EuraStudy
Samenvattingen/Lichamelijke opvoeding/Door de kandidaat gekozen nieuwe bewegingsactiviteiten
Samenvattingen · Lichamelijke opvoedingNL · VWO

Door de kandidaat gekozen nieuwe bewegingsactiviteiten

In dit onderdeel kies je zelf een of meer nieuwe of actuele bewegingsactiviteiten (bijvoorbeeld klimmen, freerunning, ultimate frisbee of yoga) en leer je die grotendeels zelfstandig. Je analyseert de kern en de eisen van de activiteit, draagt leer- en trainingsprincipes uit de andere domeinen over (transfer), en zet een eigen leerproces op: kiezen, analyseren, oefenen en evalueren.

4 Onderdelen·~15 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0999 / 12
Examenprofiel
Een of meer zelfgekozen nieuwe/actuele bewegingsactiviteiten beoefenen (domein B)De kern, eisen en veiligheid van een onbekende activiteit analyserenLeer- en trainingsprincipes uit andere domeinen overdragen (transfer)Een eigen leerproces zelfstandig opzetten, uitvoeren en evalueren (zelfregulatie)
Operatoren:kiesanalyseerpas toeplanevalueerbeoordeel

basisniveau

In LO laat je zien dat je een nieuwe activiteit zelfstandig kunt oppakken en er veilig in kunt vooruitgaan.

verhoogd niveau

Binnen BSM onderbouw je je leeraanpak met de principes van motorisch leren en trainingsleer en evalueer je je vooruitgang.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Door de kandidaat gekozen nieuwe bewegingsactiviteiten
    • 01Nieuwe bewegingsactiviteiten: waarom en welke keuze○
    • 02De activiteit analyseren: kern, eisen en veiligheid◐
    • 03Transfer: leerprincipes uit andere domeinen toepassen◐
    • 04Zelfstandig leren: plannen, oefenen en evalueren●
§ 01

Nieuwe bewegingsactiviteiten: waarom en welke keuze#

●○○BasisLPexamenblad-lo-domein-b-nieuwe-activiteiten

Kernpunten

Dit onderdeel is bijzonder omdat je zelf de bewegingsactiviteit kiest. Het examenprogramma vraagt dat je een of meer nieuwe of actuele activiteiten beoefent die niet al onder de vaste onderdelen (spel, turnen, atletiek, bewegen op muziek, zelfverdediging) vallen. Afb. 1 geeft voorbeelden: klimmen, freerunning/parkour, ultimate frisbee, boksen (technisch en veilig), yoga, mountainbiken, skaten. De gedachte is dat de beweegcultuur voortdurend verandert en dat jij leert om ook een onbekende, moderne activiteit zelfstandig op te pakken.

