EuraStudy
Samenvattingen/Nederlands/Argumentatieschema’s
Samenvattingen · NederlandsNL · VWO

Argumentatieschema’s

Een argumentatieschema tekent de structuur van een argumentatie: hoe standpunt, argumenten en subargumenten samenhangen. Dit onderwerp leert je de vier basisvormen — enkelvoudige, meervoudige, nevenschikkende (coördinatieve) en onderschikkende (subordinatieve) argumentatie — te herkennen en te tekenen, en de weerlegging erin te plaatsen. Het is kernstof van domein D (Argumentatieve vaardigheden) in het centraal examen.

4 Onderdelen·~15 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0666 / 14
Examenprofiel
Enkelvoudige en samengestelde argumentatie onderscheiden en schematiserenMeervoudige, nevenschikkende en onderschikkende argumentatie herkennenTegenargument en weerlegging in het argumentatieschema plaatsen
Operatoren:teken het schemawelk type argumentatieleg uitberedeneergeef het argumentatieschema

basisniveau

Argumentatieschema’s zijn CE-stof (domein D) voor alle profielen en bouwen voort op het onderscheid standpunt-argument.

verhoogd niveau

Wie schrijft of debatteert, plant met dezelfde schema’s de eigen argumentatie: bewust kiezen voor meervoudige of nevenschikkende opbouw maakt een betoog sterker.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Argumentatieschema’s
    • 01Enkelvoudige argumentatie○
    • 02Meervoudige argumentatie◐
    • 03Nevenschikkende (coördinatieve) argumentatie◐
    • 04Onderschikkende argumentatie en weerlegging●
§ 01

Enkelvoudige argumentatie#

●○○BasisLPexamenblad-nl-nederlands-vwo-domein-D

Kernpunten

De eenvoudigste argumentatie is enkelvoudig: één standpunt wordt door één argument gesteund. Afb. 1 toont het schema — een standpunt met daaronder een enkele grond. In de gangbare notatie krijgt het standpunt het nummer 1 en het argument het nummer 1.1: het eerste cijfer verwijst naar het standpunt dat het steunt, het tweede naar de plaats in de reeks. „De bibliotheek moet openblijven (1), want zij is de enige gratis studieplek in het dorp (1.1)” is een enkelvoudige argumentatie. Zo simpel als dit schema is, het bevat al de kern van alle argumentatie: een bewering en een reden.

Afb. 1 — Enkelvoudige argumentatie

Enkelvoudige argumentatieBoomdiagram, 1 paden, Gegevens: Argument (1.1)Standpunt (1)Argument (1.1)
Afb. 1Het eenvoudigste schema: één standpunt (1) gedragen door één argument (1.1). Alle complexe schema’s zijn uit zulke enkelvoudige stappen opgebouwd.
Ook een enkelvoudig argument steunt op een onuitgesproken garant (zie het vorige onderwerp). In het voorbeeld is dat: „Een gratis studieplek in een dorp hoort behouden te blijven.” Die verzwegen stap hoort strikt genomen bij het schema, maar wordt in de standaardnotatie meestal niet apart getekend, omdat hij impliciet blijft. Voor de analyse is het niettemin nuttig hem te kunnen benoemen: pas met de garant erbij is te beoordelen óf het ene argument het standpunt werkelijk draagt. Het schema toont de expliciete structuur; de garant hoor je erachter.
Enkelvoudige argumentatie is zelden voldoende voor een overtuigend betoog, juist omdat één argument makkelijk te weerleggen is: valt dat ene argument, dan valt het hele standpunt. Daarom kiezen schrijvers doorgaans voor samengestelde argumentatie — meer argumenten, gelaagd of gestapeld. Toch is het enkelvoudige schema het fundament: elke complexe argumentatie is opgebouwd uit enkelvoudige stappen. Wie de enkelvoudige relatie (dit argument steunt dat standpunt) betrouwbaar herkent, kan ook de ingewikkelder schema's ontrafelen tot hun bouwstenen.
Bij het examen is de eerste opgave vaak om per argument aan te geven welk standpunt het steunt — dat is de enkelvoudige relatie in kaart brengen. Verwar daarbij de richting niet: het argument staat ónder het standpunt en wijst ernaar omhoog; het standpunt volgt niet uit niets maar wordt gedragen. Een handige controle is de „want/dus”-proef: tussen standpunt en argument moet je „want” kunnen zetten (standpunt, want argument) of omgekeerd „dus” (argument, dus standpunt). Klopt die proef, dan heb je de relatie goed.
Uitgewerkt voorbeeld

