EuraStudy
Samenvattingen/Nederlands/Drogredenen en aanvaardbaarheid
Samenvattingen · NederlandsNL · VWO

Drogredenen en aanvaardbaarheid

Een drogreden is een argument dat overtuigend lijkt maar bij toetsing niet deugt. Dit onderwerp leert je argumentatie te beoordelen op drie criteria — aanvaardbaarheid, relevantie en voldoende grond — en de veelvoorkomende drogredenen te herkennen en te benoemen. Het beoordelen van argumentatie hoort tot domein D (Argumentatieve vaardigheden) en levert in het centraal examen de kritische vragen naar houdbaarheid.

4 Onderdelen·~16 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0777 / 14
Examenprofiel
Argumentatie toetsen aan aanvaardbaarheid, relevantie en voldoende grondVeelvoorkomende drogredenen herkennen en benoemenEen zwak (maar geldig) argument onderscheiden van een drogreden
Operatoren:welke drogredenbeoordeelleg uitis dit argument aanvaardbaarberedeneer

basisniveau

Het beoordelen van argumentatie en het herkennen van drogredenen is CE-stof (domein D) voor alle profielen.

verhoogd niveau

Bij het schrijven en debatteren gebruik je deze toetsen om de eigen argumentatie drogredenvrij te houden en die van een tegenstander te ontmaskeren.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Drogredenen en aanvaardbaarheid
    • 01Aanvaardbaarheid, relevantie en voldoende grond○
    • 02Drogredenen tegen de relevantie◐
    • 03Drogredenen tegen de voldoende grond◐
    • 04Drogredenen beoordelen in het centraal examen●
§ 01

Aanvaardbaarheid, relevantie en voldoende grond#

●○○BasisLPexamenblad-nl-nederlands-vwo-domein-D

Kernpunten

Om een argument te beoordelen, toets je het op drie criteria, samengevat in Afb. 1. Ten eerste de aanvaardbaarheid: is het argument (de premisse) zelf waar of aannemelijk? Ten tweede de relevantie: heeft het argument werkelijk iets te maken met het standpunt dat het moet steunen? Ten derde de voldoende grond: leveren de argumenten sámen genoeg om het standpunt te rechtvaardigen? Een deugdelijk argument voldoet aan alle drie. Een drogreden is een argument dat op minstens één van deze criteria faalt, maar zich niettemin voordoet als een goed argument.

Afb. 1 — Drogredenen geordend naar het geschonden criterium

Drogredenen naar criteriumBoomdiagram, 8 paden, Gegevens: Aanvaardbaarheid → ontduiken bewijslast; Aanvaardbaarheid → cirkelredenering; Relevantie → persoonlijke aanval; Relevantie → ondeugdelijk autoriteit; Relevantie → stroman; Voldoende grond → overhaaste generalisatie; Voldoende grond → vals dilemma; Voldoende grond → verkeerde oorzaakAanvaardbaarheidRelevantieVoldoende grondDrogreden schendtontduiken bewijslastcirkelredeneringpersoonlijke aanvalondeugdelijk autoriteitstromanoverhaaste generalisatievals dilemmaverkeerde oorzaak
Afb. 1De drie beoordelingscriteria en de drogredenen die elk criterium schenden. Een deugdelijk argument voldoet aan alle drie; een drogreden faalt op minstens één.
Het eerste criterium, aanvaardbaarheid, betreft de waarheid of aannemelijkheid van het argument zelf. Een argument dat op een onjuiste of onbewezen premisse rust, kan het standpunt niet dragen, hoe logisch de redenering verder ook is. Twee klassieke drogredenen schenden juist dit criterium. Bij het ontduiken van de bewijslast poneert de spreker een omstreden bewering als vanzelfsprekend of draait hij de bewijslast om („Bewijs jij maar dat het níét zo is”). Bij de cirkelredenering (petitio principii) gebruikt hij het standpunt als zijn eigen argument, zodat de premisse pas aanvaardbaar is als je het standpunt al gelooft.
Het tweede criterium, relevantie, betreft de verbinding tussen argument en standpunt. Een argument kan volkomen waar zijn en toch niets bijdragen, omdat het over iets anders gaat. Wie een voorstel bestrijdt door de indiener belachelijk te maken, voert iets waars aan (misschien is de indiener inderdaad onsympathiek) maar iets irrelevants: het karakter van de indiener zegt niets over de kwaliteit van het voorstel. De drogredenen tegen de relevantie — de persoonlijke aanval, het ondeugdelijke autoriteitsargument, de stroman en het inspelen op emoties — behandelen we in de volgende sectie.
Het derde criterium, voldoende grond, betreft de vraag of de aangevoerde argumenten genoeg zijn. Zelfs aanvaardbare en relevante argumenten kunnen te weinig zijn om het standpunt te dragen — bijvoorbeeld wanneer uit één geval een algemene regel wordt afgeleid. De drogredenen tegen de voldoende grond — de overhaaste generalisatie, het vals dilemma, de onjuiste vergelijking, de verkeerde oorzaak-gevolgrelatie en het hellend vlak — komen in de derde sectie aan bod. Dit criterium is het subtielst, omdat het niet om waarheid of relevantie gaat maar om toereikendheid.
Belangrijk is het onderscheid tussen een zwak argument en een drogreden. Een zwak argument is deugdelijk maar weinig overtuigend (het draagt een klein beetje bij); een drogreden faalt principieel op een van de drie criteria en draagt niets bij, terwijl het zich als een sterk argument voordoet. Bij het examen mag je een argument dus niet meteen een drogreden noemen omdat je het zwak vindt: je moet aanwijzen welk criterium het schendt. Alleen dán is het een drogreden. Die precisie — welk criterium, welke drogreden — is wat het correctievoorschrift beloont.
Uitgewerkt voorbeeld

