EuraStudy
Samenvattingen/Lichamelijke opvoeding/Spel: terugslagspelen
Samenvattingen · Lichamelijke opvoedingNL · VWO

Spel: terugslagspelen

Terugslagspelen zoals volleybal, badminton, tennis en tafeltennis draaien om één idee: speel de bal of shuttle zó over het net dat de tegenstander hem niet goed kan terugspelen, en maak zelf zo weinig mogelijk fouten. Je leert de rallycyclus, de opbouw van aanval via service en set-up, het verdedigen vanuit een goede uitgangshouding, en het tactisch uitbuiten van ruimte met plaatsing, tempo en effect.

4 Onderdelen·~16 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0333 / 12
Examenprofiel
Deelnemen aan en verbeteren in terugslagspelen volgens de spelbedoeling (domein B, Spel)Service, opbouw en aanval technisch en tactisch uitvoerenVerdedigen vanuit een goede uitgangshouding met dekking en verplaatsingRuimte uitbuiten met plaatsing, tempo en effect; taken verdelen in dubbelspel
Operatoren:beschrijfleg uitpas toeanalyseerbeoordeel

basisniveau

In LO gaat het om samen kunnen spelen, rally's opbouwen en de bal gecontroleerd over het net houden.

verhoogd niveau

Binnen BSM analyseer je de opbouw van een rally en onderbouw je plaatsings- en tempokeuzes tactisch.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Spel: terugslagspelen
    • 01De spelbedoeling en de rallycyclus○
    • 02Aanvallen: service, opbouw en aanvalsslag◐
    • 03Verdedigen: uitgangshouding, dekking en plaatsing◐
    • 04Tactiek in enkel- en dubbelspel●
§ 01

De spelbedoeling en de rallycyclus#

●○○BasisLPexamenblad-lo-domein-b-spel-terugslagspelen

Kernpunten

Terugslagspelen delen een eigen spelbedoeling, die verschilt van die van doelspelen: er is geen doel om in te scoren, maar een net (of muur) dat de twee partijen scheidt. Je wint een punt door de bal of shuttle zó terug te spelen dat de tegenstander hem niet meer (goed) kan terugspelen, of doordat de tegenstander een fout maakt. Omdat je elkaar niet fysiek tegenkomt zoals in doelspelen, gaat het vooral om plaatsing, tempo, effect en precisie: je bespeelt de ruimte en de tijd van de tegenstander in plaats van hem te passeren.
Kenmerkend is dat het spel afwisselt tussen aanvallen en verdedigen bij elke slag opnieuw. De ene slag zet je onder druk (aanval), de volgende moet je zelf overleven (verdediging), afhankelijk van de bal die je krijgt. Deze afwisseling vormt de rallycyclus, weergegeven in Afb. 1: service en receptie, dan opbouw, dan aanval, en aan de andere kant van het net verdediging — waarna de cyclus opnieuw begint. In veel terugslagspelen (vooral volleybal) is deze cyclus heel duidelijk in drie stappen te herkennen: aannemen, klaarleggen, aanvallen.