Een enkelvoudige argumentatie noteren

Noteer de argumentatie in het schema en geef de garant: „De gemeente moet de maximumsnelheid in de wijk verlagen, want lagere snelheden verkleinen de kans op ongelukken met kinderen.”

  1. 01Standpunt en argument scheiden

    Standpunt (1): de gemeente moet de maximumsnelheid verlagen. Argument (1.1): lagere snelheden verkleinen de kans op ongelukken met kinderen.

  2. 02De notatie opschrijven

    1: verlaag de maximumsnelheid. 1.1: dat verkleint de kans op ongelukken met kinderen.

  3. 03De garant verwoorden

    Onuitgesproken garant: „Maatregelen die de kans op ongelukken met kinderen verkleinen, moet de gemeente nemen.”

Resultaat: Schema — 1: verlaag de maximumsnelheid; 1.1: dat verkleint de kans op ongelukken met kinderen. Garant: de gemeente hoort maatregelen te nemen die kinderen beschermen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een enkelvoudige argumentatie herkennen en in de notatie 1 (standpunt) / 1.1 (argument) weergeven.
  • Examendoel: per argument aangeven welk standpunt het ondersteunt, met de „want/dus”-proef als controle.

Veelgemaakte fouten

  • De richting van de steun omdraaien (denken dat het standpunt het argument ondersteunt). Het argument draagt het standpunt, niet andersom.
  • Een enkelvoudige argumentatie te overtuigend achten. Eén argument is kwetsbaar: valt het, dan valt het standpunt.

Actieve herhaling

Zoek in een korte tekst een enkelvoudige argumentatie. Noteer het standpunt als 1 en het argument als 1.1, verwoord de onuitgesproken garant, en controleer de relatie met de „want/dus”-proef.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)

§ 02

Meervoudige argumentatie#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-nederlands-vwo-domein-D

Kernpunten

Bij meervoudige argumentatie steunen twee of meer argumenten hetzelfde standpunt, en het beslissende kenmerk is dat elk argument op zichzelf voldoende is. Afb. 2 tekent dit als een standpunt met meerdere zelfstandige takken (1.1, 1.2, 1.3). „Je moet meer bewegen (1), want het is goed voor je hart (1.1), én omdat het je stemming verbetert (1.2), én omdat je er beter door slaapt (1.3)”: elk van de drie redenen zou het standpunt ook alléén al kunnen dragen. De argumenten zijn onafhankelijk; ze versterken elkaar, maar hebben elkaar niet nodig.

