. De groep Die Brücke (met Ernst Ludwig Kirchner) schilderde hoekig en rauw de vervreemding van de moderne grootstad; de groep Der Blaue Reiter (met Wassily Kandinsky en Franz Marc) zocht een spirituele, bijna muzikale kleurexpressie die naar de abstractie neigde. Waar het impressionisme de buitenwereld waarnam, drukte het expressionisme het innerlijk uit — de werkelijkheid werd bewust vervormd om gevoel over te brengen.
De meest ingrijpende breuk kwam met het kubisme (vanaf circa 1907), ontwikkeld door Pablo Picasso en Georges Braque. Zij verlieten het vaste standpunt van het renaissanceperspectief: een object werd vanuit meerdere gezichtspunten tegelijk getoond en in facetten opgebroken (het analytisch kubisme), zodat het beeld een gefragmenteerde, bijna doorzichtige structuur kreeg. Picasso's Les Demoiselles d'Avignon (1907) geldt als kantelpunt. In het latere synthetisch kubisme werd het beeld weer opgebouwd uit vlakken, met de introductie van de collage en het papier collé — vreemd materiaal in het kunstwerk.
Deze drie stromingen delen één beweging: weg van de getrouwe afbeelding, naar de zelfstandigheid van kleur (fauvisme), emotie (expressionisme) en vorm (kubisme). Ze hangen samen met de moderniteit: de snelle, ontregelende grootstad, nieuwe wetenschap en filosofie, en een groeiend besef dat de zichtbare werkelijkheid maar één van vele mogelijke beelden is. Op het examen herken je fauvisme aan de bevrijde kleur, expressionisme aan de emotionele vervorming en kubisme aan het meervoudige standpunt en de facettering — en zie je hoe elk het beeld verder losmaakt van de nabootsing.
Uitgewerkt voorbeeld

Kubisme herkennen

Een portret is opgebouwd uit hoekige facetten; het gezicht toont tegelijk een profiel én een vooraanzicht, in gedempte bruin- en grijstinten. Beargumenteer de stroming.

  1. 01Standpunt

    Meerdere gezichtspunten tegelijk (profiel én en-face): het vaste renaissanceperspectief is losgelaten.

  2. 02Vorm

    Het object is in facetten en vlakken opgebroken en gefragmenteerd.

  3. 03Kleur

    Gedempte tinten; de nadruk ligt op de analyse van de vorm, niet op kleur.

  4. 04Conclusie

    Meervoudig standpunt en facettering wijzen op het (analytisch) kubisme, circa 1910.

Resultaat: Het meervoudige standpunt en de facettering plaatsen het werk in het kubisme, de radicaalste breuk met het traditionele perspectief.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: fauvisme, expressionisme en kubisme aan hun kenmerken (bevrijde kleur, emotionele vervorming, meervoudig standpunt) herkennen.
  • Examendoel: de gedeelde beweging weg van de nabootsing beredeneren en aan de moderniteit koppelen.

Veelgemaakte fouten

  • Fauvisme en expressionisme gelijkstellen; fauvisme draait vooral om de bevrijde, decoratieve kleur, expressionisme om emotie en maatschappijkritiek.
  • Kubisme voor 'slordig' of 'abstract' aanzien; het analyseert juist het object vanuit meerdere standpunten en blijft er meestal naar verwijzen.

Actieve herhaling

Kies een fauvistisch, een expressionistisch en een kubistisch werk. Benoem per werk het kenmerkende middel (kleur, emotie of standpunt) en beredeneer hoe elk het beeld verder van de getrouwe afbeelding losmaakt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — avant-garde en moderne kunst (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 02

Provocatie en verbeelding: futurisme, dada en surrealisme#

●●○StandaardLPexamenblad-tekenen-kunstgeschiedenis-moderne-avantgarde

Kernpunten

Naast de formele vernieuwing kwam er een golf stromingen die vooral de kunstopvatting zelf ter discussie stelden. Afb. 2 toont hoe ze uit de gemeenschappelijke breuk met de traditie vertakken. Het futurisme (Italië, vanaf 1909) verheerlijkte de moderniteit: snelheid, machines, de dynamische grootstad. Umberto Boccioni en Giacomo Balla probeerden beweging zelf te verbeelden, met herhaalde contouren en krachtlijnen die vaart suggereren. Het futurisme omarmde de techniek en de toekomst met bijna agressief optimisme.

