EuraStudy
Samenvattingen/Lichamelijke opvoeding/Zelfverdediging
Samenvattingen · Lichamelijke opvoedingNL · VWO

Zelfverdediging

Zelfverdediging omvat stoeispelen en de grondbeginselen van judo en worstelen: veilig vallen, evenwicht verstoren en behouden, en controle houden. Je leert valbreken (en waarom dat blessures voorkomt), het gebruik van steunvlak en zwaartepunt voor stabiliteit, en de opbouw van een techniek via evenwicht breken, positioneren en uitvoeren — altijd vanuit respect en veiligheid.

4 Onderdelen·~16 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0888 / 12
Examenprofiel
Stoeispelen en verdedigingsvormen (grondbeginselen judo/worstelen) veilig beoefenen (domein B)Valbreken beheersen en uitleggen waarom het blessures voorkomtSteunvlak en zwaartepunt gebruiken om stabiel te zijn of het evenwicht te verstorenEen techniek opbouwen via evenwicht breken, positioneren en uitvoeren; met respect en veiligheid werken
Operatoren:beschrijfleg uitverklaarpas toebeoordeel

basisniveau

In LO gaat het om veilig stoeien, correct valbreken en het beheersen van eenvoudige controle- en verdedigingsvormen met respect voor je partner.

verhoogd niveau

Binnen BSM verklaar je technieken met evenwicht, hefboom en momentum en onderbouw je de veiligheidsprincipes.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Zelfverdediging
    • 01Doel, respect en veiligheid○
    • 02Valbreken: veilig terechtkomen◐
    • 03Evenwicht: steunvlak, zwaartepunt en kuzushi◐
    • 04Van verstoren naar uitvoeren: kuzushi, tsukuri, kake●
§ 01

Doel, respect en veiligheid#

●○○BasisLPexamenblad-lo-domein-b-zelfverdediging

Kernpunten

Zelfverdediging in de gymles gaat niet over vechten of winnen, maar over het beheerst omgaan met kracht, evenwicht en lichaamscontact. Het doel is leren jezelf en een ander te controleren zonder te blesseren: veilig vallen, het evenwicht van een partner verstoren en herstellen, en grip en controle houden. De stoeispelen en de grondbeginselen van judo en worstelen bieden daarvoor een veilige context. Anders dan bij de spelsporten is er direct, geregeld lichaamscontact — en juist daarom staan respect en veiligheid centraal.
Respect is bij zelfverdediging geen bijkomstigheid maar een voorwaarde. Je werkt samen met een partner die je vertrouwt en die jou vertrouwt; je doet elkaar bewust geen pijn en je houdt je aan afgesproken regels. In de judotraditie wordt dat respect zichtbaar in het buigen voor en na een oefening en in het idee dat je partner geen tegenstander is maar iemand met wie je samen leert. Afb. 1 vat de belangrijkste veiligheidsregels en afspraken samen. Zonder deze houding is veilig oefenen onmogelijk.