Welk criterium wordt geschonden?

Beoordeel het argument: „Natuurlijk is homeopathie effectief — het bestaat immers al meer dan tweehonderd jaar.” Welk criterium schendt dit argument?

  1. 01Het argument isoleren

    Standpunt: homeopathie is effectief. Argument: het bestaat al meer dan tweehonderd jaar.

  2. 02De criteria langslopen

    Aanvaardbaar (het bestaat inderdaad lang)? Ja. Maar relevant? De ouderdom van een praktijk zegt niets over de werkzaamheid ervan — er zijn talloze oude praktijken die niet werken.

  3. 03De drogreden benoemen

    Het argument faalt op relevantie: leeftijd is geen maat voor effectiviteit. Dit is een drogreden (een beroep op traditie).

Resultaat: Het argument schendt de relevantie: de ouderdom van homeopathie is niet relevant voor haar effectiviteit. Het is een drogreden (beroep op traditie).

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een argument toetsen aan aanvaardbaarheid, relevantie en voldoende grond en aangeven welk criterium eventueel geschonden wordt.
  • Examendoel: een zwak maar geldig argument onderscheiden van een drogreden.

Veelgemaakte fouten

  • Elk argument dat je niet overtuigend vindt, een drogreden noemen. Een drogreden schendt aantoonbaar een van de drie criteria; een zwak argument doet dat niet.
  • Aanvaardbaarheid en relevantie verwarren. Aanvaardbaarheid gaat over de waarheid van het argument; relevantie over de vraag of het iets met het standpunt te maken heeft.

Actieve herhaling

Toets vijf argumenten uit een betoog op de drie criteria. Geef per argument aan of het aanvaardbaar, relevant en (samen met de andere) voldoende is, en benoem bij een tekortkoming welk criterium wordt geschonden.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)

§ 02

Drogredenen tegen de relevantie#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-nederlands-vwo-domein-D