Voorbeelden van nieuwe bewegingsactiviteiten

VoorbeeldactiviteitenTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: activiteit · type · leunt op (transfer); klimmen (boulderen) · kracht, balans, techniek · zwaartepunt/steunvlak (turnen), krachttraining (D); freerunning/parkour · acrobatiek, veiligheid · afzet en landing (turnen), progressieopbouw (A); ultimate frisbee · doelspel zonder contact · spelprincipes ruimte en tijd (spel); boksen (technisch) · coördinatie, timing · bewegingsanalyse en feedback (A), veiligheid (zelfverdediging); yoga · lenigheid, balans, ademhaling · fitheidscomponenten en herstel (D)ACTIVITEITTYPELEUNT OP (TRANSFER)klimmen (boulderen)kracht, balans, techniekzwaartepunt/steunvlak(turnen), krachttraining (D)freerunning/parkouracrobatiek, veiligheidafzet en landing (turnen),progressieopbouw (A)ultimate frisbeedoelspel zonder contactspelprincipes ruimte en tijd(spel)boksen (technisch)coördinatie, timingbewegingsanalyse en feedback(A), veiligheid(zelfverdediging)yogalenigheid, balans,ademhalingfitheidscomponenten enherstel (D)
Afb. 1Afb. 1 — Voorbeelden van nieuwe/actuele activiteiten met het type en het principe waarop je kunt voortbouwen.
De kern van dit onderdeel is niet de activiteit zelf, maar het zelfstandig leren. Bij de vaste onderdelen krijg je veel uitleg en begeleiding; hier moet je juist laten zien dat je het geleerde kunt toepassen op iets nieuws, met minder sturing. Daarmee toets je of je de leervaardigheden van domein A echt beheerst: kun je een onbekende beweging analyseren, er een oefenplan bij maken, jezelf feedback geven en je vooruitgang volgen? De gekozen activiteit is als het ware het examenmateriaal waarop je die zelfstandigheid demonstreert.
Bij het kiezen let je op een paar dingen. De activiteit moet echt nieuw voor je zijn (anders leer je niets bij), een echte bewegingsuitdaging bevatten (een duidelijk bewegingsprobleem om op te lossen), veilig te organiseren zijn binnen de mogelijkheden van de school, en aansluiten bij wat je al kunt zodat je vooruitgang kunt boeken. Een activiteit die je al beheerst, of die geen echt bewegingsprobleem bevat, of die niet veilig te doen is, is geen goede keuze. Een goede keuze zit in de „leerzone”: uitdagend genoeg om iets te leren, haalbaar genoeg om vooruit te komen.
Nieuwe activiteiten passen bovendien bij het idee van een leven lang bewegen (domein E). De sporten die jij later voor je plezier of gezondheid doet, zijn misschien nog niet uitgevonden of vallen buiten de klassieke schoolvakken. Door te leren hoe je zelf een nieuwe beweegvorm oppakt, ben je voorbereid om ook na school actief te blijven en nieuwe activiteiten te ontdekken. Zo verbindt dit onderdeel het schoolvak met je eigen toekomstige beweeggedrag.
Voor het schoolexamen moet je een verantwoorde keuze kunnen maken en toelichten: waarom is deze activiteit nieuw, uitdagend en veilig voor jou, en wat wil je eraan leren? Die verantwoording is het startpunt van je leerproces. Ze laat zien dat je niet zomaar iets doet, maar bewust een activiteit kiest waaraan je je leervaardigheden kunt tonen — de rode draad van dit hele onderdeel.
Uitgewerkt voorbeeld

Een keuze verantwoorden

Een leerling wil boulderen (klimmen op lage hoogte) kiezen als nieuwe activiteit. Verantwoord deze keuze met de vier criteria.

  1. 01Nieuw

    De leerling heeft nog nooit geklommen, dus de activiteit is echt nieuw en er valt veel te leren.

  2. 02Uitdagend

    Boulderen bevat een duidelijk bewegingsprobleem: efficiënt omhoog komen met balans, kracht en techniek — een echte uitdaging.

  3. 03Veilig

    Op lage hoogte met dikke valmatten (en zonder touw) is boulderen veilig te organiseren binnen een klim- of gymzaal.

  4. 04Passend

    De leerling heeft voldoende basiskracht en balans (van turnen) om te beginnen en stap voor stap moeilijkere routes te doen.

Resultaat: Boulderen is een verantwoorde keuze: het is nieuw, bevat een echt bewegingsprobleem, is veilig te organiseren op lage hoogte en sluit aan bij de basis die de leerling al heeft.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een verantwoorde keuze voor een nieuwe bewegingsactiviteit maken en toelichten (nieuw, uitdagend, veilig, aansluitend bij je niveau).
  • Examendoel: uitleggen dat de kern van dit onderdeel het zelfstandig leren en het toepassen van leervaardigheden is, niet de activiteit op zich.

