EuraStudy
Samenvattingen/Lichamelijke opvoeding/Spel: slag- en loopspelen
Samenvattingen · Lichamelijke opvoedingNL · VWO

Spel: slag- en loopspelen

Slag- en loopspelen zoals softbal, honkbal en slagbal draaien om een duel tussen een slagpartij en een veldpartij. De slagpartij maakt punten door te slaan en honken te bereiken; de veldpartij voorkomt dat door de bal snel te verwerken en lopers uit te maken. Je leert slaan en plaatsen in de vrije ruimte, het lezen van loop- en honksituaties, en het samenwerken in de veldpartij.

4 Onderdelen·~17 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0444 / 12
Examenprofiel
Deelnemen aan en verbeteren in slag- en loopspelen volgens de spelbedoeling (domein B, Spel)Als slagpartij slaan, plaatsen en honken lopen; punten makenAls veldpartij vangen, gericht overgooien en lopers uitmaken; punten voorkomenIn-/uitspeelsituaties lezen en samenwerken in het veld
Operatoren:beschrijfleg uitpas toeanalyseerbeoordeel

basisniveau

In LO gaat het om meedoen, de regels en rollen begrijpen en veilig slaan, lopen en veldwerk doen.

verhoogd niveau

Binnen BSM analyseer je spelsituaties en onderbouw je keuzes van slagpartij en veldpartij tactisch.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Spel: slag- en loopspelen
    • 01De spelbedoeling en de opbouw van het spel○
    • 02De slagpartij: slaan, plaatsen en honken lopen◐
    • 03De veldpartij: vangen, overgooien en uitmaken◐
    • 04Spelsituaties lezen en samenwerken●
§ 01

De spelbedoeling en de opbouw van het spel#

●○○BasisLPexamenblad-lo-domein-b-spel-slag-en-loopspelen

Kernpunten

Slag- en loopspelen hebben een spelbedoeling die verschilt van doel- en terugslagspelen: twee partijen met tegengestelde taken wisselen elkaar af. De slagpartij (aan slag) wil punten maken door de bal te slaan en vervolgens honken of een loopgebied te bereiken; de veldpartij (in het veld) wil juist voorkomen dat er punten worden gemaakt door de bal snel te verwerken en lopers uit te maken. Anders dan in doelspelen bewegen de twee partijen niet door elkaar heen om dezelfde bal — de slagpartij zet de bal in beweging, de veldpartij reageert erop. Softbal, honkbal en het schoolspel slagbal delen deze structuur.
Het spel verloopt in duidelijke beurten. Een speler van de slagpartij slaat de bal en probeert daarna zo ver mogelijk te lopen (een of meer honken, of het loopgebied uit en terug). Ondertussen probeert de veldpartij de geslagen bal te bemachtigen en die zo snel naar het juiste punt te spelen dat de loper wordt uitgemaakt. Afb. 1 vat dit spelverloop samen: na de worp en de slag ontstaat een race tussen de loper (die een honk wil halen) en de bal (die de veldpartij naar dat honk speelt). Wie het eerst is, bepaalt of de loper veilig is of uit.