Kernpunten

Drogredenen tegen de relevantie leiden de aandacht weg van het standpunt naar iets wat er niet toe doet. De bekendste is de persoonlijke aanval (ad hominem): in plaats van het argument aan te vallen, valt men de persoon aan die het inbrengt. „We hoeven niet te luisteren naar haar klimaatplan, ze vliegt zelf elk jaar naar Bali.” Of het klimaatplan deugt, staat volledig los van het reisgedrag van de indiener. De persoonlijke aanval overtuigt door een gevoel van diskwalificatie op te wekken, maar levert geen enkele grond tegen het standpunt zelf.
De stroman (stropopredenering) verdraait het standpunt van de tegenstander tot een karikatuur die makkelijk onderuit te halen is. „Voorstanders van soberder consumeren willen dus zeker dat we allemaal in een grot gaan wonen.” Niemand heeft dat beweerd; door het standpunt te overdrijven, bestrijdt men een positie die de ander nooit innam. De stroman is verraderlijk omdat de weerlegging op het eerste gezicht raak lijkt — alleen richt ze zich op een verzonnen standpunt. Herken de stroman door het werkelijke standpunt naast de aangevallen versie te leggen: komen ze niet overeen, dan is er een stroman opgezet.
Het ondeugdelijke autoriteitsargument beroept zich op een bron zonder de juiste deskundigheid, onafhankelijkheid of relevantie. Een beroemdheid die een medicijn aanprijst, een belanghebbende die zijn eigen product looft, een deskundige die buiten zijn vakgebied spreekt: telkens ontbreekt de voorwaarde die een autoriteitsargument geldig maakt. Zoals bij de soorten argumenten al bleek, is dit type het meest tweeslachtig — het is sterk mét een deskundige, onafhankelijke bron, en een drogreden zónder. Toets daarom altijd de bron voordat je een autoriteitsargument aanvaardt.
Het inspelen op emoties (in de klassieke retorica ad populum of ad misericordiam) vervangt argumenten door een appel op de gevoelens van het publiek: angst, medelijden, trots, of de wens erbij te horen. „Iedereen doet het al, dus jij ook” (bespelen via de meerderheid) of „Denk toch aan de kinderen” (bespelen via medelijden) zijn drogredenen wanneer de emotie de plaats van een argument inneemt. Emoties mógen in een betoog voorkomen, maar zodra ze de enige grond vormen en het denken vervangen, is de relevantie geschonden: een gevoel is geen bewijs.
Al deze drogredenen delen hetzelfde mechanisme: ze verplaatsen de discussie van de zaak naar iets anders — de persoon, een karikatuur, een gezag, een gevoel. Bij het examen benoem je niet alleen dát het argument niet deugt, maar wélke drogreden het is en waaróm het irrelevant is voor het standpunt. „Dit is een persoonlijke aanval, want het reisgedrag van de indiener zegt niets over de kwaliteit van haar plan” is een volledig antwoord. De naam alleen volstaat niet; de uitleg waaróm de relevantie ontbreekt, maakt je analyse compleet.
Uitgewerkt voorbeeld

Een stroman ontmaskeren

Persoon A: „Ik vind dat we het autogebruik in de binnenstad moeten ontmoedigen.” Persoon B: „Dus jij wilt alle auto's verbieden en gehandicapten en hulpdiensten de stad uit jagen? Belachelijk.” Benoem en verklaar de drogreden.

  1. 01Het werkelijke standpunt vaststellen

    A pleit voor het ontmoedigen van autogebruik — een gedeeltelijke, sturende maatregel, geen totaalverbod.

  2. 02De aangevallen versie ernaast leggen

    B valt „alle auto's verbieden, ook hulpdiensten en gehandicapten” aan — een sterk overdreven, verzonnen versie van A's standpunt.

  3. 03De drogreden benoemen

    B bestrijdt niet A's standpunt maar een karikatuur ervan: dit is een stroman. De weerlegging is irrelevant omdat ze een positie treft die A nooit innam.

Resultaat: B begaat een stroman: hij verdraait „autogebruik ontmoedigen” tot „alle auto's verbieden” en weerlegt die karikatuur. De relevantie is geschonden.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de relevantie-drogredenen (persoonlijke aanval, stroman, ondeugdelijk autoriteit, inspelen op emoties) herkennen en benoemen.
  • Examendoel: uitleggen waaróm het argument irrelevant is voor het standpunt, niet alleen de drogreden een naam geven.

Veelgemaakte fouten

  • Elk beroep op een emotie een drogreden noemen. Pas als de emotie de plaats van een argument inneemt, is de relevantie geschonden.
  • Een stroman niet herkennen omdat de weerlegging op het eerste gezicht raak lijkt. Leg het werkelijke standpunt naast het aangevallen standpunt om de verdraaiing te zien.