Veelgemaakte fouten

  • Een activiteit kiezen die je al goed beheerst; dan leer je niets nieuws en kun je geen vooruitgang laten zien.
  • Een activiteit kiezen zonder echt bewegingsprobleem of zonder dat ze veilig te organiseren is, waardoor er niets zinvols te leren of te oefenen valt.

Actieve herhaling

Kies een nieuwe bewegingsactiviteit die je zou willen leren. Onderbouw je keuze met vier criteria: is ze nieuw voor je, uitdagend, veilig te organiseren en passend bij je niveau? Benoem wat je eraan wilt leren.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B (nieuwe activiteiten) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 02

De activiteit analyseren: kern, eisen en veiligheid#

●●○StandaardLPexamenblad-lo-domein-b-nieuwe-activiteiten

Kernpunten

Voordat je een nieuwe activiteit gaat leren, ontleed je haar. Afb. 2 laat de analysestappen zien: bepaal eerst de kern of het bewegingsprobleem, dan de eisen aan de beweger, dan de veiligheid en het materiaal, en maak ten slotte een oefenopbouw. De kern is de vraag: wat moet je eigenlijk oplossen? Bij klimmen: hoe kom je efficiënt omhoog met balans en kracht? Bij ultimate frisbee: hoe maak en benut je ruimte om de schijf naar de zone te brengen (net als in een doelspel)? Wie de kern helder heeft, weet waar het leren op gericht moet zijn.

Een nieuwe activiteit analyseren

Analyse van een nieuwe activiteitGraaf, Kern: welk bewegingsprobleem moet je oplossen? → Eisen: welke fitheid en vaardigheden vraagt het?, Eisen: welke fitheid en vaardigheden vraagt het? → Veiligheid en materiaal: welke risico's en maatregelen?, Veiligheid en materiaal: welke risico's en maatregelen? → Oefenopbouw: van makkelijk naar moeilijk (progressie)Kern: welkbewegingsprobleemmoet je oplosse…Eisen: welkefitheid envaardigheden vr…Veiligheid enmateriaal: welkerisico's en maa…Oefenopbouw: vanmakkelijk naarmoeilijk (progr…
Afb. 2Afb. 2 — De analysestappen: van de kern van de activiteit via de eisen en de veiligheid naar een oefenopbouw.
Vervolgens bepaal je de eisen aan de beweger: welke fitheidscomponenten en vaardigheden vraagt de activiteit? Klimmen vraagt vooral kracht (grip, romp) en balans; freerunning vraagt lenigheid, coördinatie en durf; ultimate vraagt uithoudingsvermogen, werp- en vangtechniek en spelinzicht. Door de eisen te benoemen, kun je gericht oefenen aan de onderdelen die jij nog mist. Dit is dezelfde analyse als bij de fitheidscomponenten van domein D, nu toegepast op een zelfgekozen activiteit.
De veiligheid en het materiaal analyseer je apart, want bij een onbekende activiteit ken je de risico's nog niet vanzelf. Welke blessures liggen op de loer, welke bescherming of ondergrond is nodig, welke regels houden het veilig? Bij klimmen zijn dat valmatten en het niet te hoog gaan; bij boksen beschermingsmateriaal en gecontroleerd, licht contact; bij mountainbiken een helm en een geschikt parcours. Deze veiligheidsanalyse hoort bij het verantwoord bewegen dat het hele vak nastreeft, en is bij een nieuwe activiteit extra belangrijk omdat je nog geen routine hebt.
Uit de analyse volgt een oefenopbouw: een stapsgewijs plan van makkelijk naar moeilijk. Je begint met een vereenvoudigde vorm (een makkelijke klimroute, een korte werpafstand, een basisbeweging op lage hoogte) en voert de moeilijkheid pas op als je de vorige stap beheerst — precies het progressieprincipe uit turnen en trainingsleer. Zo bouw je veilig en effectief vaardigheid op zonder jezelf te overvragen. De analyse maakt van „gewoon proberen” een gericht, verantwoord leerproces.
Voor het examen moet je een nieuwe activiteit kunnen analyseren op kern, eisen en veiligheid, en er een oefenopbouw bij kunnen maken. Deze analyse is de brug tussen je keuze (vorige paragraaf) en je leerproces (volgende paragrafen): ze bepaalt wáár je aan gaat werken, in welke volgorde en onder welke veiligheidsvoorwaarden. Zo laat je zien dat je een onbekende beweging systematisch kunt aanpakken.
Uitgewerkt voorbeeld