Afb. 2 — Meervoudige argumentatie

Meervoudige argumentatieBoomdiagram, 3 paden, Gegevens: Argument 1.1; Argument 1.2; Argument 1.3Standpunt (1)Argument 1.1Argument 1.2Argument 1.3
Afb. 2Meerdere argumenten die elk op zichzelf voldoende zijn (1.1, 1.2, 1.3). Het standpunt blijft staan zolang één argument standhoudt.
De onafhankelijkheid van de argumenten geeft meervoudige argumentatie haar kracht: het standpunt blijft overeind zolang één van de argumenten standhoudt. Weerleg je in dit voorbeeld het hartargument, dan dragen de stemmings- en slaapargumenten het standpunt nog steeds. Deze robuustheid is precies waarom schrijvers graag meerdere onafhankelijke argumenten stapelen. Voor de lezer betekent het dat je elk argument apart moet kunnen wegen: het wegvallen van één argument tast de overige niet aan. Dat onderscheidt meervoudige argumentatie scherp van de nevenschikkende variant uit de volgende sectie.
In de notatie krijgen de zelfstandige argumenten opeenvolgende nummers onder hetzelfde standpunt: 1.1, 1.2, 1.3. Het gedeelde eerste cijfer (1) laat zien dat ze alle hetzelfde standpunt steunen; de oplopende tweede cijfers dat het om verschillende, losse argumenten gaat. Deze notatie maakt het verschil met nevenschikkende argumentatie zichtbaar, die letters gebruikt (1.1a, 1.1b) om aan te geven dat de delen samen één argument vormen. Let bij het tekenen dus scherp op de nummering: cijfers voor onafhankelijke argumenten, letters voor samenwerkende deelargumenten.
Meervoudige argumentatie herken je aan opsommende signaalwoorden en aan de zelfstandigheidstoets. Signaalwoorden als „ten eerste … ten tweede”, „bovendien”, „daarnaast” en „ook” kondigen doorgaans een reeks losse argumenten aan. De beslissende toets is echter inhoudelijk: streep één argument weg en vraag je af of het standpunt nog gedragen wordt. Blijft het overeind, dan is de argumentatie meervoudig; zakt het in, dan hadden de argumenten elkaar nodig en is ze nevenschikkend. Vertrouw daarom niet blind op het signaalwoord, maar voer altijd de zelfstandigheidstoets uit.
Voor het examen moet je meervoudige argumentatie zowel kunnen herkennen als tekenen, en het onderscheid met nevenschikkende argumentatie kunnen verantwoorden. De typische vraag luidt: „Is de argumentatie in alinea 4 meervoudig of nevenschikkend? Licht toe.” Je antwoordt met de zelfstandigheidstoets: benoem of elk argument op zichzelf voldoende is (meervoudig) of dat de argumenten elkaar nodig hebben (nevenschikkend). Zo maak je van een abstract onderscheid een controleerbare redenering — precies wat het correctievoorschrift beloont.
Uitgewerkt voorbeeld

Meervoudig of nevenschikkend?

„De school moet zonnepanelen plaatsen (1): ze verlagen de energierekening (1.1) en ze verkleinen de CO₂-uitstoot (1.2).” Bepaal het type argumentatie.

  1. 01De argumenten scheiden

    Argument 1.1: lagere energierekening. Argument 1.2: minder CO₂-uitstoot.

  2. 02De zelfstandigheidstoets op 1.1

    Streep 1.2 weg: draagt „het verlaagt de energierekening” alléén het standpunt dat de school panelen moet plaatsen? Ja, dat is op zichzelf een voldoende reden.

  3. 03De zelfstandigheidstoets op 1.2

    Streep 1.1 weg: draagt „het verkleint de CO₂-uitstoot” alléén het standpunt? Ook dat is op zichzelf voldoende. Beide argumenten staan los van elkaar.

Resultaat: De argumentatie is meervoudig: elk argument (1.1 en 1.2) draagt het standpunt zelfstandig; ze hebben elkaar niet nodig.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: meervoudige argumentatie herkennen met de zelfstandigheidstoets (elk argument is op zichzelf voldoende) en noteren als 1.1, 1.2, 1.3.
  • Examendoel: het onderscheid tussen meervoudige en nevenschikkende argumentatie verantwoorden.

Veelgemaakte fouten

  • Meervoudige en nevenschikkende argumentatie verwarren. Bij meervoudig is elk argument zelfstandig voldoende; bij nevenschikkend hebben de argumenten elkaar nodig.
  • Alleen op signaalwoorden afgaan. „Bovendien” of „ook” wijst vaak op meervoudig, maar de inhoudelijke zelfstandigheidstoets beslist.

Actieve herhaling

Zoek een alinea met minstens drie argumenten voor één standpunt. Teken het schema, en pas op elk argument de zelfstandigheidstoets toe om te bepalen of de argumentatie meervoudig of nevenschikkend is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)

§ 03

Nevenschikkende (coördinatieve) argumentatie#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-nederlands-vwo-domein-D

Kernpunten

Bij nevenschikkende argumentatie (ook coördinatief genoemd) dragen twee of meer argumenten het standpunt alleen sámen; elk deel afzonderlijk is onvoldoende. Afb. 3 tekent dit met deelargumenten die letters krijgen: 1.1a en 1.1b vormen samen één argument (1.1). „Deze kandidaat is geschikt (1), want hij heeft de juiste diploma's (1.1a) én de vereiste ervaring (1.1b)”: met alleen diploma's zonder ervaring — of andersom — is hij niet geschikt; pas de combinatie draagt het standpunt. De deelargumenten zijn als de twee benen van een ladder: mist er één, dan valt het geheel.