Het spelverloop: de race tussen loper en bal

Spelverloop slag- en loopspelenGraaf, Werper gooit de bal aan → Slagpartij slaat de bal het veld in, Slagpartij slaat de bal het veld in → Veldwerk: bal vangen en naar het honk gooien, Slagpartij slaat de bal het veld in → Honklopen: loper rent naar het honk, Veldwerk: bal vangen en naar het honk gooien → Uitkomst: veilig (honk eerst) of uit (bal eerst), Honklopen: loper rent naar het honk → Uitkomst: veilig (honk eerst) of uit (bal eerst)Werper gooit debal aanSlagpartij slaatde bal het veldinVeldwerk: balvangen en naarhet honk gooienHonklopen: loperrent naar hethonkUitkomst: veilig(honk eerst) ofuit (bal eerst)
Afb. 1Afb. 1 — Na de worp en de slag ontstaat een race: haalt de loper het honk eerder dan de bal, dan is hij veilig, anders uit.
Deze wedloop tussen loper en bal is de kern van het spel. Voor de slagpartij betekent dit: sla de bal naar een plek waar het lang duurt voordat de veldpartij hem terug heeft (de vrije ruimte, ver van de velders), en loop alleen door als je het honk waarschijnlijk haalt. Voor de veldpartij betekent het: verwerk de bal via de kortste, snelste weg en gooi naar het honk waar de loper naartoe moet. Elke keuze van de een lokt een reactie van de ander uit — precies wat het spel tactisch maakt.
Belangrijk is het onderscheid tussen een gedwongen en een niet-gedwongen loper. Een loper is gedwongen (moet doorlopen) als de slagman achter hem aankomt en zijn honk nodig heeft; dan kan de veldpartij hem uitmaken door simpelweg de bal vóór hem op het volgende honk te hebben (een dwangsituatie). Is de loper niet gedwongen, dan moet hij daadwerkelijk worden aangetikt of moet de bal er eerder zijn op de manier die de regels voorschrijven. Dit onderscheid bepaalt naar welk honk de veldpartij het slimst kan gooien.
Voor het schoolexamen moet je de rollen en de spelbedoeling kunnen benoemen en de basisregels correct toepassen (wanneer is iemand uit, wanneer veilig, wanneer moet een loper door). Dat vormt de basis voor de tactische keuzes in de volgende onderdelen: pas als je weet wat het doel van elke partij is en hoe je uit gaat, kun je begrijpen waarom een slagman naar een bepaalde plek slaat of waarom de veldpartij naar een bepaald honk gooit.
Uitgewerkt voorbeeld

Veilig of uit?

Een slagman slaat de bal naar het veld en rent naar het eerste honk. De velder raapt de bal op en gooit hem naar de speler op het eerste honk. Beschrijf hoe je bepaalt of de loper veilig of uit is.

  1. 01Bepaal of de loper gedwongen is

    De slagman moet naar het eerste honk (er is geen keuze), dus het is een dwangsituatie: de bal hoeft alleen vóór de loper op het honk te zijn.

  2. 02Vergelijk de race

    Is de bal (in de handen van de velder op het honk) er eerder dan de voet van de loper op het honk, dan is de loper uit; is de loper eerder, dan is hij veilig.

  3. 03Concludeer

    De uitkomst hangt af van wie het eerst is — de kern van de wedloop tussen loper en bal.

Resultaat: Omdat de slagman gedwongen naar het eerste honk loopt, is hij uit als de bal er eerder is dan zijn voet, en veilig als hij zelf eerder het honk bereikt.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de spelbedoeling van slag- en loopspelen en de taken van slag- en veldpartij benoemen.
  • Examendoel: uitleggen wanneer een loper veilig of uit is, en het onderscheid tussen een gedwongen en een niet-gedwongen loper toepassen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de slagpartij en de veldpartij om dezelfde bal strijden zoals in een doelspel; in slag- en loopspelen zet de slagpartij de bal in beweging en reageert de veldpartij.
  • Als loper altijd maar doorlopen zonder de situatie in te schatten, waardoor je onnodig wordt uitgemaakt op een honk dat je niet kon halen.

Actieve herhaling

Leg met eigen woorden uit hoe een punt (run) tot stand komt in softbal of slagbal, en beschrijf één situatie waarin een loper gedwongen is door te lopen en één waarin hij dat niet is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B (Spel: slag- en loopspelen) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 02

De slagpartij: slaan, plaatsen en honken lopen#

●●○StandaardLPexamenblad-lo-domein-b-spel-slag-en-loopspelen

Kernpunten

Als slagpartij is je eerste taak de bal goed te raken en te plaatsen. Techniek en tactiek gaan hier samen: technisch draait het om een gecoördineerde slag (goede uitgangshouding, gewicht overbrengen, romp draaien, de bal op het juiste moment raken), tactisch om wáár je de bal plaatst. Het beste doel is de vrije ruimte: een plek in het veld waar geen velder staat, of ver van de velders vandaan, zodat het lang duurt voordat de bal terug is. Afb. 2 toont het speelveld (de diamant) met de honken en de posities, zodat je kunt zien waar die vrije ruimte ontstaat.