Ultimate frisbee analyseren

Je klas kiest ultimate frisbee als nieuwe activiteit. Analyseer de kern, één eis en één veiligheidspunt, en geef de eerste stap van de oefenopbouw.

  1. 01Bepaal de kern

    Ultimate is een doelspel zonder contact: de kern is ruimte maken en benutten om de schijf naar de scorezone te brengen — dezelfde spelbedoeling als bij doelspelen.

  2. 02Benoem een eis

    Het vraagt werp- en vangtechniek (de schijf gecontroleerd gooien en vangen) en uithoudingsvermogen door het vele loopwerk.

  3. 03Veiligheid en eerste oefenstap

    Veiligheid: contactloos spelen, botsingen vermijden bij het vangen. Eerste oefenstap: in tweetallen de forehand- en backhandworp leren over korte afstand, vóór je gaat spelen.

Resultaat: Ultimate is in de kern een contactloos doelspel; het vraagt werp-/vangtechniek en uithoudingsvermogen, je speelt contactloos, en je begint met het leren werpen en vangen in tweetallen — dan pas het spel.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: van een nieuwe activiteit de kern (het bewegingsprobleem), de eisen aan de beweger en de veiligheidsrisico's benoemen.
  • Examendoel: op basis van de analyse een oefenopbouw van makkelijk naar moeilijk maken (progressie).

Veelgemaakte fouten

  • Meteen de moeilijkste vorm proberen zonder analyse en opbouw, waardoor je jezelf overvraagt en het risico op blessures onnodig groot wordt.
  • De veiligheidsanalyse overslaan omdat de activiteit „wel leuk lijkt”; juist bij een onbekende activiteit ken je de risico's nog niet en moet je ze bewust in kaart brengen.

Actieve herhaling

Kies je nieuwe activiteit en analyseer haar: benoem de kern (het bewegingsprobleem), twee eisen aan de beweger, twee veiligheidsrisico's met maatregelen, en een oefenopbouw in drie stappen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — nieuwe activiteiten: analyse (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 03

Transfer: leerprincipes uit andere domeinen toepassen#

●●○StandaardLPexamenblad-lo-domein-b-nieuwe-activiteiten

Kernpunten

De sleutel tot een nieuwe activiteit snel leren is transfer: het overdragen van kennis en vaardigheden die je bij andere onderdelen hebt opgebouwd. Je begint een nieuwe activiteit nooit met een leeg hoofd — je neemt alles mee wat je al weet over leren, trainen en bewegen. Afb. 3 zet op een rij welke principes uit welk domein je kunt overdragen. Wie deze transfer bewust inzet, leert veel sneller dan wie elke nieuwe activiteit als iets volstrekt nieuws behandelt.