Afb. 3 — Nevenschikkende (coördinatieve) argumentatie

Nevenschikkende argumentatieBoomdiagram, 2 paden, Gegevens: Deelargument 1.1a; Deelargument 1.1bStandpunt (1)Deelargument 1.1aDeelargument 1.1b
Afb. 3Twee deelargumenten (1.1a en 1.1b) die het standpunt alleen sámen dragen. Valt één deel weg, dan valt de hele stap — vandaar de letternotatie.
Het onderscheid met meervoudige argumentatie is essentieel en wordt vaak getoetst. De toets is dezelfde zelfstandigheidsproef, maar met tegengestelde uitkomst: streep één deelargument weg, en als het standpunt dan niet meer gedragen wordt, is de argumentatie nevenschikkend. De onderliggende gedachte is dat de deelargumenten een gezamenlijke voorwaarde vormen — ze moeten alle waar zijn wil het standpunt volgen. Waar meervoudige argumentatie robuust is (één argument volstaat), is nevenschikkende argumentatie kwetsbaar: weerleg één deel en de hele stap valt.
De notatie maakt het verschil zichtbaar: nevenschikkende deelargumenten krijgen dezelfde nummercombinatie met een letter erachter (1.1a, 1.1b), terwijl meervoudige argumenten aparte nummers krijgen (1.1, 1.2). De letters signaleren „deze horen bij elkaar en vormen samen argument 1.1”. Bij het tekenen van een schema is dit je belangrijkste keuze: gebruik je cijfers (onafhankelijk) of letters (samenwerkend)? Een verkeerd gekozen notatie geeft een verkeerd beeld van de argumentatiestructuur en kost bij het examen punten.
Nevenschikkende argumentatie komt vaak voor waar een standpunt meerdere voorwaarden tegelijk stelt: geschiktheid (diploma én ervaring), aansprakelijkheid (schuld én schade), een geldige regel (nut én uitvoerbaarheid). Signaalwoorden als „én … én”, „niet alleen … maar ook”, „zowel … als” en „bovendien is nodig dat” wijzen op samenwerking van deelargumenten. Toch beslist opnieuw de inhoud, niet het woord: „én” kan ook twee zelfstandige argumenten koppelen. Voer daarom altijd de wegstreeptoets uit voordat je concludeert dat de argumentatie nevenschikkend is.
Voor het examen combineer je herkenning en verantwoording. Naast „teken het schema” vraagt men „leg uit waarom deze argumentatie nevenschikkend is”. Het overtuigende antwoord voert de wegstreeptoets expliciet uit: „Als je argument 1.1a weglaat, dan is het standpunt niet langer gerechtvaardigd, want zonder ervaring is de kandidaat ongeschikt, hoe goed zijn diploma's ook zijn. Daarom zijn 1.1a en 1.1b nevenschikkend.” Zo laat je zien dat je niet op een signaalwoord bent afgegaan maar de logische samenhang hebt getoetst.
Uitgewerkt voorbeeld

De wegstreeptoets bij nevenschikking

„De verdachte is aansprakelijk (1), want hij heeft de schade veroorzaakt (1.1a) én hij handelde verwijtbaar onvoorzichtig (1.1b).” Toon aan dat dit nevenschikkende argumentatie is.

  1. 01Deelargument 1.1a wegstrepen

    Zonder „hij veroorzaakte de schade” valt de aansprakelijkheid weg: verwijtbaar onvoorzichtig handelen zonder schade maakt niet aansprakelijk.

  2. 02Deelargument 1.1b wegstrepen

    Zonder „verwijtbaar onvoorzichtig” valt de aansprakelijkheid óók weg: schade veroorzaken zonder verwijtbaarheid maakt (juridisch) niet zonder meer aansprakelijk.