Veiligheidsregels bij zelfverdediging

Veiligheid en respectTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: afspraak · wat je doet · waarom; stopteken (aftikken) · meteen stoppen bij twee tikken · voorkomt blessures; de grens is heilig; kracht doseren · gecontroleerd, niet met volle kracht · houdt de oefening veilig en samenwerkend; respect · buigen, partner niet als vijand zien · vertrouwen is de basis van samen oefenen; voorbereiding · matten, sieraden af, nagels kort, ruimte · voorkomt letsel aan jezelf en de partner; progressie · eerst valbreken, dan meewerkend, dan met weerstand · je beheerst de techniek vóór het risico groot wordtAFSPRAAKWAT JE DOETWAAROMstopteken (aftikken)meteen stoppen bij tweetikkenvoorkomt blessures; de grensis heiligkracht doserengecontroleerd, niet metvolle krachthoudt de oefening veilig ensamenwerkendrespectbuigen, partner niet alsvijand zienvertrouwen is de basis vansamen oefenenvoorbereidingmatten, sieraden af, nagelskort, ruimtevoorkomt letsel aan jezelfen de partnerprogressieeerst valbreken, danmeewerkend, dan metweerstandje beheerst de techniek vóórhet risico groot wordt
Afb. 1Afb. 1 — De belangrijkste veiligheidsregels en afspraken die veilig oefenen mogelijk maken.
De belangrijkste veiligheidsafspraak is het doseren van kracht en het respecteren van het stopteken. Je voert technieken gecontroleerd en niet met volle kracht uit, en je stopt onmiddellijk als je partner aftikt (het afgesproken teken „stop, het is genoeg”, bijvoorbeeld tweemaal tikken op de mat of op de partner). Wie doorgaat na een aftik, breekt het vertrouwen en veroorzaakt blessures. Dit stopteken is de basisregel die alle oefeningen veilig maakt: je mag opbouwen tot een grens, maar die grens is heilig.
Ook de omgeving en de opbouw regelen de veiligheid, net als bij turnen. Je oefent op matten, verwijdert sieraden en losse voorwerpen, houdt je nagels kort en zorgt voor voldoende ruimte tussen groepjes. De moeilijkheid bouw je stap voor stap op: eerst leer je veilig vallen (valbreken) voordat je geworpen wordt, en je oefent technieken eerst rustig en meewerkend voordat je ze met weerstand doet. Deze progressie zorgt dat je een techniek beheerst vóór het risico groter wordt.
Voor het schoolexamen moet je veilig en respectvol kunnen deelnemen: de regels en het stopteken naleven, kracht doseren, en verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid van je partner. Dit is niet alleen een randvoorwaarde maar een beoordeeld onderdeel: bij zelfverdediging telt de manier waarop je met je partner omgaat net zo zwaar als de techniek zelf. Zo verbindt dit onderdeel het bewegen met de sociale en veilige omgang die het hele vak nastreeft.
Uitgewerkt voorbeeld

Een veilige opbouw voor een worp

Je wilt met een partner een eenvoudige heupworp leren. Beschrijf een veilige opbouw in stappen die met de veiligheidsprincipes rekening houdt.

  1. 01Begin met valbreken

    Zorg eerst dat de partner die geworpen wordt (uke) veilig kan valbreken; dat is de voorwaarde voor elke worp.

  2. 02Oefen meewerkend en langzaam

    Voer de worp eerst heel langzaam en meewerkend uit, zonder de partner echt van de grond te tillen, om de beweging te leren.

  3. 03Bouw op met controle en stopteken

    Voer de worp pas gecontroleerd op de mat uit als het valbreken en de techniek zitten; spreek het stopteken af en doseer de kracht, zodat je meteen stopt bij een aftik.

Resultaat: De veilige opbouw is: eerst valbreken beheersen, dan de worp langzaam en meewerkend leren, en pas daarna gecontroleerd op de mat uitvoeren — met een afgesproken stopteken en gedoseerde kracht.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het doel van zelfverdediging in de gymles (beheerst omgaan met kracht en controle, niet winnen/vechten) uitleggen.
  • Examendoel: de veiligheidsregels en het belang van respect en het stopteken (aftikken) benoemen en naleven.

Veelgemaakte fouten

  • Zelfverdediging opvatten als „winnen” en met volle kracht werken, terwijl het draait om beheersing, controle en de veiligheid van je partner.
  • Het stopteken negeren of te laat reageren op een aftik; de afgesproken grens is heilig en moet meteen worden gerespecteerd.

Actieve herhaling

Stel met een partner de veiligheidsafspraken op voor een stoeiles: wat is het stopteken, hoe doseren jullie kracht, en welke voorbereidingen (mat, sieraden, ruimte) treffen jullie vooraf?

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B (Zelfverdediging) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 02

Valbreken: veilig terechtkomen#

●●○StandaardLPexamenblad-lo-domein-b-zelfverdediging

Kernpunten

Valbreken (ukemi) is de eerste en belangrijkste vaardigheid van zelfverdediging: leren vallen zonder je te bezeren. Je oefent verschillende valrichtingen — achterwaarts, zijwaarts en voorwaarts rollend — elk met een eigen techniek. De gemeenschappelijke principes zijn: maak jezelf rond (een ronde rug rolt, een rechte rug klapt), houd je hoofd van de grond (kin op de borst, zodat je hoofd niet slaat), en spreid de klap over een zo groot mogelijk oppervlak en een zo lang mogelijke tijd door af te slaan met je arm(en) en uit te rollen.
Waaróm valbreken werkt, verklaar je met natuurkunde, en dat is examen-relevant. Bij een val heb je een bepaalde hoeveelheid beweging (impuls) die door de grond moet worden gestopt. De kracht die je daarbij oploopt, hangt af van de tijd waarover je die beweging afremt: rem je in heel korte tijd af (hard neerkomen op één punt), dan is de kracht groot; spreid je het afremmen over meer tijd (uitrollen, afslaan), dan is de kracht veel kleiner. Afb. 2 laat dit zien: bij een harde val is de kracht-tijdpiek hoog en smal, bij een goede valbreek is hij laag en breed — met (ongeveer) dezelfde oppervlakte, want de impuls is gelijk.