Transfer van principes naar een nieuwe activiteit

Transfer tussen domeinenTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: uit domein · overdraagbaar principe · toepassing op een nieuwe activiteit; A — leervaardigheden · fasen van motorisch leren, bewegingsanalyse, feedback · je klimtechniek faseren en gericht verbeteren; D — gezondheid · overload, progressie, specificiteit, herstel, warming-up · gericht kracht trainen voor het klimmen, met opbouw; Spel · ruimte en tijd maken en benutten · vrijlopen en ruimte creëren in ultimate frisbee; Turnen · zwaartepunt, steunvlak, afzet en landing · balans houden bij klimmen en freerunning; Zelfverdediging · veiligheid, valbreken, evenwicht · veilig vallen en risico's beperken bij freerunningUIT DOMEINOVERDRAAGBAAR PRINCIPETOEPASSING OP EENNIEUWE ACTIVITEITA — leervaardighedenfasen van motorisch leren,bewegingsanalyse, feedbackje klimtechniek faseren engericht verbeterenD — gezondheidoverload, progressie,specificiteit, herstel,warming-upgericht kracht trainen voorhet klimmen, met opbouwSpelruimte en tijd maken enbenuttenvrijlopen en ruimte creërenin ultimate frisbeeTurnenzwaartepunt, steunvlak,afzet en landingbalans houden bij klimmen enfreerunningZelfverdedigingveiligheid, valbreken,evenwichtveilig vallen en risico'sbeperken bij freerunning
Afb. 3Afb. 3 — Welke principes je uit welk domein kunt overdragen naar een zelfgekozen nieuwe activiteit.
Uit domein A (leervaardigheden) neem je de theorie van het motorisch leren mee: je herkent in welke fase je zit (cognitief, associatief, autonoom), je maakt een bewegingsanalyse en je geeft jezelf gerichte feedback. Bij klimmen bijvoorbeeld analyseer je je klimtechniek net zoals je een sprong of een service analyseert: faseren, kritische kenmerken benoemen, verbeteren. Deze leervaardigheden zijn precies bedoeld om overdraagbaar te zijn — ze werken bij elke beweging.
Uit domein D (bewegen en gezondheid) neem je de trainingsleer mee: het overloadprincipe, progressie, specificiteit, herstel en warming-up. Wil je sterker klimmen, dan train je gericht op de vereiste kracht met voldoende prikkel, opbouw en herstel — precies zoals de trainingsprincipes voorschrijven. Ook de energiesystemen helpen: bij ultimate weet je dat het vele loopwerk het aerobe systeem aanspreekt en dat je daarop kunt trainen. De trainingsprincipes zijn algemeen en dus overdraagbaar naar elke fysieke activiteit.
Uit de bewegingsactiviteiten zelf neem je concrete principes mee. Van de spelsporten neem je de spelprincipes (ruimte en tijd maken en benutten) mee naar een spelachtige nieuwe activiteit zoals ultimate. Van turnen neem je zwaartepunt, steunvlak, afzet en landing mee naar klimmen of freerunning. Van zelfverdediging neem je veiligheid, valbreken en balans mee. Zo blijkt hoe sterk de onderdelen met elkaar samenhangen: de principes zijn algemener dan de losse sporten waarin je ze leerde.
Voor het examen moet je bewust kunnen benoemen welke principes je van welk domein overdraagt naar je nieuwe activiteit, en hoe je ze toepast. Een sterke onderbouwing zegt bijvoorbeeld: „ik pas het progressieprincipe uit de trainingsleer toe door met makkelijke klimroutes te beginnen, en ik analyseer mijn klimtechniek met de bewegingsanalyse uit domein A”. Zo laat je zien dat je het geleerde niet los onthoudt, maar als algemeen gereedschap kunt inzetten — het hoogste doel van leren.
Uitgewerkt voorbeeld

Sneller leren klimmen met transfer

Je wilt sneller vooruitkomen met boulderen. Beschrijf hoe je principes uit domein A en D overdraagt om je leerproces te versnellen.

  1. 01Transfer uit domein A

    Analyseer je klimtechniek zoals een turnbeweging: faseer een route (start, kernbewegingen, top), benoem kritische kenmerken (voeten eerst plaatsen, dicht bij de wand blijven, met gestrekte armen hangen) en geef jezelf gerichte feedback met video.

  2. 02Transfer uit domein D

    Train gericht de vereiste kracht (grip en romp) volgens het overload- en progressieprincipe, met voldoende herstel; doe een warming-up om blessures te voorkomen.