  3. 03Conclusie trekken

    Beide delen zijn nodig; elk afzonderlijk is onvoldoende. Dus vormen ze samen één argument: nevenschikkende (coördinatieve) argumentatie, genoteerd als 1.1a en 1.1b.

Resultaat: De argumentatie is nevenschikkend: alleen 1.1a én 1.1b samen dragen het standpunt; het wegstrepen van één deel doet de aansprakelijkheid vervallen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: nevenschikkende argumentatie herkennen met de wegstreeptoets (weglaten van één deel doet het standpunt vallen) en noteren als 1.1a, 1.1b.
  • Examendoel: de keuze tussen cijfer- (meervoudig) en letternotatie (nevenschikkend) correct maken en verantwoorden.

Veelgemaakte fouten

  • Nevenschikkende argumenten als meervoudig noteren (cijfers in plaats van letters). Dat suggereert ten onrechte dat elk deel zelfstandig voldoende is.
  • „Én” automatisch als nevenschikkend lezen. Ook twee zelfstandige (meervoudige) argumenten kunnen met „én” verbonden zijn; de wegstreeptoets beslist.

Actieve herhaling

Formuleer zelf een standpunt met een nevenschikkende onderbouwing (twee deelargumenten die alleen samen voldoende zijn) en een standpunt met een meervoudige onderbouwing. Teken beide schema's en verantwoord de notatie met de wegstreeptoets.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)

§ 04

Onderschikkende argumentatie en weerlegging#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl-nederlands-vwo-domein-D

Kernpunten

Bij onderschikkende (subordinatieve) argumentatie wordt een argument zélf weer door een argument ondersteund, zodat er een keten van lagen ontstaat. Afb. 4 tekent die verticale keten: het standpunt (1) rust op een argument (1.1), en dat argument rust op zijn beurt op een subargument (1.1.1). „De stad moet meer bomen planten (1), want bomen koelen de straten (1.1), en dat blijkt uit onderzoek dat onder bomen tot drie graden lagere temperaturen meet (1.1.1)”: het onderzoek steunt niet het standpunt rechtstreeks, maar het argument dáárvoor. Onderschikking bouwt de argumentatie de diepte in, niet de breedte.

Afb. 4 — Onderschikkende (subordinatieve) argumentatie

Onderschikkende argumentatieBoomdiagram, 1 paden, Gegevens: Argument (1.1) → Subargument (1.1.1)Argument (1.1)Standpunt (1)Subargument (1.1.1)
Afb. 4Een verticale keten: het argument (1.1) draagt het standpunt (1) en wordt zelf gedragen door een subargument (1.1.1). Onderschikking bouwt de diepte in.
De notatie volgt de laagdiepte met een extra cijfer: 1 (standpunt) → 1.1 (argument) → 1.1.1 (subargument). Elk cijfer erbij betekent een niveau dieper. Dit onderscheidt onderschikking van meervoudige argumentatie: daar staan de argumenten naast elkaar (1.1, 1.2, alle op niveau twee), hier staan ze ónder elkaar (1.1, 1.1.1, elk een niveau lager). Verwar de twee niet: naast elkaar is breedte (meervoudig), onder elkaar is diepte (onderschikkend). Een goed getekend schema laat die richting — horizontaal of verticaal — meteen zien.
Onderschikking maakt een argumentatie sterker doordat ze de dragende argumenten zelf onderbouwt, maar ook kwetsbaarder in de keten: als een subargument valt, verzwakt het argument erboven en daarmee het standpunt. De analyse volgt de keten van onder naar boven: houdt het subargument (1.1.1) stand? Zo ja, dan versterkt het het argument (1.1), dat op zijn beurt het standpunt (1) draagt. Deze getrapte toetsing is precies wat een kritische lezer doet: hij accepteert een argument niet zomaar, maar vraagt door naar de onderbouwing ervan — en onderschikkende argumentatie geeft die onderbouwing expliciet.
Een compleet argumentatieschema bevat vaak ook een tegenargument en de weerlegging daarvan. Een tegenargument pleit tégen het standpunt; de schrijver voert het meestal aan om het vervolgens te ontkrachten. Afb. 5 tekent dit: het tegenargument richt zich op het standpunt, en de weerlegging richt zich op het tegenargument en neutraliseert het. Signaalwoorden als „men zou kunnen tegenwerpen dat … maar” of „weliswaar … toch” markeren deze beweging. Door een tegenargument te weerleggen versterkt de schrijver zijn eigen standpunt: hij toont dat hij het bezwaar heeft overwogen en kan pareren.