Vertakking van de avant-garde

Graaf, 9 knopen, 10 kantenGraaf, breuk met de traditie → fauvisme (kleur), breuk met de traditie → expressionisme (emotie), breuk met de traditie → kubisme (vorm), breuk met de traditie → futurisme (beweging), breuk met de traditie → dada (anti-kunst), breuk met de traditie → De Stijl (harmonie), dada (anti-kunst) → surrealisme (droom), kubisme (vorm) → abstractie, expressionisme (emotie) → abstractie, De Stijl (harmonie) → abstractiebreuk met detraditiefauvisme (kleur)expressionisme(emotie)kubisme (vorm)futurisme(beweging)dada (anti-kunst)surrealisme(droom)De Stijl(harmonie)abstractie
Afb. 2Afb. 2 — Uit de gemeenschappelijke breuk met de traditie vertakken de avant-gardestromingen; meerdere leiden naar de abstractie.
Dada (vanaf 1916, in het neutrale Zürich) ontstond als radicaal protest tegen de zinloosheid van de Eerste Wereldoorlog en tegen de burgerlijke cultuur die deze had voortgebracht. Het was anti-kunst: provocatie, toeval, onzin en spot in plaats van schoonheid en vakmanschap. Marcel Duchamp stelde met zijn readymades — gewone gebruiksvoorwerpen, zoals een als 'Fountain' (1917) gepresenteerd urinoir — de vraag wat kunst eigenlijk tot kunst maakt: niet het maken, maar de keuze en de context van de kunstenaar. Die vraag zou de hele latere kunst blijven bezighouden.
Het surrealisme (vanaf 1924, rond André Breton) putte uit de droom en het onbewuste, geïnspireerd door de psychoanalyse van Freud. Het wilde de logica van de wakende wereld doorbreken en het irrationele, het verlangen en de droom zichtbaar maken. Salvador Dalí schilderde met fotografische precisie onmogelijke droombeelden (de smeltende klokken van De volharding der herinnering, 1931); René Magritte ondermijnde met nuchtere beelden onze zekerheden (het schilderij van een pijp met het onderschrift 'dit is geen pijp'). Vervreemding en dubbelzinnigheid zijn de kern.
Deze stromingen delen dat ze de kunst verbreedden van een kwestie van vorm en schoonheid naar een kwestie van idee, houding en betekenis. Ze hangen samen met een tijd van technische euforie én diepe crisis (twee wereldoorlogen). Op het examen herken je het futurisme aan de dynamiek en machineverheerlijking, dada aan de anti-kunsthouding en de readymade, en het surrealisme aan het droombeeld en de vervreemding — en je verbindt ze aan hun ontwrichtende, ideeëngedreven kunstopvatting.
Uitgewerkt voorbeeld

De readymade duiden

Een kunstenaar plaatst een ongewijzigd, in de fabriek gemaakt gebruiksvoorwerp op een sokkel in een tentoonstelling en signeert het. Analyseer wat hier aan de orde is en tot welke stroming het behoort.

  1. 01Waarnemen

    Geen door de kunstenaar gemaakt object, maar een gekozen, alledaags fabrieksvoorwerp.

  2. 02Handeling

    De kunstenaar maakt niets, maar kiest, plaatst en signeert: een readymade.

  3. 03Vraag

    Wat maakt iets tot kunst — het vakmanschap of de keuze en context van de kunstenaar?

  4. 04Stroming

    Deze anti-kunsthouding en provocatie horen bij dada (Duchamp, circa 1917).

Resultaat: De readymade verlegt kunst van maken naar kiezen en context; ze plaatst het werk in dada en opent een vraag die de moderne kunst blijft stellen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: futurisme, dada en surrealisme aan hun kenmerken (dynamiek, anti-kunst/readymade, droom/vervreemding) herkennen.
  • Examendoel: de verschuiving van 'kunst als vorm' naar 'kunst als idee en houding' beredeneren en aan de context (wereldoorlogen, Freud) koppelen.

Veelgemaakte fouten

  • Dada en surrealisme gelijkstellen; dada is destructieve anti-kunst en protest, het surrealisme bouwt juist een eigen droomwereld op.
  • De readymade als grap afdoen; ze stelt de fundamentele vraag wat kunst tot kunst maakt.

Actieve herhaling

Kies een futuristisch, een dadaïstisch en een surrealistisch werk. Benoem per werk de kunstopvatting die eruit spreekt (moderniteit, anti-kunst, droom) en beredeneer hoe elk het traditionele kunstbegrip oprekt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — dada, surrealisme en de kunstopvatting (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 03

Abstractie en constructie: De Stijl, constructivisme en Bauhaus#

●●○StandaardLPexamenblad-tekenen-kunstgeschiedenis-moderne-avantgarde

Kernpunten

De weg die het kubisme en het expressionisme insloegen, leidde bij enkele kunstenaars tot de volledige abstractie: een beeld dat niets uit de zichtbare werkelijkheid meer afbeeldt, maar bestaat uit vorm, kleur en compositie op zichzelf. Wassily Kandinsky maakte rond 1910 de stap naar het non-figuratieve, geïnspireerd door de muziek. Kazimir Malevich reduceerde het beeld in zijn suprematisme tot pure geometrie — een zwart vierkant op een wit vlak als een nulpunt en nieuw begin van de kunst. Afb. 3 zet de kernwaarden van deze abstracte richtingen op een rij.