  3. 03Combineer

    Werk aan techniek én kracht tegelijk, maar bouw de moeilijkheid van de routes stapsgewijs op (progressie), zodat je nooit boven je niveau klimt.

Resultaat: Door de bewegingsanalyse en feedback uit domein A te combineren met de trainingsprincipes uit domein D (overload, progressie, herstel, warming-up), maak je van boulderen een gericht en snel leerproces in plaats van blind proberen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: benoemen welke leer- en trainingsprincipes uit domein A en D (en uit de bewegingsactiviteiten) overdraagbaar zijn naar een nieuwe activiteit.
  • Examendoel: concreet aangeven hoe je een overgedragen principe toepast op je gekozen activiteit (bijvoorbeeld progressie bij klimmen).

Veelgemaakte fouten

  • Een nieuwe activiteit behandelen alsof je helemaal opnieuw moet beginnen, terwijl je juist veel principes uit andere domeinen kunt overdragen.
  • Principes wel kennen maar niet toepassen: bijvoorbeeld het progressieprincipe kennen maar toch meteen de moeilijkste vorm proberen.

Actieve herhaling

Kies je nieuwe activiteit en beschrijf drie principes die je overdraagt — één uit domein A, één uit domein D en één uit een bewegingsactiviteit. Geef per principe aan hoe je het concreet toepast.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — nieuwe activiteiten: transfer (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 04

Zelfstandig leren: plannen, oefenen en evalueren#

●●●VerdiepingLPexamenblad-lo-domein-b-nieuwe-activiteiten

Kernpunten

De echte toets van dit onderdeel is of je zelfstandig een leerproces kunt sturen. Dat proces is een cyclus, weergegeven in Afb. 4: je kiest de activiteit, analyseert haar, oefent gericht, evalueert je vooruitgang en stelt je aanpak bij — waarna je opnieuw oefent. Dit is dezelfde zelfregulatiecyclus als in domein A, maar nu volledig door jou aangestuurd, zonder dat de docent je bij elke stap begeleidt. Het draait om verantwoordelijkheid nemen voor je eigen ontwikkeling.

De zelfregulatiecyclus

Zelfregulerend lerenGraaf, Kiezen: een activiteit en een concreet leerdoel → Analyseren: kern, eisen, veiligheid, plan, Analyseren: kern, eisen, veiligheid, plan → Oefenen: gericht, met feedback en progressie, Oefenen: gericht, met feedback en progressie → Evalueren en bijstellen: vergelijk met je doel, Evalueren en bijstellen: vergelijk met je doel → Oefenen: gericht, met feedback en progressieKiezen: eenactiviteit eneen concreet le…Analyseren:kern, eisen,veiligheid, planOefenen:gericht, metfeedback en pro…Evalueren enbijstellen:vergelijk met j…bijstellen
Afb. 4Afb. 4 — Zelfstandig leren als cyclus: kiezen, analyseren, oefenen, evalueren en bijstellen — steeds opnieuw.
Plannen is de eerste stap. Je stelt een concreet, haalbaar leerdoel voor de activiteit (bijvoorbeeld „ik wil binnen vier lessen een klimroute van niveau X in één keer kunnen doen”), verdeelt dat in tussendoelen en kiest oefeningen die bij je fase passen. Een goed plan is realistisch (past bij je niveau en de beschikbare tijd) en toetsbaar (je kunt achteraf zien of je het gehaald hebt). Zonder plan wordt oefenen doelloos rondproberen; met een plan wordt het gericht werken aan vooruitgang.
Oefenen doe je volgens de principes die je hebt overgedragen: in de juiste fase van motorisch leren, met passende feedback, met progressie en herstel. Belangrijk bij zelfstandig oefenen is dat je jezelf feedback leert geven (intrinsieke feedback) en hulpmiddelen gebruikt: video om je techniek terug te kijken, een medeleerling die meekijkt, of een meetbare uitkomst (hoeveel routes gehaald, hoe lang volgehouden). Zo blijf je zicht houden op je vooruitgang, ook zonder docent die je voortdurend beoordeelt.
Evalueren en bijsturen sluiten de cyclus. Je vergelijkt je resultaat met je doel: heb je vooruitgang geboekt, en zo niet, waar zit dat aan? Op basis daarvan stel je je plan bij — een ander oefendoel, een andere oefening, meer of minder moeilijkheid. Cruciaal is dat je de juiste conclusie trekt: stagneer je door een technisch probleem, dan oefen je techniek; door te weinig kracht, dan train je kracht; door te snel te veel te willen, dan bouw je rustiger op. Deze eerlijke zelfevaluatie is wat zelfstandig leren onderscheidt van zomaar doorgaan.
Voor het examen — en zeker binnen BSM — leg je dit leerproces vast en verantwoord je het: je doel, je plan, je oefeningen, je metingen en je evaluatie, bij voorkeur in een (digitaal) dossier of logboek. Daarmee toon je niet alleen dat je een nieuwe activiteit hebt geleerd, maar vooral dat je kunt leren leren: de zelfstandige, reflectieve beweger die het hele vak lichamelijke opvoeding wil vormen.
Uitgewerkt voorbeeld