Afb. 5 — Tegenargument en weerlegging

Tegenargument en weerleggingGraaf, Tegenargument → Standpunt (1), Weerlegging → TegenargumentWeerleggingTegenargumentStandpunt (1)bezwaar tegenweerlegt
Afb. 5De schrijver voert een tegenargument aan en weerlegt het. De weerlegging richt zich niet op het standpunt maar op het tegenargument, en versterkt zo indirect het standpunt.
Voor het examen moet je een volledig schema kunnen tekenen én de vier basistypen (enkelvoudig, meervoudig, nevenschikkend, onderschikkend) uit elkaar houden. De topvraag combineert alles: „Teken het argumentatieschema van deze alinea en geef aan welke argumentatietypen erin voorkomen.” Werk dan systematisch: bepaal het hoofdstandpunt, plaats de directe argumenten (breedte of samenwerking?), zoek de subargumenten (diepte), en teken tegenargument en weerlegging apart in. Het correctievoorschrift beloont een schema dat de lagen en de notatie correct weergeeft — het is de meest complete toets van je argumentatie-inzicht.
Uitgewerkt voorbeeld

Onderschikking herkennen in een keten

„We moeten het schoolplein vergroenen (1), want groen vermindert hittestress (1.1); groen doet dat doordat bladeren verdampen en zo de lucht koelen (1.1.1).” Bepaal het argumentatietype en teken de notatie.

  1. 01Het standpunt en het directe argument

    Standpunt (1): vergroen het schoolplein. Direct argument (1.1): groen vermindert hittestress.

  2. 02Het subargument plaatsen

    „Bladeren verdampen en koelen de lucht” steunt niet het standpunt rechtstreeks, maar verklaart en onderbouwt argument 1.1. Het is dus een subargument: 1.1.1.

  3. 03Het type bepalen

    Er is één keten die de diepte in gaat (1 → 1.1 → 1.1.1); dat is onderschikkende (subordinatieve) argumentatie.

Resultaat: Onderschikkende argumentatie: 1 (vergroenen) ← 1.1 (minder hittestress) ← 1.1.1 (verdamping koelt de lucht). Het subargument onderbouwt het argument, niet het standpunt.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: onderschikkende argumentatie herkennen (een argument ondersteund door een subargument) en noteren als 1 → 1.1 → 1.1.1.
  • Examendoel: een volledig argumentatieschema tekenen met de vier basistypen, inclusief tegenargument en weerlegging.

Veelgemaakte fouten

  • Onderschikkende en meervoudige argumentatie verwarren. Naast elkaar (1.1, 1.2) is meervoudig (breedte); onder elkaar (1.1, 1.1.1) is onderschikkend (diepte).
  • Een tegenargument dat de schrijver weerlegt, als zijn eigen argument in het schema plaatsen. Teken het tegenargument tegen het standpunt en de weerlegging tegen het tegenargument.

Actieve herhaling

Analyseer een volledige betoogalinea. Teken het argumentatieschema met alle lagen (standpunt, argumenten, subargumenten) in de juiste notatie, en plaats een aanwezig tegenargument met zijn weerlegging apart in het schema. Benoem welke van de vier argumentatietypen voorkomen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Enkelvoudige argumentatie○
    • 02Meervoudige argumentatie◐
    • 03Nevenschikkende (coördinatieve) argumentatie◐
    • 04Onderschikkende argumentatie en weerlegging●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Argumentatieschema’s

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~15
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden

Vorig onderwerp

Standpunt en soorten argumenten

Volgend onderwerp

Drogredenen en aanvaardbaarheid

EuraStudy·Samenvattingen T·06·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.