Waarom valbreken werkt: kracht en tijd

Piekkracht bij een harde val versus valbrekenSchaubild von harde val, Hochpunkt bei (1, 120), y-Achsenabschnitt bei y = 0.007, im Bereich x von 0 bis 3, Schaubild von valbreken, Hochpunkt bei (1.6, 45), y-Achsenabschnitt bei y = 1.301, im Bereich x von 0 bis 30.511.522.5320406080100120hoge piekkrachtlagere piekharde valvalbrekenkrachttijd
Afb. 2Afb. 2 — Dezelfde impuls (oppervlakte onder de curve), maar de valbreek spreidt hem over meer tijd, waardoor de piekkracht veel lager is.
Dit is precies hetzelfde principe als een veerkrachtige landing bij turnen of het buigen van de knieën bij het opvangen van een sprong: door de tijd (en het oppervlak) waarover je de klap opvangt te vergroten, verlaag je de piekkracht op elk afzonderlijk lichaamsdeel. Afslaan met de arm verdeelt de kracht bovendien over een groter oppervlak (de hele onderarm in plaats van een elleboog of pols), wat de druk op elk punt verlaagt. Zo voorkom je kneuzingen en breuken die bij een „stijve” val wel zouden optreden.
In de praktijk oefen je valbreken van laag naar hoog: eerst vanuit een lage, zittende of hurkende houding op een dikke mat, daarna vanuit stand, en pas veel later als gevolg van een echte worp. Belangrijke aandachtspunten zijn: kin op de borst (hoofd beschermen), afslaan met de vlakke hand en arm (niet steunen op een gestrekte, stijve arm — dat geeft juist breuken), en meerollen met de beweging in plaats van je ertegen te verzetten. Een gespannen, stijf lichaam vangt de klap slecht op; een ontspannen, rond en meerollend lichaam verdeelt hem.
Voor het examen moet je correct kunnen valbreken in de verschillende richtingen en kunnen uitleggen waarom valbreken blessures voorkomt (spreiden van de kracht over meer tijd en een groter oppervlak). Dit is het fundament onder alle andere zelfverdedigingsvaardigheden: pas als je veilig kunt vallen, kun je zonder gevaar leren werpen en geworpen worden.
Uitgewerkt voorbeeld

Impuls en piekkracht bij een val

Bij een val moet steeds dezelfde beweging (impuls) worden afgeremd. Leerling A komt hard neer en remt in 0,05 s af; leerling B valt af met een goede valbreek en remt in 0,20 s af. Vergelijk de piekkrachten.

  1. 01Gebruik het impulsbeginsel

    De impuls (verandering van beweging) is gelijk aan kracht × tijd: J = F · Δt. Bij gelijke impuls geldt: hoe langer de tijd, hoe kleiner de kracht.

    J=F⋅ΔtJ = F \cdot \Delta tJ=F⋅Δt
  2. 02Vergelijk de tijden

    B remt af in 0,20 s tegen A in 0,05 s: B gebruikt viermaal zoveel tijd voor dezelfde impuls.

  3. 03Concludeer over de kracht

    Bij gelijke impuls en viermaal zoveel tijd is de gemiddelde kracht op B ongeveer viermaal kleiner dan op A.

Resultaat: Doordat leerling B de val over viermaal zoveel tijd uitsmeert, is de kracht op zijn lichaam ongeveer viermaal kleiner — precies waarom valbreken (uitrollen, afslaan) blessures voorkomt.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de valbreektechnieken (achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts rollend) en hun gemeenschappelijke principes (rond maken, hoofd beschermen, afslaan/uitrollen) beschrijven.
  • Examendoel: met natuurkunde (kracht × tijd = impuls; kracht over een groter oppervlak) verklaren waarom valbreken de piekkracht verlaagt en blessures voorkomt.

Veelgemaakte fouten

  • Steunen op een gestrekte, stijve arm bij het vallen; dat concentreert de kracht op pols en elleboog en veroorzaakt juist breuken — je moet afslaan met de vlakke arm en meerollen.
  • Het hoofd niet beschermen (kin niet op de borst), waardoor het hoofd op de grond kan slaan; een ronde houding met de kin op de borst voorkomt dat.