Het speelveld: de diamant en de honken

Speelveld en honkenSchema met 10 elementen, thuishonk, 1e honk, 2e honk, 3e honk, werper, honklopenthuishonk1e honk2e honk3e honkwerperhonklopen
Afb. 2Afb. 2 — De diamant met de vier honken en de werper; de slagpartij zoekt de vrije ruimte tussen de velders.
Een bal recht naar een velder is een cadeau: die vangt hem en je bent snel uit. Daarom kijk je vóór het slaan waar de velders staan en probeer je de bal naar het gat te sturen. In softbal en honkbal betekent dat bijvoorbeeld: sla naar het deel van het veld waar de verdediging het dunst bezet is. In slagbal kun je bewust ver of juist kort slaan, afhankelijk van waar de vrije ruimte is en of je loopgebied wilt bereiken. Variatie maakt je onvoorspelbaar: als je altijd naar dezelfde kant slaat, past de veldpartij haar opstelling aan.
Na de slag begint het honklopen, en daarbij is de kernvaardigheid het lezen van de situatie. Loop je door of blijf je staan? Dat hangt af van hoe ver en hoe goed je hebt geslagen, waar de bal is en hoe snel de veldpartij hem verwerkt. Een goede loper vertrekt direct en kijkt onderweg (of via een medespeler/coach) waar de bal is. De vuistregel: loop alleen door naar het volgende honk als je het waarschijnlijk haalt; twijfel je, blijf dan veilig staan in plaats van een gemakkelijke out weg te geven.
Belangrijk is het idee van dwang: als er een medeslagman achter je aankomt die jouw honk nodig heeft, ben je gedwongen door te lopen. In dat geval kun je niet blijven staan, en moet je zo snel mogelijk het volgende honk halen voordat de bal er is. Sta je niet onder dwang, dan mag je afwachten en pas doorlopen als het veilig kan. Het herkennen van dwang bepaalt of je moet rennen of mag blijven — een kleine denkfout hierin kost meteen een out.
Als slagpartij werk je bovendien samen. Lopers die al op een honk staan, kunnen doorschuiven als jij slaat; door slim te slaan (bijvoorbeeld een bal die de veldpartij dwingt naar een ver honk te gooien) help je medelopers om te scoren. Sommige teams gebruiken een opofferingsslag: je maakt bewust een minder goede slag voor jezelf, maar helpt daarmee een medeloper vooruit. Dit soort samenspel is de tactische diepgang van de slagpartij en hoort bij het lezen van in- en uitspeelsituaties.
Uitgewerkt voorbeeld

Doorlopen of blijven staan?

Je slaat een bal ver naar het achterveld. De velder moet ver rennen om de bal te halen. Je hebt het eerste honk al gehaald. Loop je door naar het tweede honk? Onderbouw je keuze.

  1. 01Beoordeel de slag en de bal

    De bal is ver en de velder moet er lang naartoe; de bal zal dus laat en van ver terugkomen.

  2. 02Schat de race in

    Omdat de bal ver weg en laat is, heb je waarschijnlijk tijd om het tweede honk te bereiken voordat de bal daar kan zijn.

  3. 03Beslis

    Loop door naar het tweede honk: de kans dat je het haalt is groot, en zo sta je in scoringspositie. Twijfel je onderweg (de velder is er sneller bij), rem dan af en blijf veilig.

Resultaat: Bij een verre bal en een velder die lang moet rennen, is doorlopen naar het tweede honk verstandig; de vuistregel blijft: doorlopen als je het waarschijnlijk haalt, anders veilig blijven staan.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: uitleggen waarom je als slagpartij naar de vrije ruimte slaat en hoe je de bal weg van de velders plaatst.
  • Examendoel: het lezen van een honksituatie (wel/niet doorlopen, dwang of niet) toepassen op een concrete situatie.