Abstracte richtingen en hun kernwaarden

Tabel met 3 kolommen en 4 rijen, gemarkeerde cel: rechte lijn, rechthoek, primaire kleurTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: richting · vormkenmerk · ideaal; suprematisme · pure geometrie, leeg vlak · nulpunt en nieuw begin van de kunst; De Stijl (neoplasticisme) · rechte lijn, rechthoek, primaire kleur · universele, geestelijke harmonie; constructivisme · industriële, functionele vormen · kunst ten dienste van de samenleving; Bauhaus · heldere, functionele vormgeving · vorm volgt functie; kunst en techniek verenigd, gemarkeerde cel: rechte lijn, rechthoek, primaire kleurRICHTINGVORMKENMERKIDEAALsuprematismepure geometrie, leeg vlaknulpunt en nieuw begin vande kunstDe Stijl (neoplasticisme)rechte lijn, rechthoek,primaire kleuruniversele, geestelijkeharmonieconstructivismeindustriële, functionelevormenkunst ten dienste van desamenlevingBauhausheldere, functionelevormgevingvorm volgt functie; kunst entechniek verenigd
Afb. 3Afb. 3 — Abstracte en constructieve richtingen: van geestelijke harmonie tot functionele vormgeving.
In Nederland ontwikkelde de beweging De Stijl (vanaf 1917) een strenge, universele abstractie: het neoplasticisme van Piet Mondriaan. Hij beperkte zich tot de rechte horizontale en verticale lijn, het rechthoekige vlak en de drie primaire kleuren met zwart, wit en grijs. Achter die soberheid school een ideaal: door alle toevalligheid van de natuur weg te laten, zou de kunst een universele, geestelijke harmonie en evenwicht bereiken. Theo van Doesburg verspreidde de ideeën, en Gerrit Rietveld vertaalde ze naar meubels en architectuur — abstractie als een totaalvisie op de vormgeving van de hele leefwereld.
In het revolutionaire Rusland gaf het constructivisme (Vladimir Tatlin, El Lissitzky) de abstractie een maatschappelijke opdracht: geen vrije kunst voor de elite, maar functionele, industriële vormgeving ten dienste van de nieuwe samenleving — affiches, gebouwen, gebruiksvoorwerpen. Kunst en techniek moesten samensmelten om de wereld op te bouwen. Deze gedachte — kunst met een sociaal en functioneel doel — verbindt de abstractie met vormgeving en architectuur.
Die verbinding kwam het sterkst samen in het Bauhaus (Duitsland, 1919–1933), de invloedrijke school van Walter Gropius. Het Bauhaus verenigde kunst, ambacht en industrie en streefde naar functionele, heldere vormgeving waarin 'de vorm de functie volgt'. Van meubels en lampen tot typografie en gebouwen: het legde de basis voor het moderne, strakke industriële design. Op het examen herken je deze richtingen aan de geometrische abstractie, de primaire kleuren en heldere vlakken (De Stijl), of de functionele, industriële vormgeving (constructivisme, Bauhaus), en verbind je ze aan het ideaal van een universele, moderne, door de mens vormgegeven wereld.
Uitgewerkt voorbeeld

De Stijl herkennen

Een schilderij bestaat uit een raster van zwarte horizontale en verticale lijnen met enkele vlakken in rood, geel en blauw en verder wit; er is geen enkele verwijzing naar de werkelijkheid. Beargumenteer de stroming en het ideaal.

  1. 01Vorm

    Alleen rechte horizontale en verticale lijnen en rechthoekige vlakken.

  2. 02Kleur

    Uitsluitend de primaire kleuren met zwart, wit en grijs.

  3. 03Abstractie

    Geen verwijzing naar de zichtbare werkelijkheid: volledig non-figuratief.

  4. 04Ideaal

    Het strenge systeem (neoplasticisme) streeft naar universele harmonie: De Stijl, Mondriaan.

Resultaat: De beperking tot rechte lijnen en primaire kleuren plaatst het werk in De Stijl; de vorm draagt het ideaal van een universele, geestelijke harmonie.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: geometrische abstractie (De Stijl, suprematisme) en functionele vormgeving (constructivisme, Bauhaus) herkennen en onderscheiden.
  • Examendoel: de abstractie verbinden aan haar idealen (universele harmonie, kunst voor de samenleving, vorm volgt functie).

Veelgemaakte fouten

  • Alle abstractie op één hoop gooien; De Stijl streeft geestelijke harmonie na, het constructivisme en Bauhaus juist maatschappelijke functie.
  • De Stijl verwarren met willekeurige geometrie; de beperking tot rechte lijnen en primaire kleuren is een bewust, streng systeem (neoplasticisme).

Actieve herhaling

Kies een werk van Mondriaan (De Stijl) en een Bauhaus-ontwerp. Beschrijf de vormkenmerken van beide en beredeneer welk ideaal (universele harmonie tegenover functionele vormgeving) er telkens achter schuilt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — abstractie, De Stijl en Bauhaus (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01De breuk met de traditie: fauvisme, expressionisme en kubisme◐
    • 02Provocatie en verbeelding: futurisme, dada en surrealisme◐
    • 03Abstractie en constructie: De Stijl, constructivisme en Bauhaus◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~10
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

College voor Toetsen en Examens (CvTE)

  • Examenprogramma beeldende vakken vwo — avant-garde en moderne kunst

Vorig onderwerp

Kunstgeschiedenis: realisme en impressionisme (negentiende eeuw)

Volgend onderwerp

Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving

EuraStudy·Samenvattingen T·10·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.