Actieve herhaling

Leg met de begrippen kracht, tijd en oppervlak uit waarom je bij een achterwaartse val moet afslaan met beide armen en een ronde rug moet maken, in plaats van met gestrekte armen te steunen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Zelfverdediging: valbreken (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 03

Evenwicht: steunvlak, zwaartepunt en kuzushi#

●●○StandaardLPexamenblad-lo-domein-b-zelfverdediging

Kernpunten

Zelfverdediging draait om evenwicht: het jouwe behouden en dat van je partner verstoren. Twee begrippen zijn daarbij bepalend, dezelfde als bij turnen: het steunvlak (het gebied waarop je steunt, tussen en onder je voeten) en het zwaartepunt (waar je gewicht als het ware in geconcentreerd is). Afb. 3 laat het principe zien: je bent stabiel zolang de verticale lijn door je zwaartepunt binnen je steunvlak valt; komt die lijn buiten het steunvlak, dan kantel je en val je.

Stabiel versus instabiel: zwaartepunt en steunvlak

Evenwicht: zwaartepunt en steunvlakSchema met 9 elementen, breed steunvlak, zwaartepunt, smal steunvlak, zwaartepunt, kantelt, stabiel, instabielbreed steunvlakzwaartepuntsmal steunvlakzwaartepuntkanteltstabielinstabiel
Afb. 3Afb. 3 — Links stabiel (zwaartepuntlijn binnen het brede steunvlak), rechts instabiel (de lijn valt buiten het smalle steunvlak en het lichaam kantelt).
Uit dit principe volgt direct hoe je stabiel gaat staan. Een breed steunvlak (voeten uit elkaar) en een laag zwaartepunt (door de knieën zakken) maken je moeilijk om te duwen: de zwaartepuntlijn kan verder van het midden af voordat hij het steunvlak verlaat. Daarom zakken worstelaars en judoka's laag door de knieën en zetten ze hun voeten uit elkaar. Een smal steunvlak en een hoog zwaartepunt (rechtop, voeten tegen elkaar) maken je juist instabiel — makkelijk uit balans te brengen, zoals de rechterfiguur in Afb. 3.
Het verstoren van het evenwicht van je partner heet kuzushi: je brengt de zwaartepuntlijn van je partner buiten diens steunvlak, zodat hij moet corrigeren of valt. Dat kun je doen door te trekken, te duwen of te draaien in de richting waarin het steunvlak het smalst is (bijvoorbeeld naar voren of schuin naar achteren). Een partner die op zijn hielen staat, is naar achteren makkelijk te verstoren; iemand die naar voren leunt, naar voren. Kuzushi is de sleutel: pas als het evenwicht van je partner verstoord is, kun je een techniek met weinig kracht uitvoeren.
Hierbij gebruik je twee natuurkundige hulpmiddelen: hefboom en momentum. Een hefboom vergroot je effect: door je partner om een draaipunt (bijvoorbeeld je heup of je uitgestoken been) te laten kantelen, hoef je zelf weinig kracht te zetten. Momentum betekent dat je de beweging van je partner gebruikt: iemand die naar voren komt, help je met een kleine impuls verder in die richting, zodat zijn eigen vaart hem uit balans brengt. Zo kan een lichte persoon een zwaardere „werpen” — niet met spierkracht, maar met evenwicht, hefboom en timing.
Voor het examen moet je met steunvlak en zwaartepunt kunnen uitleggen hoe je stabiel staat en hoe je het evenwicht van een ander verstoort (kuzushi), en de rol van hefboom en momentum kunnen benoemen. Dit is de theoretische kern onder de technieken: wie begrijpt waaróm een worp werkt, kan hem beter leren, veiliger uitvoeren en analyseren — precies de brug tussen bewegen en de fysica die dit onderdeel zo leerzaam maakt.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom werpt de lichtere judoka de zwaardere?

Een lichte judoka werpt een zwaardere partner die naar voren stapt. Verklaar met evenwicht, hefboom en momentum hoe dat kan zonder veel spierkracht.

  1. 01Verstoor het evenwicht (kuzushi)

    De partner stapt naar voren; de lichte judoka trekt hem net iets verder in die richting, zodat zijn zwaartepuntlijn vóór zijn steunvlak (voorbij zijn voorste voet) komt — hij is uit balans.