Veelgemaakte fouten

  • Zo hard mogelijk slaan zonder op de velders te letten, waardoor de bal recht naar een velder gaat en je snel uit bent; plaatsing is belangrijker dan pure kracht.
  • Doorlopen zonder de bal te volgen: je vertrekt naar het volgende honk terwijl de bal daar al onderweg is, en wordt onnodig uitgemaakt.

Actieve herhaling

Beschrijf in softbal/slagbal een situatie waarin je bewust naar een bepaald deel van het veld slaat. Geef aan waar de velders staan, waar de vrije ruimte is en hoe ver je verwacht te kunnen lopen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Spel: slagpartij (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 03

De veldpartij: vangen, overgooien en uitmaken#

●●○StandaardLPexamenblad-lo-domein-b-spel-slag-en-loopspelen

Kernpunten

De veldpartij heeft de omgekeerde taak van de slagpartij: punten voorkomen. Dat begint bij een goede veldopstelling — de velders verdeeld over het veld zodat de vrije ruimte zo klein mogelijk is — en bij een goede werper die de bal moeilijk raakbaar aangooit. Afb. 3 zet de taken van beide partijen naast elkaar. Als er geslagen is, moet de veldpartij twee dingen razendsnel doen: de bal onder controle krijgen (vangen of oprapen) en die via de kortste, snelste weg naar het juiste honk spelen.

Taken van slag- en veldpartij

Rollen en takenTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: rol · doel · kernacties; slagpartij · punten maken · de bal raken en in de vrije ruimte plaatsen; honken bereiken en scoren; veldpartij · punten voorkomen · de bal vangen/onderscheppen en snel naar het juiste honk gooien; lopers uitmaken; werper · de slag bemoeilijken · de bal moeilijk raakbaar aangooien; het spel openen; slagloper · veilig een honk halen · beslissen wanneer wel/niet doorlopen; het honk op tijd bereikenROLDOELKERNACTIESslagpartijpunten makende bal raken en in de vrijeruimte plaatsen; honkenbereiken en scorenveldpartijpunten voorkomende bal vangen/onderscheppenen snel naar het juiste honkgooien; lopers uitmakenwerperde slag bemoeilijkende bal moeilijk raakbaaraangooien; het spel openenslagloperveilig een honk halenbeslissen wanneer wel/nietdoorlopen; het honk op tijdbereiken
Afb. 3Afb. 3 — De tegengestelde taken van slag- en veldpartij, met per rol het doel en de kernacties.
Vangen en gericht overgooien zijn de basisvaardigheden van het veldwerk. Een velder die de bal vangt maar er lang over doet om te gooien, of naar het verkeerde honk gooit, verspeelt de tijdswinst. Belangrijk is dat de velder al vóór de vangst weet waar hij naartoe gaat gooien — dat scheelt kostbare seconden in de race tegen de loper. Vaak wordt er niet rechtstreeks naar een ver honk gegooid maar via een tussenspeler (een cut-off): twee kortere, snelle worpen zijn samen sneller en zekerder dan één lange, riskante worp.
Uitmaken (een loper out krijgen) kan op verschillende manieren, en welke past, hangt af van de situatie. Bij een gedwongen loper volstaat het om de bal vóór hem op het volgende honk te hebben (een dwang-out); je hoeft de loper dan niet aan te tikken. Bij een niet-gedwongen loper moet je hem daadwerkelijk aantikken met de bal, of de bal op de door de regels vereiste manier op het honk hebben. Een gevangen slagbal (rechtstreeks uit de lucht) levert vaak direct een out op. Wie weet welke vorm van uitmaken geldt, kan naar het juiste honk gooien.
De kracht van de veldpartij zit in samenwerking en communicatie. Velders roepen wie de bal neemt (zodat er niet twee tegelijk op afgaan of allebei laten lopen), dekken elkaars honken af en anticiperen op waar de loper naartoe gaat. Bij een bal in het veld weten de velders van tevoren, afhankelijk van waar de lopers staan, naar welk honk ze zullen gooien. Deze afspraken en het onderling afdekken maken het verschil tussen een chaotische en een strak georganiseerde veldpartij.
Voor het examen moet je kunnen uitleggen waarom een veldpartij naar een bepaald honk gooit en welke uitmaakvorm daarbij hoort. Een goede analyse benoemt de situatie (welke lopers, waar, gedwongen of niet), de logische worp (naar welk honk, eventueel via een cut-off) en de uitmaakvorm (dwang-out of aantikken). Zo verbind je de regels met de tactiek — precies wat een tactische bewegingsanalyse in slag- en loopspelen vraagt.
Uitgewerkt voorbeeld