De rallycyclus

Rallycyclus in terugslagspelenGraaf, Service / receptie: de bal onder controle aannemen → Opbouw (set-up): de bal klaarleggen voor de aanval, Opbouw (set-up): de bal klaarleggen voor de aanval → Aanval: de bal onder druk over het net plaatsen, Aanval: de bal onder druk over het net plaatsen → Verdediging: de aanval van de tegenstander overleven, Verdediging: de aanval van de tegenstander overleven → Service / receptie: de bal onder controle aannemenService /receptie: de balonder controle …Opbouw (set-up):de balklaarleggen voo…Aanval: de balonder druk overhet net plaatsenVerdediging: deaanval van detegenstander ov…
Afb. 1Afb. 1 — De rallycyclus: van service/receptie via opbouw naar aanval en verdediging, waarna de cyclus opnieuw begint.
De service (of opslag) is een bijzonder moment, want het is de enige slag die je volledig zelf in de hand hebt: je bepaalt zelf plaats, tempo en effect zonder dat de tegenstander de bal eerst hoeft te raken. Daarom is de service tegelijk een kans om meteen druk te zetten en een risico (een misser is direct een punt weg). Na de service komt de partij die ontvangt in de verdediging: die moet eerst overleven (de bal onder controle terugspelen) voordat ze zelf kan gaan opbouwen en aanvallen.
In terugslagspelen zonder direct lichaamscontact zijn nauwkeurige waarneming en timing beslissend. Je moet vroeg „lezen” waar de bal of shuttle heen gaat en je er tijdig naartoe verplaatsen, zodat je hem in balans en op het juiste moment kunt raken. Wie te laat vertrekt, raakt de bal in een slechte houding en kan hem alleen nog verdedigend terugspelen. Goede spelers keren daarom na elke slag zo snel mogelijk terug naar een centrale, neutrale uitgangspositie (de basispositie), van waaruit ze naar elke hoek kunnen reageren.
Voor het schoolexamen moet je de rallycyclus kunnen herkennen en er je gedrag op afstemmen: weet je dat je een makkelijke bal krijgt, dan schakel je naar de aanval; krijg je een moeilijke bal, dan kies je voor een veilige, verdedigende terugspeelbal om de rally in leven te houden. Dat onderscheid — wanneer aanvallen, wanneer overleven — is de kern van tactisch spelen in terugslagspelen.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom mislukt de aanval na een slechte aanname?

Een volleybalteam krijgt de service maar neemt de bal telkens slordig aan, ver van het net. De aanval loopt daardoor keer op keer stuk. Verklaar dit met de rallycyclus.

  1. 01Volg de cyclus

    De cyclus is aannemen → klaarleggen → aanvallen; elke stap bouwt voort op de vorige.

  2. 02Lokaliseer de fout

    De aanname (eerste stap) is slecht: de bal komt ver van het net, waardoor de spelverdeler geen goede set-up kan geven.

  3. 03Verklaar het gevolg

    Zonder goede set-up kan de aanvaller niet in balans en op tijd aanvallen; de aanval wordt noodgedwongen een veilige, makkelijk te verdedigen bal.

Resultaat: De aanval faalt niet door de aanvaller maar door de eerste schakel: een slechte aanname maakt een goede opbouw en aanval onmogelijk — de rallycyclus is zo sterk als zijn zwakste stap.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de spelbedoeling van terugslagspelen benoemen en het verschil met doelspelen uitleggen (net/muur, plaatsing in plaats van passeren).
  • Examendoel: de rallycyclus (service/receptie – opbouw – aanval – verdediging) herkennen en aangeven wanneer je aanvalt en wanneer je veilig speelt.

Veelgemaakte fouten

  • Na een slag blijven staan waar je de bal raakte in plaats van terug te keren naar de basispositie, waardoor de tegenstander je makkelijk uitspeelt naar de vrije hoek.
  • Elke bal willen aanvallen, ook een moeilijke; op een lastige bal is een veilige, verdedigende terugspeelbal vaak de betere keuze om de rally niet weg te geven.

Actieve herhaling

Beschrijf bij volleybal de drie stappen van de aanvalsopbouw (aannemen, klaarleggen, aanvallen) en leg uit wat er misgaat in de rest van de cyclus als de eerste stap (de aanname) slecht is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B (Spel: terugslagspelen) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 02

Aanvallen: service, opbouw en aanvalsslag#

●●○StandaardLPexamenblad-lo-domein-b-spel-terugslagspelen

Kernpunten

De aanval in terugslagspelen bouw je meestal in stappen op; Afb. 2 laat dat zien voor volleybal. Na de aanname wordt de bal door de spelverdeler (setter) klaargelegd voor de aanvaller. Die opbouw is essentieel: pas als de bal op de goede hoogte en plaats ligt, kan de aanvaller er met kracht en richting bovenop. In sporten als tennis en badminton is de opbouw subtieler — je manoeuvreert de tegenstander eerst uit positie met een paar voorbereidende slagen voordat je de beslissende slag plaatst.