  2. 02Gebruik momentum

    De voorwaartse beweging (het momentum) van de zwaardere partner doet het meeste werk: hij valt al bijna, de judoka hoeft hem alleen te sturen.

  3. 03Zet een hefboom

    Door de heup of een been als draaipunt onder het zwaartepunt van de partner te plaatsen, kantelt die om dat punt; een kleine kracht op een lange arm (hefboom) volstaat.

Resultaat: De lichtere judoka wint niet met spierkracht maar met techniek: kuzushi brengt de partner uit balans, diens eigen momentum doet het werk, en een hefboom om de heup maakt dat weinig kracht volstaat.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: met steunvlak en zwaartepunt uitleggen waarom een breed en laag standpunt stabieler is dan een smal en hoog.
  • Examendoel: kuzushi (het evenwicht verstoren) verklaren en de rol van hefboom en momentum bij een techniek benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • Rechtop en met de voeten tegen elkaar staan (hoog zwaartepunt, smal steunvlak) en zich dan verbazen dat je makkelijk uit balans te brengen bent.
  • Een techniek met pure spierkracht willen forceren zonder eerst het evenwicht te verstoren (kuzushi); zonder kuzushi kost elke worp veel te veel kracht.

Actieve herhaling

Leg met steunvlak en zwaartepunt uit hoe je een partner die stevig en breed staat toch uit balans kunt brengen. Beschrijf in welke richting je verstoort en waarom je dat met momentum (zijn eigen beweging) combineert.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Zelfverdediging: evenwicht (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 04

Van verstoren naar uitvoeren: kuzushi, tsukuri, kake#

●●●VerdiepingLPexamenblad-lo-domein-b-zelfverdediging

Kernpunten

Een goed uitgevoerde techniek verloopt in drie samenhangende stappen, weergegeven in Afb. 4. Eerst kuzushi: je verstoort het evenwicht van je partner, zodat die uit balans komt. Dan tsukuri: je positioneert jezelf (je „stapt in”) op de juiste plek en in de juiste houding om de techniek te kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld met je heup onder het zwaartepunt van de partner. Ten slotte kake: je voert de techniek daadwerkelijk uit — de worp, kanteling of controle. Deze drie stappen volgen vloeiend op elkaar; ze zijn de standaardanalyse van een judotechniek.

De drie stappen van een techniek

Kuzushi – tsukuri – kakeGraaf, Kuzushi: het evenwicht van de partner verstoren → Tsukuri: jezelf positioneren (instappen), hefboom klaarzetten, Tsukuri: jezelf positioneren (instappen), hefboom klaarzetten → Kake: de techniek uitvoeren (worp/controle)Kuzushi: hetevenwicht van departner verstor…Tsukuri: jezelfpositioneren(instappen), he…Kake: detechniekuitvoeren (worp…uit balansin positie
Afb. 4Afb. 4 — Een techniek verloopt in drie stappen; elke stap maakt de volgende mogelijk.
De volgorde is essentieel en verklaart veel fouten. Wie de eerste stap (kuzushi) overslaat en meteen probeert te werpen (kake), moet vechten tegen het volle gewicht en de balans van de partner — dat kost enorm veel kracht en lukt zelden. Wie wel verstoort maar zich verkeerd positioneert (slechte tsukuri), heeft geen goede hefboom en verliest de techniek alsnog. De drie stappen zijn als een keten: elke stap maakt de volgende mogelijk. Een techniek analyseren betekent dan ook: in welke van de drie stappen ging het mis?
Afb. 5 zet enkele grondbeginselen en hun kernpunten en veiligheidsaandachtspunten op een rij. Bij het werpen gebruik je evenwichtsverstoring, hefboom en momentum (zoals besproken); bij grondtechnieken en houdgrepen gaat het om controle houden met je lichaamsgewicht op de juiste plek, zonder de ademhaling of gewrichten van de partner in gevaar te brengen. Bij elke techniek horen vaste veiligheidspunten: gecontroleerd uitvoeren, letten op de valbreek van de partner, en onmiddellijk loslaten bij een aftik.