Naar welk honk gooit de veldpartij?

Er staat een loper op het eerste honk. De slagman slaat een grondbal naar de velder bij het tweede honk. Naar welk honk gooit de veldpartij het slimst, en welke uitmaakvorm geldt?

  1. 01Bepaal wie gedwongen is

    De slagman moet naar het eerste honk, dus de loper op het eerste honk is gedwongen door te lopen naar het tweede honk — dwangsituatie op het tweede honk.

  2. 02Kies de worp

    De velder heeft de bal dicht bij het tweede honk; de snelste out is de gedwongen loper op het tweede honk uitmaken (bal vóór hem op het honk).

  3. 03Benoem de uitmaakvorm

    Omdat de loper gedwongen is, is aantikken niet nodig: de bal op het tweede honk vóór de loper volstaat (dwang-out). Eventueel volgt een dubbele uitmaak door daarna naar het eerste honk te gooien.

Resultaat: De veldpartij gooit naar het tweede honk voor een dwang-out op de gedwongen loper; aantikken is niet nodig omdat het een dwangsituatie is.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: uitleggen hoe de veldpartij de bal verwerkt (vangen, via een cut-off gericht overgooien) en waarom snelheid en de juiste worp beslissend zijn.
  • Examendoel: de vormen van uitmaken (dwang-out, aantikken, gevangen slagbal) onderscheiden en bij een situatie de juiste worp kiezen.

Veelgemaakte fouten

  • De bal pas na de vangst gaan bedenken waar hij heen moet, in plaats van al vóór de vangst te weten naar welk honk je gooit — dat kost de beslissende seconden.
  • Een dwang-out en het aantikken verwarren: bij een gedwongen loper hoef je niet aan te tikken (bal op het honk volstaat), bij een niet-gedwongen loper wel.

Actieve herhaling

Beschrijf een veldsituatie met een loper op het eerste honk en een geslagen bal naar het achterveld. Geef aan naar welk honk je gooit, of je een cut-off gebruikt, en welke uitmaakvorm geldt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Spel: veldpartij (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 04