Aanvalsopbouw bij volleybal

Opbouw en aanvalSchema met 8 elementen, net, aanvaller, spelverdeler, set-up, aanvalnetaanvallerspelverdelerset-upaanval
Afb. 2Afb. 2 — De opbouw bij volleybal: na de aanname legt de spelverdeler de bal klaar en plaatst de aanvaller de bal over het net.
Een goede service zet meteen druk. Je kiest bewust plaats (naar de zwakke ontvanger of in een lastige hoek), tempo (hard voor snelheid, of juist kort en zacht) en soms effect (een draaiende of zwevende bal die onvoorspelbaar valt). Tegelijk moet je het risico beheersen: de service is de enige slag die je zonder tegenstander uitvoert, dus een fout is direct een cadeau. De kunst is een service te kiezen die druk zet maar die je met hoge zekerheid in het veld krijgt — het beste evenwicht tussen aanval en veiligheid hangt af van je niveau en de stand.
De opbouw draait om het creëren van een aanvalskans, en dat lukt het best als je de tegenstander uit positie speelt. Door de bal telkens naar een andere hoek te spelen, dwing je de tegenstander te lopen; op het moment dat die uit balans of ver uit positie staat, ontstaat de opening voor de beslissende slag. In dubbelspel en volleybal hoort bij de opbouw ook het klaarleggen voor de juiste medespeler op de juiste plek. Wie te vroeg de winnende slag forceert (voordat de tegenstander uit positie is), speelt vaak in de handen van de verdediging.
De aanvalsslag zelf combineert kracht, richting en timing. Kracht alleen is zelden genoeg: een harde bal recht naar de tegenstander is makkelijker te verdedigen dan een goed geplaatste bal in de vrije ruimte. De beste aanval combineert snelheid met plaatsing naar de plek waar de tegenstander niet is of niet goed kan reageren. Bij volleybal komt daar de timing van de sprong en de armzwaai bij (raken op het hoogste punt), bij tennis de coördinatie van beenwerk, rompdraaiing en slagarm. Techniek en tactiek vallen hier samen: de mooiste techniek is nutteloos op de verkeerde plek, en de slimste keuze mislukt zonder de techniek om hem uit te voeren.
Voor het examen moet je de opbouw van een aanval kunnen analyseren en verbeteren. Vraag je bij een mislukte aanval steeds af waar in de opbouw het misging: was de service al te makkelijk, was de opbouw te gehaast, stond de tegenstander nog niet uit positie, of was de eindslag technisch of tactisch verkeerd? Zo koppel je de theorie van de rallycyclus aan een concreet verbeteradvies — de kern van bewegen verbeteren uit domein A, hier toegepast op het spel.
Uitgewerkt voorbeeld

Een service kiezen bij matchpoint tegen

Je moet serveren bij 24-24 in een volleybalset (jij mag serveren). Je hebt een risicovolle harde sprongservice en een veilige, zwevende service. Welke kies je en waarom?

  1. 01Weeg het rendement van de harde service

    Een harde sprongservice kan direct een punt (ace) of een slechte aanname opleveren — hoog rendement.

  2. 02Weeg het risico

    Bij 24-24 is een servicefout direct puntverlies op een cruciaal moment; je hebt geen marge voor een misser.

  3. 03Kies met de context

    Op matchpoint weegt zekerheid zwaar: een goed geplaatste zwevende service naar de zwakste ontvanger zet toch druk zonder het punt zomaar weg te geven — tenzij je de harde service zeer betrouwbaar beheerst.

Resultaat: Op een cruciaal punt is de veilige, goed geplaatste service meestal de betere keuze: ze zet druk op de zwakste ontvanger zonder het risico van een directe servicefout — de afweging draait om zekerheid boven maximaal rendement.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: uitleggen hoe je met service, opbouw en aanvalsslag stapsgewijs een scoringskans creëert en de tegenstander uit positie speelt.
  • Examendoel: bij de service de afweging tussen druk zetten en veiligheid onderbouwen, afgestemd op niveau en stand.

Veelgemaakte fouten

  • De beslissende slag te vroeg forceren, voordat de tegenstander uit positie is gespeeld, zodat de aanval makkelijk te verdedigen is.
  • Denken dat een aanval vooral kracht is; een harde bal recht op de tegenstander is minder gevaarlijk dan een goed geplaatste bal in de vrije ruimte.