Actieve herhaling

Verzamel uit lezersreacties of een debat vier drogredenen tegen de relevantie. Benoem per geval de drogreden en leg uit welk element (persoon, karikatuur, gezag, emotie) de plaats van een echt argument inneemt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)

§ 03

Drogredenen tegen de voldoende grond#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-nederlands-vwo-domein-D

Afb. 2 — De cirkelredenering als gesloten kring

CirkelredeneringGraaf, Standpunt: X is waar → Argument: want Y, Argument: want Y → en Y geldt omdat X, en Y geldt omdat X → Standpunt: X is waarStandpunt: X iswaarArgument: want Yen Y geldt omdatXwantendus
Afb. 2Bij een cirkelredenering steunt het standpunt op een argument dat zelf al het standpunt vooronderstelt. De redenering keert in zichzelf terug en bewijst niets nieuws.

Kernpunten

Drogredenen tegen de voldoende grond voeren aanvaardbare en relevante argumenten aan, maar te weinig of van het verkeerde soort om het standpunt te dragen. De overhaaste generalisatie trekt uit een handvol gevallen — soms uit één — een algemene conclusie: „Mijn twee buren met een elektrische auto hebben allebei pech gehad, dus elektrische auto's zijn onbetrouwbaar.” Twee gevallen zijn geen representatieve steekproef. De generalisatie faalt niet op waarheid (de buren hádden pech) of relevantie (het gaat over elektrische auto's), maar op toereikendheid: de grond is te smal voor zo'n brede conclusie.
Het vals dilemma (onterecht dilemma) stelt de zaak voor alsof er slechts twee mogelijkheden zijn, terwijl er meer bestaan: „Of we schaffen alle regels af, of we verstikken in bureaucratie.” Tussen die twee uitersten liggen talloze tussenwegen die het dilemma verzwijgt. Door de keuze kunstmatig tot twee kwaden te beperken, dwingt de spreker de ander naar zijn voorkeursoptie. Herken het vals dilemma door je af te vragen: zijn dit werkelijk de enige twee opties? Bijna altijd luidt het antwoord nee, en dan is de grond ontoereikend.
De verkeerde oorzaak-gevolgrelatie (post hoc, „daarna dus daardoor”) leidt uit een opeenvolging in de tijd of een samenhang een oorzaak af die er niet hoeft te zijn. „Sinds het nieuwe schoolplein er ligt, zijn de cijfers gestegen; het plein maakt dus slimmer.” Dat het ene na het andere komt of ermee samenhangt, bewijst geen oorzakelijk verband — er kunnen andere oorzaken zijn (een correlatie is geen causaliteit). Deze drogreden is bedrieglijk omdat een tijdsvolgorde intuïtief als oorzaak voelt. Vraag altijd: is er een derde factor, of is het toeval?
De onjuiste vergelijking (valse analogie) trekt een conclusie uit een vergelijking tussen gevallen die op het beslissende punt verschillen: „Een land besturen is net een gezin runnen, dus de premier moet gewoon streng zijn.” Een land en een gezin verschillen echter juist op de relevante punten (schaal, machtsverhoudingen, vrijwilligheid). Verwant is het hellend vlak (glijdende schaal): de bewering dat één stap onvermijdelijk tot een reeks steeds ergere gevolgen leidt („Als we dit toestaan, is het einde zoek”), zonder aan te tonen dat die keten werkelijk onvermijdelijk is. Beide schenden de voldoende grond: de conclusie reikt verder dan de aangevoerde reden rechtvaardigt.
Bij het examen is de valkuil dat deze drogredenen aanvaardbare en relevante bestanddelen hebben, zodat ze op het eerste gezicht deugen. Je moet daarom precies aanwijzen wáár de grond tekortschiet: te weinig gevallen (generalisatie), te weinig opties (vals dilemma), geen aangetoond verband (verkeerde oorzaak), een mankende vergelijking (onjuiste analogie) of een onbewezen keten (hellend vlak). Formuleer je antwoord als „dit is een [drogreden], want de aangevoerde grond is onvoldoende om [standpunt] te rechtvaardigen, omdat …”. Zo verbind je de naam aan het geschonden criterium.
Uitgewerkt voorbeeld

Vals dilemma of geldig argument?