Spelsituaties lezen en samenwerken#

●●●VerdiepingLPexamenblad-lo-domein-b-spel-slag-en-loopspelen

Kernpunten

Op het hoogste niveau draaien slag- en loopspelen om het lezen van in- en uitspeelsituaties: elke partij anticipeert op wat de ander gaat doen. De veldpartij stelt zich op naar verwachting (waar zal deze slagman de bal heen slaan?) en spreekt vooraf af naar welk honk er bij welke bal gegooid wordt. De slagpartij leest de veldopstelling en zoekt de zwakke plek. Dit vooruitdenken — al weten wat je gaat doen vóórdat de bal in het spel is — scheelt de beslissende seconden en voorkomt paniekbeslissingen.
Voor de veldpartij hangt de beste keuze sterk af van waar de lopers staan. Met een loper op het eerste honk en minder dan twee uit, is een dubbele uitmaak (twee lopers in één actie) vaak de grootste winst; met een snelle loper op het derde honk let je juist op het voorkomen van een run naar het thuishonk. De situatie bepaalt naar welk honk je gooit en welk risico je neemt. Een velder die zonder na te denken altijd naar het eerste honk gooit, mist kansen om een gevaarlijker loper uit te maken.
Voor de slagpartij draait het lezen om het benutten van de veldopstelling en het helpen van medelopers. Staat de verdediging ver naar één kant, dan sla je naar de andere; staat er een medeloper in scoringspositie, dan kies je een slag die hem laat scoren, ook als dat voor jou minder oplevert (een opofferende keuze). Zo wordt het een teamspel: individuele slagen dienen het gezamenlijke doel, punten maken. Het herkennen wanneer je voor jezelf gaat en wanneer voor het team is een tactische vaardigheid.
Communicatie en rolvastheid maken samenwerking mogelijk. In de veldpartij roept iedereen wie de bal neemt en welk honk hij dekt; lopers en coaches van de slagpartij geven aanwijzingen (doorlopen, blijven, terug). Veel fouten in slag- en loopspelen komen niet door gebrek aan techniek maar door miscommunicatie: twee velders die de bal aan elkaar overlaten, of een loper die niet hoort dat hij moet stoppen. Duidelijke, vooraf afgesproken signalen voorkomen dat.
Voor het examen (en zeker binnen BSM) moet je zo'n situatie kunnen analyseren en de beste keuze onderbouwen. Een sterke analyse benoemt de uitgangssituatie (aantal uit, lopers en hun posities), de opties van beide partijen, en de keuze met de grootste kans op succes tegen het kleinste risico. Daarmee til je slag- en loopspelen van „meedoen” naar „het spel begrijpen en sturen” — de brug naar het regelen en coachen van domein C.
Uitgewerkt voorbeeld

De gevaarlijkste loper uitmaken

Er staat een snelle loper op het derde honk en een loper op het eerste honk, met één uit. De slagman slaat een grondbal naar de velder bij het tweede honk. Wat is de beste keuze van de veldpartij?

  1. 01Weeg de dreiging

    De loper op het derde honk kan scoren (een run) — dat is de grootste directe dreiging; de loper op het eerste honk is gedwongen naar het tweede honk.

  2. 02Vergelijk de opties

    Optie A: naar het thuishonk gooien om de scorende loper te stoppen. Optie B: een dubbele uitmaak proberen via het tweede en eerste honk, maar dan scoort de loper van het derde honk waarschijnlijk.

  3. 03Kies met de stand in gedachten

    Als één run cruciaal is (bijvoorbeeld gelijke stand, laatste inning), gooi je naar het thuishonk om de run te voorkomen; is de voorsprong ruim, dan kan de zekere dubbele uitmaak (twee outs) verstandiger zijn.

Resultaat: De beste keuze hangt af van de stand: de directe run voorkomen (naar het thuishonk) of twee outs pakken (dubbele uitmaak). De veldpartij weegt de dreiging van de scorende loper tegen het rendement van extra outs.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: uitleggen hoe de posities van de lopers en het aantal uit de beste keuze van de veldpartij bepalen (bijvoorbeeld wel/geen dubbele uitmaak).
  • Examendoel: een in-/uitspeelsituatie analyseren en de tactisch beste keuze van slag- of veldpartij onderbouwen.

Veelgemaakte fouten

  • Als velder altijd routineus naar het eerste honk gooien zonder de posities van de andere lopers te lezen, waardoor je een gevaarlijker loper laat lopen.
  • Samenwerking laten mislukken door gebrek aan communicatie: de bal aan elkaar overlaten of een loper niet op tijd terugroepen.

Actieve herhaling

Bedenk een situatie met twee lopers (bijvoorbeeld op het eerste en tweede honk) en één uit. Beschrijf voor de veldpartij twee mogelijke worpen en beargumenteer welke de beste keuze is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Spel: spelinzicht slag- en loopspelen (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01De spelbedoeling en de opbouw van het spel○
    • 02De slagpartij: slaan, plaatsen en honken lopen◐
    • 03De veldpartij: vangen, overgooien en uitmaken◐
    • 04Spelsituaties lezen en samenwerken●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Spel: slag- en loopspelen

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~17
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

College voor Toetsen en Examens (CvTE)

  • Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B (Spel: slag- en loopspelen)

Vorig onderwerp

Spel: terugslagspelen

Volgend onderwerp

Turnen

EuraStudy·Samenvattingen T·04·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.