Actieve herhaling

Bedenk voor tennis of badminton een aanvalsopbouw van drie slagen waarmee je de tegenstander uit positie speelt en de derde slag als winnaar plaatst. Beschrijf per slag de bedoeling.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Spel: aanval in terugslagspelen (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 03

Verdedigen: uitgangshouding, dekking en plaatsing#

●●○StandaardLPexamenblad-lo-domein-b-spel-terugslagspelen

Kernpunten

Verdedigen begint bij een goede uitgangshouding: laag door de knieën, gewicht op de voorvoeten, gewicht klaar om elke kant op te bewegen. Vanuit deze „ready position” kun je het snelst reageren, ongeacht waar de bal heen gaat. Na elke slag keer je terug naar deze houding op je basispositie. De basispositie ligt zó dat je de te verwachten ballen zo goed mogelijk kunt bereiken — vaak centraal, maar afhankelijk van waar je zelf de bal net heen speelde (je dekt de hoek af die je zelf open laat).
Verdedigen is anticiperen: je leest aan de houding en beweging van de tegenaanvaller waar de bal waarschijnlijk heen gaat, en vertrekt op het juiste moment. Te vroeg vertrekken maakt je voorspelbaar (de aanvaller speelt de andere kant op); te laat vertrekken maakt dat je de bal niet in balans bereikt. Bij volleybal hoort bij de verdediging ook het blok aan het net (de aanval van de tegenstander direct terugblokken of vertragen) en het veldverdedigen achter het blok (dig): die twee moeten op elkaar afgestemd zijn, zodat blok en veld samen het hele vlak afdekken.
Terugslagspelen verschillen onderling sterk in materiaal, tempo en ruimte, maar delen dezelfde principes; Afb. 3 vergelijkt vier bekende spelen. Volleybal is een teamspel met drie contacten per kant en een hoog net; badminton is snel en luchtig met een shuttle die sterk afremt; tennis speelt met stuit en effect over een groot veld; tafeltennis is extreem snel op een kleine tafel met veel effect. Door de principes (uitgangshouding, plaatsing, tempo, effect) telkens te herkennen, kun je wat je in het ene spel leert overdragen naar het andere.

Vier terugslagspelen vergeleken

TerugslagspelenTabel met 4 kolommen en 4 rijen, Gegevens: spel · scheiding · tempo/ruimte · kenmerk; volleybal · hoog net, teamspel · drie contacten per kant · aanname – set-up – aanval; blok en veldverdediging; badminton · net, enkel/dubbel · snel, shuttle remt sterk af · afwisseling van clear, drop en smash; tennis · net, groot veld · stuit en effect, veel loopwerk · opbouw met plaatsing en spin; tafeltennis · net, kleine tafel · zeer snel, veel effect · korte reactietijd, spin lezenSPELSCHEIDINGTEMPO/RUIMTEKENMERKvolleybalhoog net, teamspeldrie contacten per kantaanname – set-up – aanval;blok en veldverdedigingbadmintonnet, enkel/dubbelsnel, shuttle remt sterk afafwisseling van clear, dropen smashtennisnet, groot veldstuit en effect, veelloopwerkopbouw met plaatsing en spintafeltennisnet, kleine tafelzeer snel, veel effectkorte reactietijd, spinlezen
Afb. 3Afb. 3 — Vier terugslagspelen op een rij; ondanks verschillen in materiaal en tempo gelden dezelfde principes.
Het krachtigste verdedigende én aanvallende wapen is plaatsing: de bal spelen naar de plek waar de tegenstander niet is of net vandaan komt. Denk aan de open hoek na een cross-court rally, of een korte bal net over het net wanneer de tegenstander ver achterin staat. Plaatsing bespeelt de ruimte en de tijd van de tegenstander: hoe verder je hem laat lopen, hoe minder tijd hij heeft en hoe groter de kans dat hij uit balans raakt. Variatie in plaatsing (links–rechts, kort–lang) is daarom effectiever dan telkens hetzelfde herhalen, hoe goed die ene slag ook is.
Naast plaatsing gebruik je tempo en effect om de tegenstander te verstoren. Tempowisselingen (een snelle bal gevolgd door een trage) breken het ritme van de tegenstander; effect (spin) verandert de baan en de stuit, zodat de bal moeilijker in te schatten is. In je rol als waarnemer of coach let je erop of een speler te voorspelbaar speelt — steeds hetzelfde tempo, dezelfde hoek — en adviseer je meer variatie. Zo verbind je het verdedigen en aanvallen weer met bewegen verbeteren uit domein A.
Uitgewerkt voorbeeld