„We hebben maar twee keuzes: of we investeren fors in kernenergie, of we accepteren dat het licht uitgaat.” Beoordeel de argumentatie.

  1. 01De voorgestelde keuze isoleren

    De spreker biedt precies twee opties: fors investeren in kernenergie óf stroomtekort accepteren.

  2. 02Naar andere opties zoeken

    Er bestaan meer mogelijkheden: zon, wind, besparing, import, opslag, een mix. De twee gepresenteerde opties zijn niet de enige.

  3. 03De drogreden benoemen

    Door de keuze tot twee uitersten te beperken, schendt de spreker de voldoende grond: het is een vals dilemma.

Resultaat: Het is een vals dilemma: de spreker verzwijgt de vele tussenwegen (andere energiebronnen, besparing) en dwingt zo naar kernenergie. De grond is ontoereikend.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de drogredenen tegen de voldoende grond (overhaaste generalisatie, vals dilemma, verkeerde oorzaak, onjuiste vergelijking, hellend vlak) herkennen en benoemen.
  • Examendoel: aanwijzen wáárom de aangevoerde grond ontoereikend is (te weinig gevallen, te weinig opties, geen aangetoond verband).

Veelgemaakte fouten

  • Een correlatie of tijdsvolgorde voor een bewezen oorzaak-gevolgrelatie aanzien (post hoc). Samenhang of opeenvolging bewijst geen oorzaak.
  • Een vals dilemma niet herkennen omdat de twee genoemde opties elk op zichzelf plausibel klinken. De drogreden zit in het verzwijgen van de tussenwegen.

Actieve herhaling

Zoek voor elk van de vijf drogredenen tegen de voldoende grond (generalisatie, vals dilemma, verkeerde oorzaak, onjuiste vergelijking, hellend vlak) een voorbeeld uit een tekst of debat. Leg per geval uit waarom de grond ontoereikend is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)

§ 04

Drogredenen beoordelen in het centraal examen#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl-nederlands-vwo-domein-D

Kernpunten

In het centraal examen wordt het beoordelen van argumentatie op vaste manieren getoetst: „Is het argument in alinea 4 aanvaardbaar/relevant/voldoende? Licht toe”, „Welke drogreden begaat de schrijver in regel 30?” of „Beoordeel of de schrijver zijn standpunt overtuigend onderbouwt.” De betrouwbare aanpak volgt Afb. 3: loop het argument langs de drie criteria — eerst aanvaardbaarheid, dan relevantie, dan voldoende grond — en stop bij het eerste criterium dat faalt. Faalt geen enkel criterium, dan is het argument deugdelijk (al kan het zwak zijn).