Bijsturen na stagnatie

Je oefent al drie lessen freerunning-basissprongen maar je komt niet verder: je durft de landing van een iets hogere sprong niet. Hoe evalueer en stuur je bij?

  1. 01Vergelijk met je doel

    Je doel was een hogere sprong met gecontroleerde landing; je stagneert niet op de sprong zelf maar op de durf bij de landing.

  2. 02Bepaal de oorzaak

    De oorzaak is geen kracht- of techniekprobleem maar onzekerheid over de landing (een veiligheids- en vertrouwenskwestie).

  3. 03Stel het plan bij

    Bouw de hoogte kleiner op (progressie in kleinere stappen), oefen de landing eerst apart op een dikke mat, en gebruik eventueel hulpverlening — zodat het vertrouwen groeit vóór de hoogte.

Resultaat: De stagnatie komt door onzekerheid bij de landing, niet door techniek of kracht; de juiste bijsturing is kleinere progressiestappen, de landing apart oefenen en veiligheid inbouwen — niet simpelweg harder proberen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een eigen leerproces voor een nieuwe activiteit opzetten met een concreet doel, een plan, oefeningen en een evaluatie (de zelfregulatiecyclus).
  • Examendoel: je vooruitgang eerlijk evalueren, de oorzaak van stagnatie bepalen en je plan onderbouwd bijstellen.

Veelgemaakte fouten

  • Oefenen zonder concreet, toetsbaar doel, waardoor je achteraf niet kunt vaststellen of je vooruit bent gegaan.
  • Bij stagnatie blind harder proberen in plaats van te evalueren waar het aan ligt en je plan gericht bij te stellen.

Actieve herhaling

Zet voor je gekozen activiteit een compleet leerproces op papier: een concreet leerdoel, een plan met oefeningen voor drie lessen, de manier waarop je je vooruitgang meet, en hoe je na afloop evalueert en bijstelt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — nieuwe activiteiten: zelfstandig leren (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Nieuwe bewegingsactiviteiten: waarom en welke keuze○
    • 02De activiteit analyseren: kern, eisen en veiligheid◐
    • 03Transfer: leerprincipes uit andere domeinen toepassen◐
    • 04Zelfstandig leren: plannen, oefenen en evalueren●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Door de kandidaat gekozen nieuwe bewegingsactiviteiten

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~15
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

College voor Toetsen en Examens (CvTE)

  • Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B (nieuwe activiteiten)

Vorig onderwerp

Zelfverdediging

Volgend onderwerp

Bewegen regelen: de regelrollen

EuraStudy·Samenvattingen T·09·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.