De open hoek uitspelen

In een tennisrally heb je je tegenstander met twee cross-court forehands naar de linkerhoek gedreven; hij staat nu ver links, buiten de baan. Welke slag kies je en waarom, met het principe plaatsing?

  1. 01Lees de positie van de tegenstander

    De tegenstander staat ver links en moet een grote afstand terug afleggen om de rechterkant te dekken.

  2. 02Kies de plaatsing

    Speel de bal naar de open rechterhoek (down the line): daar is de tegenstander niet en heeft hij de minste tijd om te komen.

  3. 03Betrek tempo

    Een goed geplaatste bal met voldoende tempo maakt de afstand onhaalbaar; de plaatsing (waar) is hier belangrijker dan pure kracht.

Resultaat: Door de open hoek te kiezen die je zelf met de vorige slagen hebt gecreëerd, benut je de ruimte en de tijd van de tegenstander optimaal — een schoolvoorbeeld van winnen door plaatsing.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de goede uitgangshouding en het teruggaan naar de basispositie uitleggen en het belang ervan voor de reactietijd.
  • Examendoel: plaatsing, tempo en effect als tactische middelen beschrijven en toepassen, en de principes herkennen in verschillende terugslagspelen.

Veelgemaakte fouten

  • Rechtop en met het gewicht op de hielen wachten in plaats van laag en op de voorvoeten; daardoor kom je te langzaam op gang naar de bal.
  • Te voorspelbaar spelen (steeds dezelfde hoek en hetzelfde tempo), zodat de tegenstander gemakkelijk kan anticiperen.

Actieve herhaling

Kies twee terugslagspelen uit Afb. 3 en beschrijf één overeenkomst en één verschil in hoe je verdedigt (uitgangshouding, basispositie, plaatsing). Leg uit welk principe je van het ene naar het andere spel overdraagt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Spel: verdedigen en plaatsen (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 04

Tactiek in enkel- en dubbelspel#

●●●VerdiepingLPexamenblad-lo-domein-b-spel-terugslagspelen

Kernpunten

In enkelspel dek je in je eentje het hele veld, dus draait alles om je basispositie en je verplaatsing. Na elke slag keer je terug naar de plek van waaruit je alle vervolgmogelijkheden zo goed mogelijk kunt bereiken — meestal het midden, maar verschoven naar de kant die je open laat. Afb. 4 laat zien hoe je met plaatsing naar de hoeken de tegenstander laat lopen en zo de tijd en de ruimte bespeelt. Wie zelf efficiënt loopt (korte, snelle passen, tijdig vertrekken) en de tegenstander veel laat lopen, wint de fysieke strijd van de rally.