Afb. 3 — De beoordeling van een argument in drie toetsen

Argument beoordelen in drie toetsenGraaf, Aanvaardbaar? → Relevant?, Relevant? → Voldoende grond?, Voldoende grond? → Deugdelijk argumentAanvaardbaar?Relevant?Voldoende grond?Deugdelijkargumentjajaja
Afb. 3Loop elk argument langs de drie criteria. Stop bij het eerste dat faalt (dan is er een drogreden); doorstaat het alle drie, dan is het argument deugdelijk.
Het correctievoorschrift verlangt bij een drogredenvraag doorgaans drie dingen: de drogreden benoemen, het geschonden criterium noemen, en uitleggen waaróm het argument daar tekortschiet — verankerd in de tekst. „Dit is een persoonlijke aanval (drogreden); de relevantie ontbreekt (criterium), want de schrijver bestrijdt de persoon van de opponent in plaats van diens argument (uitleg).” Een antwoord dat alleen een naam plakt („dit is ad hominem”) mist de onderbouwing en dus punten. Oefen daarom niet het benoemen alleen, maar de volledige beoordeling.
Een terugkerende valkuil is te snel „drogreden!” roepen. Niet elk zwak of onwelgevallig argument is een drogreden, en niet elke emotie of vergelijking is er een. Toets eerst nuchter of een criterium werkelijk geschonden is. Een genuanceerde vergelijking die op de relevante punten opgaat, is geen onjuiste vergelijking; een deskundige, onafhankelijke bron levert een geldig autoriteitsargument; een gevoel dat een argument begeleidt zonder het te vervangen, schendt de relevantie niet. De kunst is de echte drogreden te onderscheiden van het gewoon-zwakke of het geldig-emotionele argument.
Omgekeerd toetst het examen ook of je de deugdelijkheid van een goed argument kunt verdedigen. „Leg uit waarom het argument in alinea 6 wél overtuigend is” vraagt je te laten zien dat het aan alle drie de criteria voldoet: de premisse is aannemelijk (aanvaardbaar), ze raakt het standpunt (relevant) en ze levert samen met de andere argumenten genoeg grond (voldoende). Deze positieve variant is even belangrijk als het ontmaskeren van drogredenen: kritisch lezen betekent zowel het zwakke afkeuren als het sterke erkennen.
Ten slotte staat de drogredenenleer niet los, maar sluit ze de argumentatieketen van domein D. Ze bouwt voort op het scheiden van standpunt en argument (het herkennen), op de garant (de vaak verzwegen stap waar de zwakte schuilt) en op de argumentatieschema's (de structuur waarbinnen je toetst). Wie deze onderdelen beheerst, kan een betoog niet alleen ontleden maar ook wegen — en dat is het uiteindelijke doel van het argumentatieonderwijs: een kritische, weerbare lezer en schrijver die zich niet met drogredenen laat overbluffen en er zelf geen gebruikt.
Uitgewerkt voorbeeld

Een volledige drogredenbeoordeling formuleren

Een schrijver stelt: „Deze hoogleraar bekritiseert ons voorstel, maar hij is al jaren met pensioen en snapt niets meer van de moderne tijd. Zijn kritiek kunnen we dus naast ons neerleggen.” Geef een volledig examenwaardig antwoord.

  1. 01De drogreden benoemen

    De schrijver valt de persoon (leeftijd, „snapt niets meer”) aan in plaats van diens kritiek: een persoonlijke aanval (ad hominem).

  2. 02Het criterium noemen

    Het geschonden criterium is de relevantie: de leeftijd van de criticus zegt niets over de juistheid van zijn kritiek.

  3. 03De uitleg toevoegen

    Verankerd in de tekst: de schrijver ontkracht de kritiek niet inhoudelijk, maar diskwalificeert de criticus — daarmee draagt zijn weerlegging niets bij tegen de kritiek zelf.

Resultaat: Volledig antwoord: het is een persoonlijke aanval (drogreden) die de relevantie schendt, want de schrijver bestrijdt de persoon van de hoogleraar in plaats van de inhoud van zijn kritiek.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: bij een drogredenvraag de drogreden benoemen, het geschonden criterium noemen én uitleggen waarom het argument tekortschiet, verankerd in de tekst.
  • Examendoel: de deugdelijkheid van een goed argument onderbouwen door aan te tonen dat het aan alle drie de criteria voldoet.

Veelgemaakte fouten

  • Te snel „drogreden” concluderen bij een zwak of onwelgevallig argument. Toets eerst of een criterium werkelijk geschonden wordt.
  • Bij een drogredenvraag alleen de naam geven zonder criterium en uitleg. Het correctievoorschrift verlangt de volledige beoordeling.

Actieve herhaling

Neem een compleet opiniestuk. Beoordeel elk hoofdargument op de drie criteria, benoem waar een drogreden voorkomt (met criterium en uitleg) en waar een argument juist deugdelijk is. Formuleer je oordeel telkens verankerd in de tekst.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Aanvaardbaarheid, relevantie en voldoende grond○
    • 02Drogredenen tegen de relevantie◐
    • 03Drogredenen tegen de voldoende grond◐
    • 04Drogredenen beoordelen in het centraal examen●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Drogredenen en aanvaardbaarheid

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~16
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Nederlands VWO — domein D Argumentatieve vaardigheden

Vorig onderwerp

Argumentatieschema’s

Volgend onderwerp

Samenvatten

EuraStudy·Samenvattingen T·07·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.