Grondbeginselen en veiligheid

GrondbeginselenTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: techniek · kernpunt · veiligheid; worp (heupworp) · kuzushi, heup als hefboom onder het zwaartepunt · uke breekt de val; tori controleert de landing; evenwicht verstoren · trekken/duwen richting de smalle kant van het steunvlak · gecontroleerd, niet met een ruk; houdgreep/controle · lichaamsgewicht op de juiste plek, controle houden · geen druk op nek of gewrichten; loslaten bij aftik; stoeispel · grip en balans, positie verbeteren · kracht doseren, stopteken respecterenTECHNIEKKERNPUNTVEILIGHEIDworp (heupworp)kuzushi, heup als hefboomonder het zwaartepuntuke breekt de val; toricontroleert de landingevenwicht verstorentrekken/duwen richting desmalle kant van hetsteunvlakgecontroleerd, niet met eenrukhoudgreep/controlelichaamsgewicht op de juisteplek, controle houdengeen druk op nek ofgewrichten; loslaten bijaftikstoeispelgrip en balans, positieverbeterenkracht doseren, stoptekenrespecteren
Afb. 5Afb. 5 — Enkele grondbeginselen met hun kernpunt en het bijbehorende veiligheidsaandachtspunt.
Zelfverdediging is bij uitstek een samenwerkings- en vertrouwensactiviteit, ook al oefen je „tegen” elkaar. De partner die geworpen wordt (uke) werkt mee door correct te valbreken en zich niet stijf te verzetten; de partner die de techniek doet (tori) zorgt dat het veilig gebeurt en controleert de val. Deze rolverdeling — de een leert door te doen, de ander door mee te werken en te voelen — maakt dat je samen leert. Het is dezelfde wisselwerking van leerrollen als bij het hulpverlenen bij turnen.
Voor het examen moet je een techniek kunnen opbouwen en analyseren met kuzushi, tsukuri en kake, en de veiligheids- en samenwerkingsaspecten kunnen benoemen. Een sterke analyse zegt bijvoorbeeld: „de worp mislukt omdat de kuzushi onvoldoende is — de partner staat nog in balans, dus de worp kost te veel kracht”. Zo verbind je de fysica (evenwicht, hefboom, momentum), de techniek (de drie stappen) en de veiligheid tot een compleet beeld van verantwoord bewegen.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom kost deze worp te veel kracht?

Een leerling probeert een heupworp maar moet zijn partner met veel moeite optillen; de worp lukt nauwelijks. Analyseer met kuzushi–tsukuri–kake wat er misgaat.

  1. 01Loop de stappen na

    De leerling zet meteen in op de worp (kake) en positioneert zijn heup, maar de partner staat nog stevig in balans.

  2. 02Lokaliseer de fout

    De kuzushi ontbreekt of is onvoldoende: de partner is niet uit balans gebracht, dus zijn volle gewicht rust nog op zijn eigen benen.

  3. 03Geef de correctie

    Breng eerst het evenwicht van de partner naar voren (kuzushi) zodat zijn gewicht op de leerling komt; dan tilt de worp bijna vanzelf, met veel minder kracht.

Resultaat: De worp kost te veel kracht omdat de kuzushi ontbreekt: zonder het evenwicht eerst te verstoren, moet je het volle gewicht tillen. Met een goede kuzushi vooraf lukt de worp met minimale kracht.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de drie stappen kuzushi (verstoren), tsukuri (positioneren) en kake (uitvoeren) beschrijven en op een techniek toepassen.
  • Examendoel: een mislukte techniek analyseren door aan te wijzen in welke van de drie stappen (meestal de kuzushi) het misgaat.

Veelgemaakte fouten

  • De kuzushi overslaan en meteen willen werpen (kake), waardoor je tegen het volle gewicht en de balans van de partner moet vechten.
  • Als uke (degene die geworpen wordt) je stijf verzetten in plaats van mee te werken en correct te valbreken, wat gevaarlijk is voor jezelf.

Actieve herhaling

Analyseer een eenvoudige heupworp met de drie stappen: beschrijf per stap (kuzushi, tsukuri, kake) wat er moet gebeuren, en geef aan wat er misgaat als de kuzushi onvoldoende is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Zelfverdediging: technieken en veiligheid (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Doel, respect en veiligheid○
    • 02Valbreken: veilig terechtkomen◐
    • 03Evenwicht: steunvlak, zwaartepunt en kuzushi◐
    • 04Van verstoren naar uitvoeren: kuzushi, tsukuri, kake●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Zelfverdediging

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~16
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

College voor Toetsen en Examens (CvTE)

  • Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B (Zelfverdediging)

Vorig onderwerp

Bewegen op muziek (dans)

Volgend onderwerp

Door de kandidaat gekozen nieuwe bewegingsactiviteiten

EuraStudy·Samenvattingen T·08·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.