Plaatsing in enkelspel

Bespelen van de hoekenSchema met 5 elementen, net, speler, korte kruisbal, diepe lijnbalnetspelerkorte kruisbaldiepe lijnbal
Afb. 4Afb. 4 — In enkelspel bespeel je met plaatsing naar de hoeken de ruimte en de tijd van de tegenstander.
Dubbelspel voegt een extra laag toe: samenwerking en taakverdeling. Je moet met je partner het veld verdelen en op elkaar afgestemd bewegen, zodat er geen gaten vallen en jullie elkaar niet in de weg lopen. Twee klassieke opstellingen zijn de zij-aan-zij-verdeling (ieder een helft, goed tegen ballen naar de zijkanten) en de voor-achter-verdeling (één bij het net, één achterin, goed voor aanvallend dubbel). Welke opstelling past, hangt af van het spel, de bal en de sterktes van jou en je partner.
Communicatie is in dubbelspel onmisbaar. Je spreekt af wie welke bal neemt (vooral in het midden, de klassieke twijfelzone), roept „los!” of „mijn!”, en past de opstelling aan de situatie aan. Veel punten in dubbelspel gaan verloren doordat beide spelers de middenbal aan de ander overlaten of er juist beiden op afgaan. Een heldere, vooraf afgesproken regel (bijvoorbeeld: de forehand in het midden neemt hem) voorkomt zulke misverstanden — precies het soort afstemming dat ook bij het samenspelen in doelspelen terugkomt.
Tactiek is altijd het inspelen op de tegenstander en op jezelf. Speel op de zwakte van de tegenstander (zijn zwakke slag, zijn beperkte loopvermogen, zijn ongeduld) en vanuit je eigen kracht (je harde service, je goede net-spel). Een goede speler heeft niet één plan maar past het aan: werkt de ene aanpak niet, dan probeer je een andere. Dit vraagt dat je tijdens het spel blijft waarnemen en evalueren — welke ballen leveren mij punten op, welke kosten mij punten — en je keuzes daarop bijstelt.
Voor het examen (en zeker binnen BSM) moet je zulke tactische keuzes kunnen benoemen én onderbouwen. Een goede analyse zegt niet alleen „hij speelt goed”, maar bijvoorbeeld: „hij wint omdat hij consequent op de zwakke backhand van de tegenstander speelt en zelf naar het net komt om de korte ballen af te maken”. Zo verbind je waarnemen, verklaren en adviseren — de leervaardigheden van domein A — met het concrete spel van de terugslagspelen.
Uitgewerkt voorbeeld

Opstelling kiezen in dubbelspel

In badminton-dubbel krijg je van de tegenstander veel hoge, diepe ballen (clears) naar de achterlijn. Welke dubbelopstelling kies je, en wat verandert er als jullie zelf gaan aanvallen?

  1. 01Analyseer de aankomende ballen

    Veel diepe ballen naar de achterlijn: je moet allebei achterin kunnen dekken, links en rechts.

  2. 02Kies de verdedigende opstelling

    Zij-aan-zij (ieder een helft) dekt de linker- en rechterachterhoek het best tegen diepe ballen.

  3. 03Schakel om bij aanval

    Zodra jullie zelf aanvallen (smash), draai je naar voor-achter: één speler smasht van achteren, de ander vangt bij het net de korte terugspeelballen af.

Resultaat: Tegen diepe ballen verdedig je zij-aan-zij; bij eigen aanval schakel je naar voor-achter. De opstelling volgt de spelfase — verdedigend breed, aanvallend voor-achter.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het belang van basispositie en verplaatsing in enkelspel uitleggen en toepassen op een rally.
  • Examendoel: opstellingen en taakverdeling in dubbelspel (zij-aan-zij, voor-achter) beschrijven en een keuze onderbouwen met de situatie.

Veelgemaakte fouten

  • In dubbelspel de middenbal onopgelost laten: beiden laten hem aan de ander, of beiden gaan erop af, door gebrek aan afspraken en communicatie.
  • Vasthouden aan één tactiek terwijl die niet werkt, in plaats van tijdens het spel je keuzes bij te stellen op basis van wat wel en niet punten oplevert.

Actieve herhaling

Beschrijf voor een dubbelspel naar keuze een concrete taakverdeling en één afspraak over de middenbal. Beargumenteer waarom die verdeling past bij de sterktes van jou en je (denkbeeldige) partner.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Spel: tactiek in terugslagspelen (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01De spelbedoeling en de rallycyclus○
    • 02Aanvallen: service, opbouw en aanvalsslag◐
    • 03Verdedigen: uitgangshouding, dekking en plaatsing◐
    • 04Tactiek in enkel- en dubbelspel●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Spel: terugslagspelen

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~16
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

College voor Toetsen en Examens (CvTE)

  • Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B (Spel: terugslagspelen)

Vorig onderwerp

Spel: doelspelen

Volgend onderwerp

Spel: slag- en loopspelen

EuraStudy·Samenvattingen T·03·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.